Planning groenwerkzaamheden

De aannemers die voor ons het openbaar groen onderhouden, kijken in jouw buurt wat er nodig is. Deze planning is onder voorbehoud en afhankelijk van het weer.

De grasvelden in de woonwijken worden 1 tot 3 keer per maand gemaaid, maar alleen wanneer dat nodig is. Bij de bermen, riet en slootkanten zijn er wel vaste momenten:

  • Bermen langs de weg: in het voorjaar (juni) en het najaar (september-oktober). In de laatste week van april maait de onderhoudsploeg alle zichthoeken bij de kruisingen van wegen. Verkeersborden en reflectorpaaltjes moeten altijd goed te zien zijn.
  • Sloten en slootkanten: in oktober, direct na het maaien van de bermen
  • Riet: in oktober, tegelijk met de slootkanten.

  • Heesters (de randen) en de hagen worden 1 tot 2 keer per jaar gesnoeid Dat is afhankelijk van de snelheid waarmee een specifieke soort groeit. Beplanting die over het gras of de stoep hangt (dat noemen we ‘overgroei’) wordt gemiddeld 2 keer per jaar gesnoeid. Zo houden we wegen en paden begaanbaar.
  • Bomen worden gesnoeid wanneer dat nodig is. Elke boom wordt een keer per 3 jaar geïnspecteerd op gebreken. Ook kijkt de inspecteur of een boom geen gebouwen of verlichting beschadigt, of dat de vrije doorgang van het verkeer niet belemmerd wordt. Als de inspecteur aangeeft dat een boom gesnoeid moet worden, komen we in actie. Als een boom een risico kan opleveren, wordt de boom vaker beoordeeld, verder onderzocht en in het ergste geval gekapt. We zijn echter zeer terughoudend met het kappen van bomen, omdat bomen belangrijk zijn voor de biodiversiteit en een bijdrage leveren aan een prettige woonomgeving.
  • Vormbomen zoals leilindes worden jaarlijks gesnoeid. Dit gebeurt in januari en februari. 

Natuurlijke Beplanting

Natuurlijke beplanting vind je langs de vecht langs de Vecht, in bossen en heidevelden. Het groeit vanzelf, zonder hulp van mensen. Deze begroeiing past zich aan de omgeving aan en heeft daarom meestal weinig onderhoud nodig. Toch kan af en toe licht beheer nodig zijn om overgroei of overlast te voorkomen. Denk hierbij aan:

  • Snoeien om overgroei tegen te gaan en te zorgen dat bepaalde soorten niet alles overnemen.
  • Natuurbeheer, zoals het verwijderen van soorten die de biodiversiteit bedreigen, bijvoorbeeld berenklauw of Japanse duizendknoop.
  • Regelmatig maaien om te voorkomen dat graslanden dichtgroeien met struiken en bomen.
  • Dunnen van begroeiing, wat meestal plaatsvindt in de periode van december en januari, om de natuurlijke balans en groei van het landschap te behouden.

Cultuurlijke Beplanting

Cultuurlijke beplanting, zoals in parken en langs straten, vraagt om meer regelmatige zorg. Omdat deze planten door mensen zijn geselecteerd en geplant, zijn ze afhankelijk van onderhoud om goed te bloeien en gezond te blijven. Voorbeelden van onderhoudswerkzaamheden zijn:

  • Regelmatig snoeien om bomen en struiken in goede vorm te houden en de veiligheid te verzekeren.
  • Bemesten om planten van de juiste voedingsstoffen te voorzien.
  • Herbeplanting wanneer planten niet overleven of delen van de omgeving vernieuwd worden.
  • Onkruidbeheersing om te voorkomen dat ongewenste planten de overhand krijgen.
  • Dunnen van bomen en struiken, wat plaatsvindt in de maand november, om te zorgen voor voldoende ruimte en gezonde groei.

Overgroei 

Overgroei die overlast veroorzaakt, zoals takken die verkeer hinderen of struiken die voetpaden overwoekeren, wordt het hele jaar door aangepakt. Zowel bij natuurlijke als cultuurlijke beplanting.

In Stichtse Vecht wordt het groenonderhoud uitgevoerd door verschillende aannemers. Zij stellen zich voor in een filmpje.