Adviezen Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit (GAVO)

Op deze pagina staan de adviezen van de Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit (GAVO). Deze adviezen zijn meestal openbaar. Soms zijn ze dat niet, bijvoorbeeld als het gaat om een vooroverleg of als er speciale redenen zijn om de informatie niet te delen.

In openbare adviezen kan een deel onleesbaar zijn gemaakt. Dit doen we volgens de Wet open overheid (Woo). De reden is dat het beschermen van de privacy van mensen in sommige gevallen belangrijker is dan het delen van alle informatie (Dit volgt uit artikel 5.1 lid 2 sub e Woo).

Vragen? Stuur dan een mail naar gavo@stichtsevecht.nl(Verwijst naar een e-mailadres).

Maart 2026

Aanvraagdatum: 25 maart 2026
Adviesdatum: 31 maart 2026

Zaaknummer:Z2026-00002548
Behandeling: secretariële afdoening, geen leges verschuldigd

Geacht college,

De Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit heeft op 18 maart 2026 een advies gegeven over de herinrichting van een legakker aan De Plassen Zuid 414 te Breukelen.

Beschrijving vergunningaanvraag

Het betreft het creëren van kleine hoogteverschillen in het terrein (zogenaamde 'microtopografie') met als doel om de natuurwaarde van het terrein te vergroten door het creëren van verschillende biotopen. Daarnaast is het de bedoeling meer uitzicht vanaf het eiland naar buiten toe te verkrijgen door het selectief verwijderen van enkele bomen en struiken. Verder gaat het om het verplaatsen van 7 bestaande steigerdelen van de oostzijde naar de westzijde van de recreatiewoning.

Eerder advies commissie

De commissie heeft eerder een negatief advies gegeven. De kern van het negatieve advies was het ontbreken van informatie over de beschoeiing van de legakker. De commissie stond zeker niet onwelwillend tegenover het plan, maar kon vanwege het gebrek aan deze informatie niet met zekerheid zeggen dat de cultuurhistorische en landschappelijke waarden niet onevenredig worden geschaad. 

Aanvullende informatie

Intussen heeft de commissie aanvullende informatie ontvangen waaruit blijkt dat de bestaande beschoeiing ongemoeid en intact blijft. In dat geval is de instandhouding van de legakker voldoende gewaarborgd en zijn de eerder genoemde zorgen van de commissie weggenomen.

De commissie komt nu dan ook tot een positief advies

Namens de Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit Stichtse Vecht,

secretaris gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit

Aanvraagdatum: 26 maart 2026
Adviesdatum: 1 april 2026

Zaaknummer: Z2026-00000452
Behandeling: regulier (meervoudige zitting); leges cf. art. 2.50 lid 1 onder e Tarieventabel bij Legesverordening 2026

De Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit is gevraagd een definitief advies te geven over het bouwen van een bijgebouw aan het Zandpad 26a te Maarssen.

Bestaande situatie

De planlocatie betreft een woning met tuin. De woning is een voormalige schuur behorende bij Zandpad 26. Deze schuur is enkele jaren geleden verbouwd tot een volwaardige woning met huisnummer 26a. In de tuin staat nu een klein bijgebouw.

Toekomstige situatie

Initiatiefnemer wenst in de tuin een nieuw bijgebouw te realiseren van ongeveer 6 bij 20 meter. Het nieuwe bijgebouw heeft een rechthoekige plattegrond en een zadeldak met de nok in één richting. De beoogde materialisatie is metaal/hout/zink, met overstekken zodat een overkapte buitenruimte ontstaat. Het bijgebouw gaat gedeeltelijk gebruikt worden als een overdekte buitenkamer in de tuin en een werkkamer (met eigen toilet en pantry). Daarnaast wordt het bijgebouw gebruikt als overkapping en als berging voor fietsen, boot, tuinspullen, grasmaaimachine, etc. 

Het bijgebouw dat nu voorligt is iets breder en langer dan zoals behandeld door de GAVO in augustus 2025 (50-75 cm). De fietsenstalling in het bijgebouw vervalt.

Onderzoeksvraag

Gelet op het voorgaande is de volgende onderzoeksvraag geformuleerd: 

“Voldoet dit definitieve plan aan de welstandsnormen? Worden in dit definitieve plan met de bouwactiviteiten de cultuurhistorische, natuur- en/of landschapswaarden geschaad en/of kan mogelijke schade worden voorkomen? Daarbij in het bijzonder: wordt voldaan aan de aandachtspunten die de GAVO meegaf op 20 augustus 2025 (het versterken van het ondergeschikte karakter als bijgebouw, een goed erfinrichtingsplan met beplanting en behoud van de natuurvriendelijke oever)?”

Naast de casus-specifieke onderzoeksvraag, onderzoekt de commissie ook altijd de impact van een plan op de algehele omgevingskwaliteit.

De leden op het gebied van welstand (ruimtelijke kwaliteit), cultuurhistorie, natuur, landschap en het burgerperspectief zijn gevraagd om advies te geven. 

NB. Het betreft hier een vergunningsaanvraag.

> Bij een vergunningaanvraag dient de commissie op dit moment, nu er nog geen omgevingsplan is, het plan vrij strikt te beoordelen. Eventuele kleine aanpassingen kunnen tot een positief advies onder voorwaarden leiden, maar als de grondslag van de aanvraag wordt verlaten kan de commissie niet anders dan een negatief advies geven (en zal de initiatiefnemer eventueel een nieuwe aanvraag kunnen indienen). Daarbij mag de commissie wel aanbevelingen meegeven. Wat hierin ook meespeelt is dat de gemeente bij vergunningaanvragen – anders dan bij vooroverlegplannen - aan termijnen is gebonden, die het niet mogelijk maken om grote aanpassingen van het plan te verlangen binnen die aanvraag. En als het omgevingsplan er straks is, wordt het ook makkelijker om vergunningaanvragen vanuit het ‘ja-mits principe’ te beoordelen omdat de ruimtelijke regels daar dan ook op zijn ingericht.

Toetsingskader

De commissie heeft als taak de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.

Het toetsingskader voor de commissie vormt - ingevolge artikel 17.9, derde lid, Omgevingswet - de omgevingsvisie, het omgevingsplan, de welstandsnota en het actuele vastgestelde gemeentelijk beleid ten aanzien van de omgevingskwaliteit.

Van toepassing zijn de bepalingen uit het omgevingsplan gemeente Stichtse Vecht, tijdelijk deel Rondom de Vecht. Daaruit volgt dat in het bijzonder het volgende in aanmerking dient te worden genomen.

Het initiatief past binnen het omgevingsplan. Wel gelden er enkele voorwaarden voor het verlenen van een omgevingsvergunning.

De planlocatie valt binnen het beschermd dorpsgezicht. Deze gronden zijn mede bestemd voor het behoud en de versterking van de aanwezige cultuurhistorische en/of architectonische waarden van de bebouwing en andere objecten (artikel 29.1). Wanneer het bouwen van invloed kan zijn op het beschermde dorpsgezicht, wordt advies aan deze commissie gevraagd (artikel 29.3.2). 

Verder rust op deze locatie de waarde cultuurhistorie, natuur en landschap. Deze gronden zijn mede bestemd voor het behoud, herstel, beheer en de versterking van de aanwezige cultuurhistorische waarden, natuur- en landschapswaarden in de vorm van bebouwde en onbebouwde structuren, elementen, systemen, patronen en zichtlijnen (artikel 32.1). Hier mag uitsluitend worden gebouwd indien de voornoemde waarden door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen. Dit moet middels schriftelijk advies van een deskundige – in de vorm van deze commissie – worden aangetoond (artikel 32.2)

Bijzonderheden

  • De GAVO -waaronder de subcommissie Welstand en Monumenten- heeft in augustus 2025 een advies gegeven over het destijds voorliggende VOP.

Advies

De commissie adviseert positief.

In het onderstaande wordt toegelicht hoe de commissie tot dit advies is gekomen. Bij de beoordeling zijn de stukken betrokken zoals deze zijn ingediend bij de aanvraag, alsmede de toelichting die tijdens de commissievergadering is gegeven door de initiatiefnemer en de architect.

De GAVO kijkt met tevredenheid naar de wijzigingen die zijn doorgevoerd door de initiatiefnemer. De commissie zal per discipline haar opmerkingen geven.

De commissie is vanuit Welstand- ruimtelijke kwaliteit en Cultuurhistorie positief. Het bijgebouw heeft een meer ondergeschikt karakter gekregen door het laten wegvallen van het schuurgedeelte waar fietsen konden staan. Ook is de vormgeving aan de buitenkant verbetert in karakter. Daarmee past het bijgebouw binnen het beschermde dorpsgezicht en voldoet het aan de welstandsnota.

Ook vanuit Natuur en Landschap is de commissie positief. Vanuit Landschap is de commissie tevreden met het erfinrichtingsplan met beplanting. Ook is het bijgebouw goed georiënteerd in het landschap. Vanuit Natuur blijft het van belang dat de natuurlijke oever, op korte afstand van de schuur, behouden blijft.

Vanuit het Burgerperspectief is de commissie ook positief. De verbeteringen die de GAVO de gemeente tijdens het vooroverleg meegaf, zijn goed meegenomen in het huidige plan. Ook is het goed om te horen dat de initiatiefnemer bij de buren op de koffie is geweest om hun mening te horen.

Concluderend, de GAVO is positief over het ingediende plan. Het plan voldoet welstandshalve en de cultuurhistorische, natuur- en landschapswaarden worden niet geschaad. Ook zijn de verbeterpunten die de commissie tijdens het vooroverleg meegaf, goed verwerkt in het voorliggende plan.

Namens de Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit Stichtse Vecht,

secretaris gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit

Aanvraagdatum: 30 maart 2026
Adviesdatum: 3 april 2026

Zaaknummer: Z2026-00000624
Behandeling: afdoening door secretaris, geen leges verschuldigd

De Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit is gevraagd een definitief advies te geven over het vervangen van een brug en stuw te Zandpad 28 Breukelen.

Eerder is dit initiatief voorgelegd aan de commissie in de vorm van een vooroverlegplan. De commissie heeft op 25 februari 2026 een positief principe advies uitgebracht - onder zaaknummer Z2026-00000162.

Nu heeft de initiatiefnemer een definitieve vergunningaanvraag ingediend. De secretaris heeft de hierbij behorende stukken namens de commissie beoordeeld. Bij de beoordeling komt de secretaris tot de conclusie dat de brug nagenoeg gelijk is aan de brug zoals beoordeeld door de GAVO bij het vooroverlegplan. De enige wijziging is dat de initiatiefnemer de commissie ook een tekening aanbiedt waarop te zien is dat het staalwerk aan de onderkant van de reling van de brug wordt afgewerkt met hout. De houten afwerking is voor de GAVO ook in orde.

Ten slotte, de GAVO herhaalt wat zij heeft opgemerkt in haar advies bij het vooroverleg over het uitvoeren van de werkzaamheden: “Daarbij gaat de GAVO er vanuit dat tijdens de uitvoering van het werk voorzorgsmaatregelen worden genomen om vervuiling en vertroebeling van het oppervlaktewater zoveel mogelijk te voorkomen. Bovendien dat tijdens het aanpassen of vervangen van de stuw het peilbeheer in de watergang redelijkerwijs wordt gehandhaafd. En dat het werk in korte tijd wordt uitgevoerd om het risico op peilschommelingen door weersomstandigheden wordt beperkt.”

Concluderend, komt de commissie dan ook tot een positief advies

Namens de Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit Stichtse Vecht,

secretaris gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit

Deze zaak is afgedaan door de secretaris op grond van artikel 7 lid 5 van het Reglement van Orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit Stichtse Vecht 2026.

Aanvraagdatum: 11 maart 2026
Adviesdatum: 18 maart 2026
Zaaknummer: Z2025-00002362
Behandeling: regulier (meervoudige zitting), leges cf. art. 2.50 lid 1 onder 3 Tarieventabel

Betreft: Uitbreiden van een woning, Groeneweg 4a te Oud Zuilen
Geacht college,

De Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit is gevraagd een definitief advies te geven over het uitbreiden van een woning aan de Groeneweg 4a, 3611AT Oud Zuilen.

Bestaande situatie

Aan de Groeneweg liggen een aantal boerderijen, waaronder deze locatie. Het landschap is open en vormgegeven door een eeuwenoude strokenverkaveling, waarbij de Groeneweg (vroeger de Hoofddijk) de ontginningsbasis vormde. Het perceel kent een oppervlakte van 115 m². De woning bevindt zich net buiten het beschermde dorpsgezicht Zuilen.
Binnen het bouwvlak zijn in de bestaande toestand twee woningen aanwezig. Het tweede huisnummer is in 1990 toegekend.

Toekomstige situatie

De initiatiefnemer wil de woning uitbreiden aan de zijkant van de woning. De woning is onderdeel van een boerenerf. De uitbreiding valt deels buiten het bestemmingsvlak ‘Wonen’, op het vlak ‘Tuin – 1’. 

Onderzoeksvraag

Gelet op het voorgaande is de volgende onderzoeksvraag geformuleerd: 

“Doet het afwijken van het Omgevingsplan, voor de uitbreiding van een woning die deels buiten de bestemming ‘Wonen’ valt, afbreuk aan de omgevingskwaliteit? En zo ja, hoe kan afbreuk worden voorkomen?”

De leden op het gebied van Welstand - Ruimtelijke kwaliteit en Monumenten, Cultuurhistorie, Archeologie, Natuur/Ecologie en Landschap, Geur en Geluid, Milieu en Water, Planologie en Burgerperspectief zijn gevraagd om advies te geven. 

Toetsingskader

De commissie heeft als taak de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.

Het toetsingskader voor de commissie vormt - ingevolge artikel 17.9, derde lid, Omgevingswet - de omgevingsvisie, het omgevingsplan, de welstandsnota en het actuele vastgestelde gemeentelijk beleid ten aanzien van de omgevingskwaliteit.

Van toepassing zijn de bepalingen uit het omgevingsplan gemeente Stichtse Vecht, tijdelijk deel Oud Zuilen en Op Buuren e.o. Daaruit volgt dat in het bijzonder het volgende in aanmerking dient te worden genomen. De uitbreiding past niet binnen het omgevingsplan.

De voor 'Waarde - Cultuurhistorie – Nieuwe Hollandse Waterlinie' aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Op deze gronden mag worden gebouwd bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een bouwhoogte van ten hoogste 2 m. Ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag uitsluitend worden gebouwd, indien de betrokken waarden, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning regels te verbinden, gericht op het behoud van de Nieuwe Hollandse Waterlinie.

Als een activiteit niet (geheel) mogelijk is op basis van het omgevingsplan, kan een initiatiefnemer een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) aanvragen. Het bevoegd gezag kan deze verlenen als de activiteit voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). 

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties betekent dat er een balans bestaat tussen verschillende functies en activiteiten (zoals wonen, werken, recreëren, natuur en infrastructuur) die locaties binnen een gebied kunnen vervullen. Dit gaat verder dan alleen het toewijzen van bestemmingen; het houdt ook rekening met de onderlinge relaties tussen deze functies en hun impact op de omgeving. Het uiteindelijke doel is om een omgeving te creëren die niet alleen functioneel is, maar ook aantrekkelijk en duurzaam op lange termijn. Daarbij draait het om het vinden van balans tussen het beschermen en benutten van de schaarse ruimte in de fysieke leefomgeving.

ETFAL is een open norm. Het bevoegd gezag heeft beleidsruimte bij de invulling van deze norm. Of sprake is van ETFAL moet worden bepaald aan de hand van een belangenafweging, waarbij ook de instructieregels van het rijk en de provincie alsmede het geldende of toekomstige gemeentelijk beleid een rol spelen. Het bevoegd gezag inventariseert de betrokken belangen. Daarbij kan het tot de conclusie komen dat bepaalde belangen, omgevingsfactoren of andere zaken extra onderbouwing nodig hebben voor een besluit kan worden genomen. 

Bij relevante omgevingsfactoren valt onder meer te denken aan geur- en geluidhinder, bezonning, privacy, parkeergelegenheid, verkeersveiligheid, sociale veiligheid, gezondheid, natuur, stikstof, water, stedenbouwkundige beoordeling, ruimtelijke uitstraling, cultuurhistorische waarde, landschappelijke inpassing, behoefte aan en (maatschappelijk) belang van het initiatief en de impact ervan op andere functies. Daartoe kan advies worden ingewonnen bij deze commissie. Vervolgens maakt het bevoegd gezag de belangenafweging en beoordeling of er sprake is van ETFAL.

Bijzonderheden

In september 2025 heeft de subcommissie welstand en monumenten van de GAVO geadviseerd over een VOP op dit adres. Dat ging ook over een uitbreiding van het hoofdhuis, alleen toen lag er een plan om de uitbreiding te realiseren in de lengte van het bestaande huis. Die uitbreiding lag binnen het bestemmingsvlak ‘Wonen’ en was daarmee een OPA. Bij de huidige aanvraag wordt de uitbreiding aan de zijkant van de woning gerealiseerd, met als gevolg dat dit deels buiten het bestemmingsvlak ‘Wonen’ valt. Het gevolg is dat nu sprake is van een BOPA en er dan ook meer GAVO deskundigen moeten adviseren.

Advies

De commissie adviseert positief onder voorwaarde. 

In het onderstaande wordt toegelicht hoe de commissie tot dit advies is gekomen. Bij de beoordeling zijn de stukken betrokken zoals deze zijn ingediend bij de aanvraag, alsmede de toelichting die tijdens de commissievergadering is gegeven door de architect.

De commissie is positief over het plan om af te wijken van de bestemming ‘tuin’ om daar te kunnen wonen. De uitbreiding van de woning, zoals dat gepland staat na een eventueel akkoord voor het afwijken van de bestemming, is begrijpelijk. Wel stelt de commissie een voorwaarde.

Vanuit Welstand en Monumenten en Cultuurhistorie is de commissie positief onder voorwaarde. In september 2025 heeft de subcommissie Welstand en Monumenten van de GAVO advies uitgebracht over het uitbreiden van de woning in een andere vergunningsaanvraag, zie het kopje ‘bijzonderheden’ hierboven. Dat advies was positief omdat de uitbreiding in die plannen ondergeschikt was aan het hoofdvolume (huisnummer 4). 

In de huidige aanvraag is er onvoldoende sprake van ondergeschiktheid aan het hoofdvolume. De woning met huisnummer 4a doet in de huidige plannen te veel mee aan het hoofdvolume. Er ontstaat dan ook een botsing met het hoofdhuis van nummer 4. Het te verbouwen huis moet ondergeschikt blijven aan het hoofdhuis. Dit wordt gedaan door de kap van het te verbouwen huis lager te laten zijn dan de kap van het hoofdhuis (en dus geen doorlopend dakvlak te creëren). Daarnaast is de materialisatie van de gevel ook van belang om ervoor te zorgen dat er hiërarchie ontstaat in de bouwvolumes. 

De commissie stelt dan ook als voorwaarde dat de uitbreiding ondergeschikt wordt aan het hoofdhuis. Er moet daarbij een duidelijk onderscheid zijn tussen de kap van nummer 4a en de hogere kap van nummer 4. Ook in de materialisatie van de gevel moet de hiërarchie tussen de bouwvolumes terug te vinden zijn.

Vanuit Planologie sluit de commissie aan bij de gestelde voorwaarde. De uitbreiding lijkt klein, maar het heeft wel impact op de omgeving. De voorgestelde toevoeging leidt tot het dichtzetten van de tussenruimte tussen hoofdgebouw en bijgebouw. Hierdoor wordt de hiërarchie tussen hoofd- en bijgebouw onduidelijk, wat afbreuk doet aan de karakteristieke ervenstructuur met losse volumes. Dit tast de ruimtelijke leesbaarheid van het erf aan en vermindert de openheid richting het omliggende landschap. De initiatiefnemer stelde tijdens de GAVO vergadering voor om het dakvolume ten opzichte van het voorhuis te verlagen en een nieuwe kapvorm aan te brengen. Dit vormt een goede richting in het behalen van de voorwaarde.

Vanuit Geluid is de commissie positief. Vanwege nieuwe geluidtechnieken zal de geluidssituatie niet verslechteren voor zowel omwonenden als voor de bewoners. Met betrekking tot Geur heeft de commissie geen bezwaren. Er is een mestopslag aanwezig op het terrein. Wettelijk gezien mag er in algemene zin binnen bepaalde afstanden ten opzichte van de mestopslag geen bebouwing komen. Maar omdat er sprake is van het  hobbymatig paardenhouden, denkt de commissie niet dat de hoeveelheid mest zodanig is dat er bouwbeperkingen gelden. De beperkte omvang zal ook wat betreft de Geur geen bezwaren opleveren.

Vanuit Milieu heeft de commissie geen bezwaren. Vanuit leefbaarheid en milieukwaliteit van de woonomgeving kun je je afvragen of de bewoners op een erf met (hobbymatige) agrarische activiteiten eventueel last kunnen hebben van de (beperkte) mestopslag, maar dat is in de bestaande situatie niet veel anders. Met betrekking tot Water heeft de GAVO ook geen bezwaren. De uitbreiding heeft geen impact op de waterkering volgens het waterschap en dat neemt de commissie over.

Vanuit Ecologie/Natuur is de commissie positief. De adviezen uit de omgevingsscan, zoals die bekend zijn bij de commissie, zijn inhoudelijk goed en neemt de commissie over. Dit gaat onder meer over de wettelijke zorgplicht ter bescherming van dieren en planten. Ook is de commissie positief over Landschap. Het karakter van het boerderij-erf blijft behouden gezien de locatie op het erf. Wees er wel alert op dat het voorerf niet teveel van het achtererf wordt gescheiden bij de uitbreiding.

Vanuit het Burgerperspectief is de commissie positief. Als de uitbreiding conform de voorwaarde wordt uitgewerkt, is de uitbreiding een goede toevoeging aan de huidige situatie.

Vanuit Archeologie is de commissie positief. De uitbreiding valt binnen de bepaalde vrijstellingsgrens dus onderzoek is niet verplicht. Wel is het wettelijk verplicht om vondsten te vermelden.

Concluderend, de afwijking van het Omgevingsplan -zoals besproken door de commissie- doet afbreuk aan de omgevingskwaliteit. Echter, door een voorwaarde te stellen aan een positief advies kan de afbreuk worden voorkomen. De commissie is positief onder voorwaarde dat de uitbreiding ondergeschikt wordt aan het hoofdhuis. Er moet daarbij een duidelijk onderscheid zijn tussen de kap van nummer 4a en de hogere kap van nummer 4. Ook in de materialisatie van de gevel moet de hiërarchie tussen de bouwvolumes terug te vinden zijn.

Aanbeveling

Vanuit Water geeft de commissie graag mee om te zorgen dat infiltratie vanuit het dak in de tuin plaats gaat vinden.

Namens de Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit Stichtse Vecht,

secretaris gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit

Aanvraagdatum: 3 maart 2026
Adviesdatum: 18 maart 2026

Zaaknummer:Z2026-00002548
Behandeling: regulier (meervoudige zitting), leges cf. art. 2.50 lid 1 onder e Tarieventabel behorende bij Legesverordening 2026

Betreft: Herinrichting legakker, De Plassen Zuid 414 3621PZ Breukelen

Geacht college,

De Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit is gevraagd een definitief advieste geven over de herinrichting van een legakker aan De Plassen Zuid 414 te Breukelen.

Beschrijving vergunningaanvraag

Het betreft het creëren van kleine hoogteverschillen in het terrein (zogenaamde 'microtopografie') met als doel om de natuurwaarde van het terrein te vergroten door het creëren van verschillende biotopen. Daarnaast is het de bedoeling meer uitzicht vanaf het eiland naar buiten toe te verkrijgen door het selectief verwijderen van enkele bomen en struiken. Verder gaat het om het verplaatsen van 7 bestaande steigerdelen van de oostzijde naar de westzijde van de recreatiewoning.

Onderzoeksvraag

Gelet op het voorgaande is de volgende onderzoeksvraag geformuleerd: 

“Voldoet het plan welstandshalve? Worden de aanwezige waarden (cultuurhistorie, landschap en natuur / ecologie) niet onevenredig geschaad?”

De leden op het gebied van welstand (ruimtelijke kwaliteit), cultuurhistorie, landschap, natuur / ecologie en burgerperspectief zijn gevraagd om advies te geven. 

Toetsingskader

De commissie heeft als taak de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.

Het toetsingskader voor de commissie vormt - ingevolge artikel 17.9, derde lid, Omgevingswet - de omgevingsvisie, het omgevingsplan, de welstandsnota en het actuele vastgestelde gemeentelijk beleid ten aanzien van de omgevingskwaliteit.

Van toepassing zijn de bepalingen uit het omgevingsplan gemeente Stichtse Vecht, tijdelijk deel Kievitsbuurten. Daaruit volgt dat in het bijzonder het volgende in aanmerking dient te worden genomen.

De aanvraag past binnen het bestemmingsplan. Wel gelden er enkele voorwaarden voor het verlenen van een vergunning. Daartoe wordt deze commissie om advies gevraagd.

De in deze aanvraag verzochte activiteiten zijn slechts toelaatbaar indien daardoor de natuur-, landschaps- en cultuurhistorische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast (art. 6.5.3 en 6.5.4). 

Daarnaast moeten steigers voldoen aan de redelijke eisen van welstand.

Advies

De commissie adviseert negatief.

In het onderstaande wordt toegelicht hoe de commissie tot dit advies is gekomen. Bij de beoordeling zijn de stukken betrokken zoals deze zijn ingediend bij de aanvraag.

De kern van het negatieve advies is het ontbreken van informatie over de beschoeiing van de legakker. De commissie staat zeker niet onwelwillend tegenover het plan, maar kan vanwege het gebrek aan deze informatie niet met zekerheid zeggen dat de cultuurhistorische en landschappelijke waarden niet onevenredig worden geschaad. 

Dit zit in het volgende: het behoud van de legakker staat voorop in de beoordeling van de commissie. Het eerste deel van dit plan ziet op het aanbrengen van micro-reliëf op de legakker. Dit stuit op zichzelf niet tegen bezwaren. Immers, de legakkers zijn nooit kaarsrecht geweest. Er heeft altijd al een glooiing in het landschap gezeten. En de variatie in biotopen die ontstaat, heeft een positief effect op de natuurwaarden. Wel bestaat er met het creëren van de hoogteverschillen een risico op afkalving van de legakker. Dit moet voorkomen worden. Uit de stukken blijkt echter niet hoe de initiatiefnemer dit risico wil ondervangen. Dat kan door het aanbrengen van een beschoeiing, maar dat brengt de volgende vraag met zich mee: hoe gaat die beschoeiing er – gelet op de beoogde hoogteverschillen –  precies uit zien? De overgang tussen water en land mag niet te groot zijn en de beleving van de legakker mag niet worden verstoord. 

Het plan omhelst verder ook het verplaatsen van steigerdelen en het selectief verwijderen van enkele bomen en struiken. Dit heeft geen invloed op de ter plaatse aanwezige waarden. De steigerdelen sluiten ook op de nieuwe plek mooi aan op de recreatiewoning. En de commissie kan zich voorstellen dat het praktisch gezien bijdraagt aan een fijn gebruik van de recreatiewoning. Verder blijft de structuur van verticale zichtlijnen over het legakker-gebied in zijn geheel goed zichtbaar, ook als er enkele bomen en struiken worden verwijderd.

Dit deel van het plan vormt dus geen bezwaar. De commissie beoordeelt de aanvraag echter integraal en gelet op de eerder genoemde vraagtekens bij het andere deel van het plan (de micro-topografie), kan de commissie niet anders dan tot een negatief advies voor het gehele plan komen. 

De commissie raadt het college aan om de ontbrekende informatie – hoe het risico op afkalving van de legakker wordt voorkomen – bij de initiatiefnemer op te vragen en de adviesvraag dan opnieuw aan de commissie voor te leggen. Daarbij is het goed om aan de initiatiefnemer mee te geven dat de commissie voor traditionele beschoeiingen in dit gebied meestal een hoogte van 40 cm boven waterpeil adviseert, in hout uitgevoerd (althans in ieder geval de zichtbare delen). Mocht er in plaats van een traditionele beschoeiing worden gekozen voor een natuurvriendelijke beschoeiing, dan wordt dit toegejuicht door de commissie.

Namens de Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit Stichtse Vecht,

secretaris gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit

Aanvraagdatum: 11 maart 2026
Adviesdatum: 25 maart 2026

Zaaknummer: Z2026-00000504
Behandeling: schriftelijk meervoudig, leges cf. art. 2.50 lid 1 onder d2 Tarieventabel Legesvo. 2026

Betreft: Het vernieuwen van de beschoeiing en steiger, Nieuweweg 5 te Breukelen
Geacht college,

De Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit is gevraagd een legalisatie advieste geven over het vernieuwen van de beschoeiing en steiger, Nieuweweg 5 3621AZ te Breukelen.

Omschrijving situatie

Het betreft het vervangen van een houten beschoeiing door een nieuwe beschoeiing van hout op dezelfde hoogte. Daarnaast wordt de steiger vernieuwd zonder wijzigingen aan de situatie.

Onderzoeksvraag

Gelet op het voorgaande is de volgende onderzoeksvraag geformuleerd: 

“Voldoet het plan welstandshalve en worden de betrokken waarden (cultuurhistorie, natuur en landschap) niet onevenredig geschaad door de bouwactiviteiten? Zo nee/ja, waarom?”

De leden op het gebied van Cultuurhistorie, Natuur, Landschap en Welstand (ruimtelijke kwaliteit) zijn gevraagd om advies te geven. 

Toetsingskader

De commissie heeft als taak de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.

Het toetsingskader voor de commissie vormt - ingevolge artikel 17.9, derde lid, Omgevingswet - de omgevingsvisie, het omgevingsplan, de welstandsnota en het actuele vastgestelde gemeentelijk beleid ten aanzien van de omgevingskwaliteit.

Van toepassing zijn de bepalingen uit het omgevingsplan gemeente Stichtse Vecht, tijdelijk deel Kievitsbuurten. Daaruit volgt dat in het bijzonder het volgende in aanmerking dient te worden genomen. Het plan past binnen het omgevingsplan.

De voor "Water -Natuur- en Landschapswaarden" aangewezen gronden zijn bestemd voor het behoud en herstel van de ter plaatse aanwezige cultuurhistorische, landschaps- en natuurwaarden. Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Natuur - Landschapswaarden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden de volgende werken, voor zover geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: het aanleggen of aanbrengen van (oever)beschoeiingen, kaden en aanlegplaatsen. Deze activiteit is slechts toelaatbaar indien daardoor de natuur-, landschaps- en cultuurhistorische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast. Het bevoegd gezag verleent uitsluitend een omgevingsvergunning na schriftelijk advies van een deskundige inzake de te beschermen waarden. (art. 11.5).

De voor "Natuur- Landschapswaarden" aangewezen gronden zijn bestemd voor oeverbeschoeiingen. Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Natuur - Landschapswaarden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden de volgende werken, voor zover geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: het aanleggen of aanbrengen van (oever)beschoeiingen, kaden en aanlegplaatsen. Deze activiteit is slechts toelaatbaar indien daardoor de natuur-, landschaps- en cultuurhistorische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast. Het bevoegd gezag verleent uitsluitend een omgevingsvergunning na schriftelijk advies van een deskundige inzake de te beschermen waarden. (artt. 6.5).

Advies

De commissie adviseert positief. 

In het onderstaande wordt toegelicht hoe de commissie tot dit advies is gekomen. Bij de beoordeling zijn de stukken betrokken zoals deze zijn ingediend bij de aanvraag.

De beschoeiing en de steiger voldoen Welstandshalve. Beiden zijn van hout en veranderen niet in omvang. De beschoeiing voldoet daarmee aan de redelijke eisen van welstand. De steiger is degelijk vormgegeven en voldoet daarmee ook aan de redelijke eisen van welstand.

De aanwezige Cultuurhistorische en Landschappelijke waarden bestaan hier uit het patroon van legakkers en watergangen. Behoud en bescherming van de steiger en beschoeiing is belangrijk omdat dit bijdraagt aan het behoud van de legakker. Het gebruik van hardhout is passend in de omgeving. Gezien de omvang niet verandert is de commissie wat deze waarden betreft positief.

Wat Natuur betreft is de GAVO positief. In dit gebied is het gebruikelijk dat beschoeiingen niet hoger zijn dan 0,4 meter. Daar voldoet deze beschoeiing aan.

Concluderend, de commissie is positief over de vernieuwing van de beschoeiing en steiger. Het plan voldoet welstandshalve en de betrokken waarden (Cultuurhistorie, Natuur en Landschap) worden niet onevenredig geschaad door de bouwactiviteiten.

Namens de Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit Stichtse Vecht,

Secretaris gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit

Aanvraagdatum: 26 februari 2026
Adviesdatum: 4 maart 2026
GAVO/gemeentelijk zaaknummer: Z2026-00000158
Behandeling: regulier (meervoudige zitting), leges cf. art. 2.50 lid 1 onder e Tarieventabel

Betreft: Het aanleggen van een tuin, Timmermanslaan 2 te Maarssen

Geacht college,

De Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit is gevraagd een definitief advies te geven over de tuininrichting bij de woning gelegen aan de Timmermanslaan 2 (3601GP Maarssen) te Maarssen. 

Voorgeschiedenis

Dit initiatief is eerder door de commissie behandeld in de vorm van een vooroverlegplan op 10 december 2025. De commissie was in principe positief. Bij de officiële vergunningaanvraag diende wel nog aandacht te zijn voor:

  • de vormgeving, materiaalgebruik, kleurstelling en dakbedekking van de schuur; 
  • de hoogte en vormgeving van de damwand/beschoeiing: liefst zo laag mogelijk en rekening houdend met opties voor verplaatsing van dieren tussen water en land; 
  • het zicht vanuit de Vecht; 
  • zorgvuldige planning van de aanleg. 

Beschrijving aanvraag

Intussen heeft de initiatiefnemer een definitieve vergunningaanvraag ingediend en ligt het plan opnieuw bij de commissie voor. Het betreft de tuinaanleg, vervangen beschoeiing en plaatsen van een schuur met overkapping.

Onderzoeksvraag

Gelet op het voorgaande is de volgende onderzoeksvraag geformuleerd: 

“Voldoet het plan aan de redelijke eisen van welstand? Worden de aanwezige waarden van cultuurhistorie, natuur, landschap en ecologie niet geschaad of kan schade worden voorkomen? Is voldoende tegemoet gekomen aan de adviezen van de commissie bij het vooroverleg?” 

De leden op het gebied van welstand (ruimtelijke kwaliteit en monumenten), cultuurhistorie, natuur/ecologie en landschap en burgerperspectief zijn gevraagd om advies te geven. 

Toetsingskader

De commissie heeft als taak de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.

Het toetsingskader voor de commissie vormt - ingevolge artikel 17.9, derde lid, Omgevingswet - de omgevingsvisie, het omgevingsplan, de welstandsnota en het actuele vastgestelde gemeentelijk beleid ten aanzien van de omgevingskwaliteit. Tevens is rekening gehouden met het bepaalde in artikel 5.22 Omgevingswet omtrent een rijksmonumentenactiviteit.

Van toepassing zijn de bepalingen uit het omgevingsplan gemeente Stichtse Vecht, tijdelijk deel ‘Rondom de Vecht’. Daaruit volgt dat in het bijzonder het volgende in aanmerking dient te worden genomen.

Het initiatief past binnen het omgevingsplan. Wel gelden er enkele voorwaarden voor het verlenen van een omgevingsvergunning.

Op deze locatie rusten de waarden ‘Cultuurhistorie, landschap en natuur’ / ‘Ecologie’ / ‘Beschermd dorpsgezicht’ / ‘Buitenplaats’. 

De voor ‘Waarde - Cultuurhistorie, landschap en natuur’ aangewezen gronden zijn mede bestemd voor het behoud, herstel, beheer en de versterking van de aanwezige cultuurhistorische waarden, natuur- en landschapswaarden in de vorm van bebouwde en onbebouwde structuren, elementen, systemen, patronen en zichtlijnen (artikel 32.1 aanhef en onder a).

De voor ‘Waarde – Ecologie’ aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van een natte en/of droge ecologische verbindingszones en het netwerk van kerngebieden en de daarbij behorende omliggende verbindingen. En daarnaast – vanwege de ‘specifieke vorm van waarde - ecologie’ – tevens voor het behoud, beheer en de realisatie van het Natuurnetwerk Nederland (artikel 33.1 aanhef en onder a).

De voor ‘Waarde - Beschermd dorpsgezicht’ aangewezen gronden zijn mede bestemd voor het behoud en de versterking van de aanwezige cultuurhistorische en/of architectonische waarden van de bebouwing en andere objecten (artikel 29.1).

De voor ‘Buitenplaats’ bestemde gronden zijn mede bestemd voor het behoud, herstel en beheer van landschappelijke-, cultuurhistorische- en natuurwaarden in de vorm van (elementen uit) (natuur- /over) tuinen, parken, bossen, waterpartijen (artikel 6.1 sub a onder 1).

Een omgevingsvergunning kan alleen worden genoemd indien de hierboven genoemde waarden niet worden geschaad of als schade kan worden voorkomen. Daartoe wordt advies aan deze commissie gevraagd.

Advies

De commissie adviseert positief onder voorwaarden.

In het onderstaande wordt toegelicht hoe de commissie tot dit advies is gekomen. Bij de beoordeling zijn de stukken betrokken zoals deze zijn ingediend bij de aanvraag, alsmede de toelichting die tijdens de commissievergadering is gegeven door de initiatiefnemer.

Het plan komt voldoende tegemoet aan de aandachtspunten die tijdens het vooroverleg door de commissie zijn genoemd.

Vanuit het oogpunt van welstand, cultuurhistorie en landschap is de commissie blij met de nadere uitwerking van de vormgeving, materiaalgebruik, kleurstelling en dakbedekking van de schuur, alsmede met de duidelijke tekening van de damwand/beschoeiing. Dit is goed vormgegeven, met in achtneming van het eerdere advies van deze commissie.

Cultuurhistorisch gezien is het wel van belang dat de goothoogte van de schuur niet hoger is dan de goothoogte van de schuur van de buren. Hetzelfde geldt voor de hoogte van de damwand/ beschoeiing. Dit is nu niet inzichtelijk, aangezien de afmetingen van de schuur en beschoeiing van de buren ontbreken. De commissie zal dit daarom als voorwaarde opnemen.

Wat betreft de natuurwaarden, is de commissie zeer te spreken over het plan. Het voorzien van uittreedtrapjes bij de damwand/beschoeiing is een goede toevoeging. Net als het sedum-dak op de schuur. Verder wordt er goed gebruik gemaakt van inheemse en natuurlijke planten- en boomsoorten.

Vanuit het burgerperspectief ziet de commissie dat dit plan de omgevingskwaliteit ten goede zal komen. Het is een zorgvuldig opgesteld plan. De initiatiefnemer heeft goed inzichtelijk gemaakt dat er geen afbreuk zal worden gedaan aan het zicht vanuit de Vecht. Verder is het positief dat er enige afstemming met de buren heeft plaatsgevonden. De commissie raadt aan dat initiatiefnemer ook voor het verdere vervolg in contact blijft met de buren om dit in goede banen te leiden.

Concluderend, komt de commissie tot een positief advies onder de voorwaarden dat:

  • de goothoogte van de schuur niet hoger is dan de goothoogte van de schuur van de buren aan de Timmermanslaan 4;
  • de hoogte van de damwand/beschoeiing gelijk is aan die van de buren op nr. 4.

Namens de Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit Stichtse Vecht,

secretaris gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit

Aanvraagdatum: 25-02-2026
Adviesdatum: 12-03-2026
Zaaknummer: Z2026-00000400
Behandeling: schriftelijk meervoudig, leges cf. art. 2.50 lid 1 onder d2 Tarieventabel Legesvo. 2026

De Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit is gevraagd een definitief advies te geven over het vernieuwen van een plankier, De Plassen Zuid 375, 3621PZ Breukelen.

Beschrijving situatie

De initiatiefnemer wil de huidige houten plankier gaan vernieuwen. Het materiaal blijft gelijk, maar de locatie van het plankier wordt wel deels anders.

Onderzoeksvraag

Gelet op het voorgaande is de volgende onderzoeksvraag geformuleerd: 

Voldoet het plankier aan de redelijke eisen van welstand m.b.t. ruimtelijke kwaliteit?
Vormt het vernieuwen van het plankier een onevenredige aantasting van de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden?

De leden op het gebied van welstand (ruimtelijke kwaliteit), cultuurhistorie, natuur en landschap zijn gevraagd om advies te geven. 

Toetsingskader

De commissie heeft als taak de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.

Het toetsingskader voor de commissie vormt - ingevolge artikel 17.9, derde lid, Omgevingswet - de omgevingsvisie, het omgevingsplan, de welstandsnota en het actuele vastgestelde gemeentelijk beleid ten aanzien van de omgevingskwaliteit.

Van toepassing zijn de bepalingen uit het omgevingsplan gemeente Stichtse Vecht, tijdelijk deel Kievitsbuurten. Daaruit volgt dat in het bijzonder het volgende in aanmerking dient te worden genomen.

Groen – Landschapswaarden:
Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Groen - Landschapswaarden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden de volgende werken, voor zover geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: het aanleggen of verharden van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen. De werken of werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar, indien daardoor de natuur-, landschaps- en cultuurhistorische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast.

Water – Natuur- en Landschapswaarden
Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Water - Natuur- en Landschapswaarden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden de volgende werken, voor zover geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: het aanleggen of aanbrengen van (oever)beschoeiingen, kaden en aanlegplaatsen. De werken of werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar, indien daardoor de natuur-, landschaps- en cultuurhistorische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast.

Het plan past niet in het omgevingsplan, omdat de omvang van het plankier 47 m2 wordt in plaats van de binnenplans toegestane 40 m2. Echter, de huidige situatie - eveneens met een groter oppervlakte dan 40 m2 - is hoogstwaarschijnlijk in 1980 vergund en de commissie houdt daar rekening mee.

Als een activiteit niet (geheel) mogelijk is op basis van het omgevingsplan, kan een initiatiefnemer een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) aanvragen. Het bevoegd gezag kan deze verlenen als de activiteit voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL).

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties betekent dat er een balans bestaat tussen verschillende functies en activiteiten (zoals wonen, werken, recreëren, natuur en infrastructuur) die locaties binnen een gebied kunnen vervullen. Dit gaat verder dan alleen het toewijzen van bestemmingen; het houdt ook rekening met de onderlinge relaties tussen deze functies en hun impact op de omgeving. Het uiteindelijke doel is om een omgeving te creëren die niet alleen functioneel is, maar ook aantrekkelijk en duurzaam op lange termijn. Daarbij draait het om het vinden van balans tussen het beschermen en benutten van de schaarse ruimte in de fysieke leefomgeving.

ETFAL is een open norm. Het bevoegd gezag heeft beleidsruimte bij de invulling van deze norm. Of sprake is van ETFAL moet worden bepaald aan de hand van een belangenafweging, waarbij ook de instructieregels van het rijk en de provincie alsmede het geldende of toekomstige gemeentelijk beleid een rol spelen. Het bevoegd gezag inventariseert de betrokken belangen. Daarbij kan het tot de conclusie komen dat bepaalde belangen, omgevingsfactoren of andere zaken extra onderbouwing nodig hebben voor een besluit kan worden genomen. 

Bij relevante omgevingsfactoren valt onder meer te denken aan geur- en geluidhinder, bezonning, privacy, parkeergelegenheid, verkeersveiligheid, sociale veiligheid, gezondheid, natuur, stikstof, water, stedenbouwkundige beoordeling, ruimtelijke uitstraling, cultuurhistorische waarde, landschappelijke inpassing, behoefte aan en (maatschappelijk) belang van het initiatief en de impact ervan op andere functies. Daartoe kan advies worden ingewonnen bij deze commissie. Vervolgens maakt het bevoegd gezag de belangenafweging en beoordeling of er sprake is van ETFAL.

Advies

De commissie adviseert positief. 

In het onderstaande wordt toegelicht hoe de commissie tot dit advies is gekomen. Bij de beoordeling zijn de stukken betrokken zoals deze zijn ingediend bij de aanvraag.

Vanuit het perspectief van natuur is de commissie positief. Het plankier wordt kleiner en daarmee wordt het oppervlakte aan groen groter. De aanwezige natuurwaarden worden dus niet aangetast en mogelijk een beetje verbeterd. 
Ook vanuit landschap is de commissie positief. Vanuit landschap is behoud van de legakker het belangrijkst. Het vervangen van het plankier heeft daar geen invloed op. Dus vanuit landschap geen bezwaar.

Vanuit cultuurhistorie is de commissie ook positief. De wijzigingen aan het plankier hebben geen negatieve invloed op de cultuurhistorische waarden. De beschoeiing blijft gelijk, het materiaal blijft gelijk, alleen het oppervlakte neemt af. Maar daar is geen bezwaar tegen.

Vanuit welstand is de commissie positief. Welstandshalve wordt het alleen maar beter. Het oppervlak van het plankier neemt af en voor de rest wijzigt er niets. Hout blijft hout en ook de hoogte wordt niet aangepast.

Concluderend, de GAVO is positief over het plan. Het materiaal en de hoogte blijven gelijk. Het oppervlakte van het plankier neemt af en komt in de buurt van wat binnenplans is toegestaan. De omgevingskwaliteit wordt dan ook eerder beter dan slechter.

Namens de Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit Stichtse Vecht,

Secretaris gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit

Aanvraagdatum: 23 februari 2026
Adviesdatum: 11 maart 2026

Zaaknummer:Z2026-00000341
Behandeling: schriftelijk meervoudig, leges cf. art. 2.50 lid 1 onder d2 Tarieventabel Legesvo. 2026

De Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit is gevraagd een definitief advies te geven over het vernieuwen van de beschoeiing aan De Plassen Noord 254 te Breukelen.

Beschrijving vergunningaanvraag

Het betreft het vervangen van een houten beschoeiing van 0,5 m boven waterpeil door een nieuwe beschoeiing van hout en kunststof op dezelfde hoogte.

Onderzoeksvraag

Gelet op het voorgaande is de volgende onderzoeksvraag geformuleerd: 

“Voldoet het plan welstandshalve en worden de betrokken waarden (cultuurhistorie, natuur en landschap) niet onevenredig geschaad door de bouwactiviteiten? Zo nee/ja, waarom?”

De leden op het gebied van welstand (ruimtelijke kwaliteit), cultuurhistorie, natuur en landschap zijn gevraagd om advies te geven. 

Toetsingskader

De commissie heeft als taak de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.

Het toetsingskader voor de commissie vormt - ingevolge artikel 17.9, derde lid, Omgevingswet - de omgevingsvisie, het omgevingsplan, de welstandsnota en het actuele vastgestelde gemeentelijk beleid ten aanzien van de omgevingskwaliteit.

Van toepassing zijn de bepalingen uit het omgevingsplan gemeente Stichtse Vecht, tijdelijk deel Kievitsbuurten. Daaruit volgt dat in het bijzonder het volgende in aanmerking dient te worden genomen.

De aanvraag past binnen het bestemmingsplan. Wel gelden er enkele voorwaarden voor het verlenen van een vergunning. Daartoe wordt deze commissie om advies gevraagd.

De in deze aanvraag verzochte activiteiten zijn slechts toelaatbaar indien daardoor de natuur-, landschaps- en cultuurhistorische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast (art. 5 en 11). Daarnaast moeten beschoeiingen voldoen aan de redelijke eisen van welstand.

Advies

De commissie adviseert positief. 

In het onderstaande wordt toegelicht hoe de commissie tot dit advies is gekomen. Bij de beoordeling zijn de stukken betrokken zoals deze zijn ingediend bij de aanvraag.

De beschoeiing voldoet welstandshalve. Weliswaar wordt de beschoeiing nu deels in kunststof in plaats van volledig in hout uitgevoerd, maar de kunststofdelen bevinden zich met name onder water. De gording en dekplank zijn het meest beeldbepalend aanwezig en juist die blijven van hout. De beschoeiing voldoet daarmee aan de redelijke eisen van welstand.

De aanwezige cultuurhistorische en landschappelijke waarden bestaan hier uit het ensemble van legakkers en trekgaten. Behoud en bescherming van de legakker is daarom belangrijk. De beschoeiing draagt hier aan bij. Bij voorkeur wordt hardhout voor de beschoeiing gebruikt. Echter is de visuele impact van het kunststof hier deel beperkt. Kunststof lijkt esthetisch op hardhout (anders dan bijvoorbeeld staal) en de meest zichtbare delen worden wel in hout uitgevoerd. De invloed op de cultuurhistorische en landschappelijke waarden is daardoor gering en staat niet in de weg aan een positief advies.

De hoogte van 0,5 meter boven het waterpeil is hoger dan gebruikelijk in dit gebied. De meeste beschoeiingen die hier liggen zijn 0,4 meter boven waterpeil. Voor de uniformiteit van het gebied en de herkenbaarheid van de legakkers adviseert de commissie daarom meestal om overal een beschoeiing van maximaal 40 cm boven het waterpeil aan te houden. Echter, in dit geval ligt dat anders. Dit zou betekenen dat de hele legakker 10 cm moet worden afgegraven. Dit levert landschappelijk en ecologisch gezien meer schade op dan handhaving op 50 cm boven waterpeil. 

Wat betreft de natuurwaarden is verder nog het volgende van belang. De locatie ligt in een NNN gebied (maar niet in Natura2000). Er zijn dus enige natuurwaarden aanwezig. Voor het in- en uittreden van dieren (watervogels en amfibieën) vormt de hoogte van de beschoeiing van 0,5 meter boven waterpeil een belemmering. Echter, aangezien de huidige hoogte al 50 cm boven het waterpeil is en dit ook zo blijft, worden natuurwaarden niet verder aangetast dan in de huidige situatie. De voor- en nasituatie zijn gelijk. Voor natuur maken de kunststof delen niet uit. Vanuit natuur is er dus geen bezwaar tegen deze beschoeiing.

Concluderend, komt de commissie tot een positief advies. Het plan voldoet welstandshalve en de betrokken waarden (cultuurhistorie, natuur en landschap) worden niet onevenredig geschaad door de bouwactiviteiten.

Namens de Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit Stichtse Vecht,

Secretaris gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit

Aanvraagdatum: 25 februari 2026
Adviesdatum: 4 maart 2026
Zaaknummer: Z2026-00000237 en Z2026-00000356
Behandeling: schriftelijk meervoudig, cf. artikel 2.50 lid 1 onder d2 Tarieventabel Legesvo. 2026

De Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit is gevraagd een legalisatie advies te geven over het plaatsen van een netstation en een provisorium, nabij Klompweg 74 1393PM Nigtevecht.

Bestaande en toekomstige situatie

Op het perceel Klompweg 46-72 in Nigtevecht is een elektriciteitshuisje geplaatst. Het bestaande gebouwtje is verwijderd. De werkzaamheden hebben dus al plaatsgevonden op het moment dat de commissie de aanvraag beoordeelt. Het elektriciteitshuisje is gelegen op het perceel Klompweg 46-72 in Nigtevecht. Het park is een rijksmonument (het grootste deel van de werkzaamheden liggen in Park Zwaanwijck, monumentnummer: 520377). Voor korte duur heeft er een provisorium gestaan om stroom te kunnen garanderen tijdens de werkzaamheden.

Onderzoeksvraag

Gelet op het voorgaande is de volgende onderzoeksvraag geformuleerd: 

“Voldoet de steiger aan de redelijke eisen van welstand m.b.t. ruimtelijke kwaliteit en monumenten? Vormen het plaatsen van een netstation (en tijdelijk een provisorium) een onevenredige aantasting van de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden?”

De leden op het gebied van Natuur en Landschap, Welstand (ruimtelijke kwaliteit en monumenten gecombineerd) en Cultuurhistorie zijn gevraagd om advies te geven. 

Toetsingskader

De commissie heeft als taak de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.

Het toetsingskader voor de commissie vormt - ingevolge artikel 17.9, derde lid, Omgevingswet - de omgevingsvisie, het omgevingsplan, de welstandsnota en het actuele vastgestelde gemeentelijk beleid ten aanzien van de omgevingskwaliteit. Tevens is rekening gehouden met het bepaalde in artikel 5.22 Omgevingswet omtrent een rijksmonumentenactiviteit. Dit is in het tijdelijk deel Landelijk Gebied Noord vastgelegd in artt. 6, 34.2, 22.27 en 22.28. De aanvraag past binnen het omgevingsplan.

Van toepassing zijn de bepalingen uit het omgevingsplan gemeente Stichtse Vecht, tijdelijk deel Landelijk Gebied Noord. Daaruit volgt dat in het bijzonder het volgende in aanmerking dient te worden genomen. 

Op grond van artt. 23, 27, 28 en 29 van tijdelijk deel Landelijk gebied Noord is advies voor de disciplines Cultuurhistorie, Natuur en Landschap nodig.

Advies

De commissie adviseert positief onder voorwaarde.

In het onderstaande wordt toegelicht hoe de commissie tot dit advies is gekomen. Bij de beoordeling zijn de stukken betrokken zoals deze zijn ingediend bij de aanvraag.

De commissie is gevraagd om advies te geven over het plaatsen van een netstation en een tijdelijke provisorium in een monumentaal pand. De GAVO heeft geen bezwaar tegen het tijdelijke provisorium vanwege de tijdelijke aard. Ingewikkelder is het plaatsen van een netstation. Dit staat er namelijk al, zonder noodzakelijk vergunning. De commissie vindt dit duidelijk onwenselijk en dit is Stedin aan te rekenen.

De commissie gaat in haar advies en onderzoeksvraag uit van de huidige situatie.

Wat de discipline Natuur betreft heeft de commissie bezwaren. Er is een knotboom verwijderd zonder Flora en Fauna onderzoek. Mogelijk is hierdoor een winterverblijfplaats van vleermuizen of broedplaats voor vogels vernietigd. Aangezien er geen Flora en Fauna onderzoek is uitgevoerd, weet de GAVO dit niet. Tegelijkertijd denkt de commissie dat de schade wel mee zal vallen aangezien de knotboom relatief jong is en er waarschijnlijk geen boomholtes aanwezig waren. 

Ook vanuit Landschap heeft de commissie bezwaren. Het netstation heeft namelijk een gezichtsbepalende en karakteristieke landschapsstructuur -de knotbomenrij- aangetast. De commissie is vanuit Natuur en Landschap positief, maar stelt als voorwaarde dat er weer tenminste één knotboom (liefst meer) wordt teruggeplaatst.

Wat welstand (ruimtelijke kwaliteit en monumenten) en cultuurhistorie betreft is de commissie positief. Vormgeving en materiaal sluiten in hoofdlijnen aan bij het voormalige netstation en zijn niet heel dominant, dus daar is geen bezwaar tegen. Wel merkt de commissie op dat vanuit zowel cultuurhistorie als welstand het beter was geweest om het netstation een kwartslag te draaien. Dit omdat het netstation dan meer zou aansluiten bij de verkaveling en minder het zicht blokkeert. Bovendien was het grijze paneel dan minder goed zichtbaar geweest. 

Concluderend, de commissie is positief over de verrichte werkzaamheden, onder voorwaarde van het plaatsen van ten minste één knotboom.

Namens de Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit Stichtse Vecht,

Secretaris gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit

Februari 2026

Aanvraagdatum: 11 februari 2026
Adviesdatum: 25 februari 2026
Zaaknummer: Z2026-00000267
Behandeling: enkelvoudig, leges cf. art. 2.50 lid 1 onder d1 Tarieventabel Legesvo. 2026

Geacht college,

De Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit is gevraagd een definitief advies te geven over het leggen van kabels en plaatsen van een netstation te Oostwaard 9, 3602 AA Maarssen.

Bestaande en toekomstige situatie

Het betreft een aanvraag van Stedin voor het leggen van kabels en plaatsen van een netstation. Het betreffen locaties waar volgens het Parapluplan Archeologie waardes op rusten:

  • Zone Archeologie 2: kabels met een lengte van 399 meter.
  • Zone Archeologie 1: kabels met een lengte van 107 meter.
  • De sleuven zijn 0,6-0,8 meter diep en 0,5 meter breed.

Onderzoeksvraag

Gelet op het voorgaande is de volgende onderzoeksvraag geformuleerd: 

Kan de commissie vanuit archeologisch perspectief instemmen met het verlenen van een omgevingsvergunning voor het leggen van kabels en plaatsen van een netstation bij de Oostwaard 9 te Maarssen en, zo ja, moeten hier voorwaarden aan worden verbonden?

Het lid op het gebied van archeologie is gevraagd om advies te geven. 

Toetsingskader

De commissie heeft als taak de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.

Het toetsingskader voor de commissie vormt - ingevolge artikel 17.9, derde lid, Omgevingswet - de omgevingsvisie, het omgevingsplan, de welstandsnota en het actuele vastgestelde gemeentelijk beleid ten aanzien van de omgevingskwaliteit.

De aanvraag past binnen het Omgevingsplan. Van toepassing zijn de bepalingen uit het omgevingsplan gemeente Stichtse Vecht. Er rusten archeologische waardes op de planlocaties volgens het Parapluplan Archeologie. Daaruit volgt dat in het bijzonder het volgende in aanmerking dient te worden genomen.

Een deel van de planlocatie bevindt zich in de zone van Archeologie 1 (art. 3.4) en een ander deel in de zone van Archeologie 2 (art. 4.4): het is verboden hier grondwerkzaamheden te verrichten zonder omgevingsvergunning. Aan die vergunning kunnen voorwaarden worden bevonden. Voordat over het verlenen van een omgevingsvergunning, of de voorschriften bij de omgevingsvergunning, of het afwijken van de onderzoeksplicht wordt beslist, wint het bevoegd gezag advies in van een door hem aan te wijzen archeologisch deskundige. Daarom wordt de GAVO om advies gevraagd.

Advies

De commissie adviseert positief onder voorwaarde. 

In het onderstaande wordt toegelicht hoe de commissie tot dit advies is gekomen. Bij de beoordeling zijn de stukken betrokken zoals deze zijn ingediend bij de aanvraag.

De commissie ziet geen bezwaren tegen de werkzaamheden. Wel gaat de commissie een voorwaarde verbinden aan haar positieve advies.

Met betrekking tot zone Archeologie 1 ziet de commissie dat deze locatie een hoge archeologische waarde heeft. Onderzoek naar de werkzaamheden is daarbij verplicht. De GAVO gaat als voorwaarde aan haar advies verbinden dat er een archeologisch bureauonderzoek wordt uitgevoerd. De geplande ingreep moet daarbij worden meegenomen en het onderzoek moet adviseren over een eventueel vervolgonderzoek.
Mocht uit het bureauonderzoek blijken dat archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk is dan moet dat onderzoek uiteraard ook worden uitgevoerd. Als veldwerk niet noodzakelijk wordt geacht, geldt een meldplicht voor toevalsvondsten op grond van de Erfgoedwet. 

De commissie begrijpt dat de grond in de zone Archeologie 2 ruim is verstoord. Dit is in overleg geweest met de gemeente. Ook hier geldt dat het verplicht is om archeologische toevalsvondsten op grond van de Erfgoedwet altijd te vermelden.

Concluderend, de commissie is positief onder voorwaarde dat er een archeologisch bureauonderzoek wordt uitgevoerd dat ingaat op de ingreep en adviseert over een eventueel vervolgonderzoek.

Namens de Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit Stichtse Vecht,

Secretaris gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit

Aanvraagdatum: 12 februari 2026
Adviesdatum: 18 februari 2026

Zaaknummer: Z2026-00000226
Behandeling: regulier (meervoudige zitting), leges cf. art. 2.50 lid 1 onder 3 Tarieventabel Legesvo.

De Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit is gevraagd een definitief advies te geven over het verbeteren van de dijk (dijk ter hoogte van de noord- en zuidoever) van de Geuzensloot, Nieuwer ter Aa.

Bestaande situatie

In het noordwestelijke gedeelte van Nieuwer ter Aa bevindt zich een dijk in slechte staat. De dijk uit deze casus betreft de groene lijn. Uit de laatste controle van het waterschap is gebleken dat de dijk ter hoogte van de noord- en zuidoever van de Geuzensloot niet hoog en sterk genoeg is. Het meest oostelijke plangebied betreft de Angstel.

Toekomstige situatie

De dijk gaat versterkt worden. Dit vindt plaats door middel van het plaatsen van klei in de dijkversterking, ophoging van de dijk, teelaarde in de afwerking, staal in de constructie, het plaatsen van onbehandeld houten beschoeiingen en asfalt in de op te hogen rijweg. Er wordt 2100 m3 grond afgevoerd.

Er worden objecten verwijderd om de werkzaamheden uit te kunnen voeren. Dit gaat om bestaande houten beschoeiingen, bestaande asfaltverharding en er wordt een schuur opgehoogd. Daarnaast worden er ook bomen gekapt vanwege de ophoging.

Onderzoeksvraag

Gelet op het voorgaande is de volgende onderzoeksvraag geformuleerd: 

Kan de commissie instemmen met de geplande werkzaamheden tot het herstel van de dijk? Voldoen de plannen aan de redelijke eisen van welstand? Worden de betrokken waardes niet geschaad?” 

De leden op het gebied van archeologie, cultuurhistorie, ecologie, natuur en landschap, verkeer, water, welstand (ruimtelijke kwaliteit) en burgerperspectief zijn gevraagd om advies te geven. 

Toetsingskader

De commissie heeft als taak de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.

Het toetsingskader voor de commissie vormt - ingevolge artikel 17.9, derde lid, Omgevingswet - de omgevingsvisie, het omgevingsplan, de welstandsnota en het actuele vastgestelde gemeentelijk beleid ten aanzien van de omgevingskwaliteit.

Van toepassing zijn de bepalingen uit het omgevingsplan gemeente Stichtse Vecht, tijdelijk delen Landelijk Gebied Noord en Landelijk Gebied West. Daaruit volgt dat in het bijzonder het volgende in aanmerking dient te worden genomen. De werkzaamheden passen binnen het omgevingsplan.

Bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied West’

Welstand: voor de activiteit bouwen, plaatsen van de stalen damwanden: zie de betreffende tekeningen en profielen van de damwanden ‘Dijkvak 10B’ en ‘Dijkvak 15’.
Waarde – Archeologie -4: het bevoegd gezag wint advies in van een door hen aan te wijzen deskundige, alvorens omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning beslissen. Beoordeling of sprake is van onevenredig aantasten van de aangeduide waarden.
Natuur: beoordeling of er sprake is van onevenredige aantasting van de landschappelijke -en de natuurwaarden. 

Ecologische Hoofdstructuur: beoordeling of sprake is van onevenredig aantasten van de aangeduide waarden.

Agrarisch met waarden -Landschapswaarden: beoordeling of sprake is van onevenredig aantasten van de aangeduide waarden.
M.b.t. Landschap, Cultuurhistorie en Archeologie: zie betreffend onderzoekrapport.

Alle disciplines beoordelen of er een onevenredige aantasting plaatsvindt.

Bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied Noord’

Waarde -Cultuurhistorie 4 (Gedeeltelijk): beoordeling of sprake is van onevenredig aantasten van de aangeduide waarden.
Waarde - Natuur: beoordeling of sprake is van onevenredig aantasten van de aangeduide waarden.
Agrarisch met waarden: beoordeling of sprake is van onevenredig aantasten van de aangeduide waarden.
Verkeer: beoordeling of sprake is van onevenredig aantasten van de aangeduide waarden.

Alle disciplines beoordelen of er een onevenredige aantasting plaatsvindt.

Advies

De commissie adviseert positief. 

In het onderstaande wordt toegelicht hoe de commissie tot dit advies is gekomen. Bij de beoordeling zijn de stukken betrokken zoals deze zijn ingediend bij de aanvraag, alsmede de toelichting die tijdens de commissievergadering is gegeven door de initiatiefnemer.

In algemene is de commissie het met de initiatiefnemer eens dat de dijkverbetering moet plaatsvinden. De wijze waarop het waterschap dit van plan is, is begrijpelijk en in grote lijnen akkoord. Wel geeft de commissie op een aantal terreinen nog adviezen mee.

Wat archeologie betreft is het positief dat er archeologisch vervolgonderzoek heeft plaatsgevonden door Sweco. Wel vraagt de commissie zich af of Sweco in haar advies kennis heeft gehad van het meest recente dijkontwerp en of er wijzigingen hebben plaatsgevonden met betrekking tot het waterwinningsgebied. Als Sweco hier niet van op de hoogte was, dan is er een (actualisatie van het) bureauonderzoek nodig. Het bureauonderzoek is overigens alleen nodig als dit blijkt uit het recent ingevoerde paraplubestemmingsplan archeologie. Dit parapluplan bevat namelijk nieuwe waardes en vrijstellingsgrenzen. In het geval dat bureauonderzoek nodig is, dan heeft dit wel haast als de planning van de initiatiefnemer gehaald moet worden. Er is ook archeologisch booronderzoek nodig, dat kan leiden tot een opgraving. 

Bij het beoordelen van water is de GAVO positief. Wel is het van belang dat er aan een aantal basisvoorwaarden en voorzorgsmaatregelen wordt voldaan.
Door vergunningsvoorwaarden te stellen en maatregelen te nemen kunnen afspoeling en erosie worden geminimaliseerd. Door de ontwerpen te toetsen op mogelijke impact op stromingspatronen en waterafvoer kunnen ook die effecten worden geminimaliseerd.
Voor wat betreft de grondwaterkwaliteit is het van belang dat bij het vergraven en afvoeren van bijvoorbeeld asfaltstroken, verhardingen en funderingsmaterialen zoveel mogelijk wordt vermeden dat mogelijk daarin voorkomende verontreinigingen in het grondwater terecht komen.
Een duurzaam ontwerp met oog voor de mogelijke hydrologische effecten (kwel en infiltratie) en integratie met natuur-inclusieve maatregelen zoals de voorgestelde natuurvriendelijke oevers kunnen de impact van het project op het watersysteem en de aquatische ecologie verzachten of voorkomen.
De commissie begrijpt dat een hydrologisch rapport en een milieueffectrapportage onderdeel zijn van de vergunningsaanvraag, dat is positief. Nu de commissie deze stukken niet heeft ingezien is bovenstaande voor de volledigheid wel opgeschreven.

Vanuit natuur gezien ziet de commissie geen negatieve effecten. Wel is het van belang dat het onttrekken van water in fases plaats gaat vinden, dus niet al het water in één keer. De kruinophogingen hebben bij zorgvuldig werken geen ecologisch effect. Bij het uitbreiden van dijkvlak 13 is compensatie van belang, al heeft de initiatiefnemer hier gelukkig ook plannen voor. Wat compensatie van natuur betreft is het van belang om eerst natuur toe te voegen voordat natuur wordt verwijderd. 

Vanuit landschap gezien zijn kruinophogingen passend in dit gebied. De commissie is positief over het feit dat de dijk niet wordt rechtgetrokken zodat bestaande kronkelingen zichtbaar blijven. Dit sluit ook aan bij de mening van de commissie met betrekking tot cultuurhistorie. De commissie voegt hieraan toe dat de verwijderde elementen geen historische waarde hebben en teruggeplaatst worden en dat dit in orde is. Ook heeft de commissie vertrouwen in de plannen van het waterschap met betrekking tot de noodzakelijke zorg voor de monumentale panden.

Met betrekking tot verkeer is de commissie positief. Goed dat de aanvoer van materialen vooral vanaf water plaatsvindt in plaats van via land in Oukoop. Zorg er voor dat bestaande wegen met dezelfde  omvang teruggebracht worden en dat de berm bij de N201 goed past in de omgeving. Biodiversiteit bij de berm is mooi meegenomen.

Wat welstand betreft is de GAVO positief. Het is voor de GAVO duidelijk dat beschoeiingen landschappelijk goed worden ingepast. Wel kan dit ter plekke van de woonboten beter ingepast worden. Goed dat de beschoeiing met hout wordt bekleed. 

Vanuit burgerperspectief is de GAVO tevreden over de participatie die heeft plaatsgevonden. Ook is het fijn dat watersporters worden ontzien doordat de werkzaamheden in een andere periode plaatsvinden.

Concluderend, de commissie is positief over de plannen. Wel heeft de commissie een aantal adviezen meegegeven. In het bijzonder belicht de commissie het belang om goed na te gaan of er voldoende archeologisch onderzoek heeft plaatsgevonden en als dat niet het geval is, daarop te handelen.

Namens de Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit Stichtse Vecht,

secretaris Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit

Aanvraagdatum: 26 januari 2026
Adviesdatum: 18 februari 2026

GAVO/gemeentelijk zaaknummer: Z2026-00000043 en Z2026-00000044
Behandeling: regulier (meervoudige zitting), leges cf. art. 2.50 lid 1 onder 3 Tarieventabel Legesvo

De Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit is gevraagd een definitief advies te geven over het herstellen van de fundering en kademuur en het plaatsen van een tijdelijke gronddam van kasteel Nyenrode bij de Straatweg 25c te Breukelen.

Bestaande situatie

Delen van de fundering en de kademuur van het rijksmonument kasteel Nyenrode zijn in slechte staat. De kademuur is deels ingestort.

Toekomstige situatie

De initiatiefnemer wil de fundering en kademuur herstellen naar oorspronkelijke toestand. Delen, zoals weergegeven in de stukken, zullen hersteld worden. Om de kademuur te kunnen herstellen zal een tijdelijke gronddam gebouwd worden. 

Onderzoeksvraag

Gelet op het voorgaande is de volgende onderzoeksvraag geformuleerd: 

“Kan de commissie instemmen met de geplande werkzaamheden tot het herstel van de fundering en kademuur en het plaatsen van een tijdelijke gronddam? Voldoen de plannen aan de redelijke eisen van welstand? Is voldoende tegemoet gekomen aan de wensen van de GAVO zoals besproken op 1 oktober 2025?”

De leden op het gebied van cultuurhistorie, welstand (ruimtelijke kwaliteit en monumenten), archeologie, natuur en landschap en burgerperspectief zijn gevraagd om advies te geven. 

Toetsingskader

De commissie heeft als taak de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.

Het toetsingskader voor de commissie vormt - ingevolge artikel 17.9, derde lid, Omgevingswet - de omgevingsvisie, het omgevingsplan, de welstandsnota en het actuele vastgestelde gemeentelijk beleid ten aanzien van de omgevingskwaliteit. 

Van toepassing zijn de bepalingen uit het omgevingsplan gemeente Stichtse Vecht, tijdelijk deel Nijenrode. Daaruit volgt dat in het bijzonder het volgende in aanmerking dient te worden genomen. De aanvraag past binnen het omgevingsplan.

Op de bestemming rust de waarde natuur (art. 17). De hiervoor aangewezen gronden zijn bestemd voor bescherming, behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische en landschappelijke waarden. Het is verboden op deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning werkzaamheden uit te voeren waaronder het graven, dempen, danwel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, watergangen, greppels, kolken en overige natuurlijke oppervlaktewateren, alsmede het anderszins verlagen van de waterstand. Ook dient rekening gehouden te worden met paragraaf 1.1 van bijlage 4. Een vergunning mag alleen verleend worden als er geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden en/of functies die het plan beoogt te beschermen, tenzij hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen. Voor bovenstaande vraagt het college natuur advies aan deze commissie.

Op deze bestemming rust ook de waarde buitenplaats (art. 16). De hiervoor aangewezen gronden zijn voor het behoud, herstel, beheer en de versterking van het ensemble van de op de buitenplaats aanwezige cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden en hun samenhang, welke met name bestaat uit de historische buitenplaats met de daarbij behorende cultuurhistorisch waardevolle gebouwen. Het is verboden op deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning werkzaamheden uit te voeren waaronder grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, egaliseren, ontginnen en ophogen en het verlagen of verhogen van het waterpeil. Voor het verlenen van een vergunning is deskundig advies nodig. Daarvoor vraagt het college cultuurhistorisch-, welstands- en landschappelijk advies aan de GAVO.

Ten slotte rust op deze bestemming rust de Waarde Archeologie 1 (art. 11). De hiervoor aangewezen gronden zijn bestemd voor het behoud van de in of op de grond aanwezige archeologische waarden. Op de gronden met de bestemming Waarde - Archeologie 1 mogen geen bouwwerken worden gebouwd, tenzij uit het archeologisch rapport blijkt dat archeologische waarden in voldoende mate zijn vastgesteld (in casus moet dit nog worden vastgesteld). 

Daarnaast is het verboden om werkzaamheden uit te voeren op de bestemming Waarde Archeologie 1 zonder omgevingsvergunning als het gaat om 1) het ontgronden, afgraven (waaronder onder andere saneren), onderzuigen, egaliseren, verlagen, afplaggen en/of anderszins ingrijpend wijzigen van de landbodemstructuur (in casu wordt gegraven bij de fundering); 2) het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem (in casu komen er heipalen in de grond); 3) het uitvoeren van werkzaamheden ter verhoging of verlaging van de grondwaterstand (in casu wordt de waterstand verlaagd) 4) het verwijderen van fundamenten (In casu worden fundamenten aangepast). Ook moet worden aangetoond dat archeologische waarden door het uitvoeren van bouwactiviteiten niet of niet onevenredig worden geschaad, dan wel afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud van die waarden. 
Met betrekking tot bovenstaande elementen vraagt het college de GAVO om archeologisch advies.

Advies

De commissie adviseert positief onder voorwaarden. 

In het onderstaande wordt toegelicht hoe de commissie tot dit advies is gekomen. Bij de beoordeling zijn de stukken betrokken zoals deze zijn ingediend bij de aanvraag, alsmede de toelichting die tijdens de commissievergadering is gegeven door de casemanagers van de gemeente.

In algemene zin begrijpt de commissie goed dat de werkzaamheden moeten plaatsvinden. Het betreft een rijksmonument met grote waarde voor de gemeente en elke stap die gezet wordt om dit te beschermen is een stap die wij waarderen. Als commissie zijn wij in januari 2026 ook op werkbezoek geweest bij Nijenrode om de situatie met eigen ogen te zien. 
In ons advies stellen wij een drietal voorwaarden waar in ieder geval aan voldaan moet worden door de initiatiefnemer om op die manier recht te doen aan het historische kasteel.

Vanuit archeologie is de GAVO positief, maar stelt ook voorwaarden. Er liggen twee archeologisch rapporten die de gemeente nog moet goedkeuren. De GAVO stelt als voorwaarde dat dit ook gaat gebeuren. Daarnaast ontbreekt een Programma van Eisen (PVE). De GAVO stelt als voorwaarde dat een PVE wordt opgesteld. Onderdeel daarvan moet zijn dat er archeologische begeleiding plaats moet vinden. Archeologische begeleiding kan leiden tot een opgraving en daarmee moet rekening worden gehouden wat betreft planning en budget. Het is zaak om dit met de  initiatiefnemers te communiceren. Geadviseerd wordt daarnaast om een bouwhistoricus in te schakelen, vanwege de eeuwenoude bouwsporen in het gebouw. Wees betrokken als gemeente en denk erover na wat je doet als het project anders gaat lopen.

Bij het beoordelen van cultuurhistorie is de commissie positief. De ingrepen zijn noodzakelijk voor het behoud van het monument vanwege verzakking. De GAVO vind het belangrijk dat historisch (archeologisch) materiaal behouden blijft en is benieuwd naar de mogelijke historische vondsten. 
Ook vanuit welstand ziet de GAVO het historische belang en het bijbehorende belang van een PVE. Juist vanwege dit historische belang voegt de commissie hieraan toe dat er een plan van aanpak moet worden opgesteld dat beschrijft hoe voorkomen wordt dat interieuronderdelen beschadigd raken. De commissie neemt ook dit op als voorwaarde.

Met betrekking tot natuur wijkt de GAVO enigszins af van de conclusies uit de QuickScan. De werkzaamheden leveren namelijk potentieel wel schade aan de natuur. Dit is namelijk een Natuurnetwerk Nederland gebied (NNN) en leefgebied voor onder andere vissen. Werk zorgvuldig buiten het broedseizoen van vissen en vogels (kleine modderloper). De commissie denkt dat bij het plaatsen van een gronddam de impact op water en natuur groter is dan bij het plaatsen van een stalen gronddam. In ieder geval is het van belang dat vervuilde grond bij het plaatsen van een gronddam wordt voorkomen. Met betrekking tot landschap constateert de commissie dat de ingrepen logisch en begrijpelijk zijn.

Vanuit het burgerperspectief is de commissie positief. De GAVO is positief over het feit dat met de fundering en kademuur wordt begonnen voordat het interieur aangepakt gaat worden.

Concluderend, de commissie is positief onder de volgende voorwaarden:

  • De twee uitgevoerde archeologische rapporten worden goedgekeurd door de gemeente
  • Er wordt een Programma van Eisen opgesteld
  • Er komt een plan van aanpak met betrekking tot het beschermen van interieuronderdelen

Daarnaast heeft de commissie een aantal adviezen meegegeven die hierboven benoemd zijn.

Aanbeveling

Denk na over een scenario dat de kosten (zeer) sterk oplopen. De praktijk wijst uit dat dit namelijk realistisch is. Wellicht kan een fonds worden gecreëerd onder alumni van Nyenrode voor het herstel.

Namens de Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit Stichtse Vecht,

secretaris Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit

Aanvraagdatum: 4 februari 2026

Adviesdatum: 17 februari 2026

Zaaknummer:Z2025-00002519

Behandeling: schriftelijk meervoudig, cf. artikel 2.50 lid 1 onder d2 Tarieventabel Legesvo. 2026

Geacht college,

De Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit is gevraagd een principe-advies te geven over het bouwen van een steiger aan de Mijndensedijk 74 te Nieuwersluis.

Beschrijving aanvraag

Initiatiefnemer wenst een steiger te bouwen in de Vecht, grenzend aan zijn achtertuin. De steiger is bedoeld voor het aanleggen van een roeiboot. Het betreft een T-steiger uitgevoerd in hardhout. 

De steiger voldoet qua vormgeving en afmetingen niet aan het omgevingsplan, maar er is een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid: het is dan wel van belang dat er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van landschappelijke, cultuurhistorische en ecologische belangen.

Onderzoeksvraag

Gelet op het voorgaande is de volgende onderzoeksvraag geformuleerd: 

“Voldoet de steiger aan de redelijke eisen van welstand? 

Vormt de steiger geen onevenredige aantasting van de landschappelijke, cultuurhistorische en ecologische belangen?”

De leden op het gebied van welstand (ruimtelijke kwaliteit & monumenten), cultuurhistorie, ecologie en landschap zijn gevraagd om advies te geven. 

Toetsingskader

De commissie heeft als taak de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.

Het toetsingskader voor de commissie vormt - ingevolge artikel 17.9, derde lid, Omgevingswet - de omgevingsvisie, het omgevingsplan, de welstandsnota en het actuele vastgestelde gemeentelijk beleid ten aanzien van de omgevingskwaliteit. 

Van toepassing zijn de bepalingen uit het omgevingsplan gemeente Stichtse Vecht, tijdelijk deel De Vecht. Daaruit volgt dat in het bijzonder het volgende in aanmerking dient te worden genomen. 

Om gebruik te maken van de binnenplanse afwijkingsmogelijkheid voor grotere steigers, mag er geen onevenredige aantasting plaatsvinden van landschappelijke, cultuurhistorische en ecologische belangen (artikel 3.4.2). Hiertoe wordt advies aan de commissie gevraagd.

Daarbij is ook van belang dat de locatie tot het Beschermd Dorpsgezicht behoort (artikel 5.1). De locatie is mede bestemd voor de instandhouding, bescherming en herstel van de binnen het beschermd dorpsgezicht voorkomende, dan wel daaraan eigen zijnde karakteristieke cultuurhistorische waarden zoals beschreven in de toelichting op het aanwijzingsbesluit in relatie tot de Vecht; de Nieuwe Hollandse Waterlinie met de daarbij behorende bouwwerken; de Stelling van Amsterdam met de daarbij behorende bouwwerken; de historische buitenplaatszones langs de Vecht.

Advies

De commissie adviseert positief.

In het onderstaande wordt toegelicht hoe de commissie tot dit advies is gekomen. Bij de beoordeling zijn de stukken betrokken zoals deze zijn ingediend bij de aanvraag.

De cultuurhistorische en landschappelijke belangen die hier een rol spelen, zijn de breedte van de Vecht en het karakter van de Vecht als vaarroute. Een steiger van deze omvang, die vrij ver de Vecht insteekt, kan deze belangen aantasten omdat hiermee de Vecht wordt versmald. Echter, op nabijgelegen locaties zijn eerder al steigers van vergelijkbare vorm en omvang vergund door de gemeente. De locatie van het huidige plan heeft in verhouding geen hogere cultuurhistorische of landschappelijke waarde dan de locaties waar al een dergelijke steiger is toegestaan. De commissie kan daarom niet anders dan concluderen dat er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de landschappelijke en cultuurhistorische belangen.

Over de ecologische belangen overweegt de commissie als volgt. De steiger ligt in het NNN gebied van de Vecht. De steiger neemt licht weg en belemmert daarmee de groei van waterplanten. Echter door de aanleg van een plankier parallel aan de oever ontstaat een rustige zone aan de oever. Zeker in dit drukke deel van de Vecht is dit winst voor de natuurwaarden. Hier kunnen planten groeien en vissen rusten. Vanuit ecologisch perspectief is de lengte van de steiger dus een pré, omdat daarmee het rustige deel van een redelijke omvang is. Netto zal de aanleg van de steiger geen verlies van ecologische waarden opleveren. 

Tot slot is er ook welstandshalve geen bezwaar tegen de steiger. Het is in dit deel van de Mijndensedijk niet de eerste steiger in deze vorm. Verder is de steiger keurig vormgegeven en volledig van hout, waarmee deze geheel voldoet aan de welstandscriteria ten aanzien van steigers.

Concluderend, komt de commissie tot een positief advies.

Namens de Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit Stichtse Vecht,

secretaris

Aanvraagdatum: 11 februari 2026
Adviesdatum: 17 februari 2026

Zaaknummer: Z2025-00001818
Behandeling: enkelvoudig, leges cf. art. 2.50 lid 1 onder d1 Tarieventabel Legesvo. 2026

De gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit is gevraagd een definitief advies te geven over het ophogen van grond achter de Wagendijk 12 te Kockengen.

Beschrijving aanvraag

Initiatiefnemer wenst grond op te hogen, met als doel het draagvermogen van landbouwgrond te verbeteren. Het is een meerjarenproject, om de transportbewegingen te verspreiden.

Onderzoeksvraag

Gelet op het voorgaande is de volgende onderzoeksvraag geformuleerd: 

“Kan de commissie vanuit archeologisch perspectief instemmen met het verlenen van een omgevingsvergunning voor het ophogen van de grond achter de Wagendijk 12 te Kockengen en, zo ja, moeten hier voorwaarden aan worden verbonden?”

Het deskundig lid archeologie is gevraagd om advies te geven. 

Toetsingskader

De commissie heeft als taak de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.

Het toetsingskader voor de commissie vormt - ingevolge artikel 17.9, derde lid, Omgevingswet - de omgevingsvisie, het omgevingsplan, de welstandsnota en het actuele vastgestelde gemeentelijk beleid ten aanzien van de omgevingskwaliteit.

Van toepassing zijn de bepalingen uit het omgevingsplan gemeente Stichtse Vecht, tijdelijk deel Parapluplan Archeologie. Daaruit volgt dat in het bijzonder het volgende in aanmerking dient te worden genomen.

Op deze locatie rust de Waarde Archeologie 5 (art. 7.4): het betreffen grondwerkzaamheden, zoals genoemd in 7.4.1 sub a. Voor dit soort werkzaamheden geldt o.g.v. 7.4.5: Voordat over het verlenen van een omgevingsvergunning, of de voorschriften bij de omgevingsvergunning, of het afwijken van de onderzoeksplicht wordt beslist, wint het bevoegd gezag advies in van een door hem aan te wijzen archeologisch deskundige. Daarom wordt nu advies gevraagd aan deze commissie.

Advies

De commissie adviseert positief onder voorwaarden. 

In het onderstaande wordt toegelicht hoe de commissie tot dit advies is gekomen. Bij de beoordeling zijn de stukken betrokken zoals deze zijn ingediend bij de aanvraag.

Het archeologisch conceptrapport is goed onderbouwd en navolgbaar: een vervolgonderzoek is niet nodig omdat de beide eventuele archeologische vondstlagen zich op een diepte van 6 m en 70 cm beneden maaiveld bevinden en door de ingreep (in principe) niet worden geraakt. De ophoging zal tot een geringe zetting leiden. Blijft staan dat tijdens de grondverbetering/het afgraven van de grond archeologische vondsten kunnen worden gevonden en dat dat vanzelfsprekend moet worden gemeld op grond van Artikel 5.10 Erfgoedwet. De melding moet worden gedaan bij de RCE (Toevalsvondsten | Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed(Verwijst naar een externe website)), tenzij de gemeente daar andere afspraken over heeft gemaakt en, bijvoorbeeld, eerste aanspreekpunt wil zijn. 

Het enige wat de commissie zich afvraagt is hoe slap de bodem ter plaatse is en, als er met heel zwaar materieel wordt gewerkt, of de verstoring van de grond niet veel dieper zal reiken dan de beoogde 10 cm die worden afgegraven. Een te grote verstoring van de grond moet worden voorkomen. Daarom zal de commissie hieraan een voorwaarde verbinden.

Concluderend, komt de commissie tot een positief advies onder de voorwaarden dat:

  • Bij drassige, slappe bodemcondities moeten voorzieningen worden getroffen die voorkomen dat het zware materieel de bodem dieper dan 0,5 m onder maaiveld verstoord;
  • Archeologische vondsten gemeld worden bij het daarvoor bevoegde aanspreekpunt.

Namens de Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit Stichtse Vecht,

secretaris gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit

Aanvraagdatum: 23 januari 2026
Adviesdatum: 11 februari 2026

Zaaknummer: Z2026-00000072
Behandeling: schriftelijk meervoudig, leges cf. art. 2.50 lid 1 onder d2 Tarieventabel Legesvo. 2026

De Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit is gevraagd een definitief advies te geven over het vernieuwen van de beschoeiing en het plaatsen van een damwand aan de Vreelandseweg 87 te Nigtevecht. 

Beschrijving situatie

Het betreft de ligplaats van een woonboot. De bestaande hardhouten beschoeiing wordt vervangen door een nieuwe hardhouten (palen-schotten) beschoeiing van dezelfde hoogte (0,4m boven waterpeil). De steiger blijft gehandhaafd en wordt teruggeplaatst.

Daarnaast wordt in het verlengde hiervan een hardhouten damwand geplaatst. Deze is bedoeld om golfslag tegen te gaan, zodat de woonboot minder schommelt en rustig blijft drijven. De damwand wordt voorzien van openingen waar water doorheen kan gaan.

Onderzoeksvraag

Gelet op het voorgaande is de volgende onderzoeksvraag geformuleerd: 

“Voldoen de beschoeiing en damwand welstandshalve? 

Worden met het uiterlijk en het aanleggen (dus de uitvoerende werkzaamheden) van de beschoeiing en damwand de aanwezige cultuurhistorische, natuur- en landschapswaarden niet geschaad? 

Zijn er archeologische waarden aanwezig op de planlocatie en is het nodig een archeologisch rapport aan te leveren?”

De leden op het gebied van welstand (ruimtelijke kwaliteit), archeologie, cultuurhistorie, natuur en landschap zijn gevraagd om advies te geven. 

Toetsingskader

De commissie heeft als taak de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.

Het toetsingskader voor de commissie vormt - ingevolge artikel 17.9, derde lid, Omgevingswet - de omgevingsvisie, het omgevingsplan, de welstandsnota en het actuele vastgestelde gemeentelijk beleid ten aanzien van de omgevingskwaliteit.

Van toepassing zijn de bepalingen uit het omgevingsplan gemeente Stichtse Vecht, tijdelijk deel Landelijk Gebied Noord / De Vecht. Daaruit volgt dat in het bijzonder het volgende in aanmerking dient te worden genomen.

Waarde Cultuurhistorie 1 (bestemmingsplan Landelijk Gebied Noord): gronden zijn mede bestemd voor behoud en versterking van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Er mag hier uitsluitend worden gebouwd als de betrokken waarden door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voorwaarden te verbinden gericht op het behoud van de ter plaatse aangeduide waarde. Ten behoeve hiervan wordt de GAVO om advies gevraagd.

Waarde Natuur (bestemmingsplan Landelijk Gebied Noord, art. 29.1 en 29.2): gronden zijn mede bestemd voor het voor het behoud en de versterking van de aanwezige natuur- en landschapswaarden. Er mag hier uitsluitend worden gebouwd als de betrokken waarden door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voorwaarden te verbinden gericht op het behoud van de ter plaatse aangeduide waarde. Ten behoeve hiervan wordt de GAVO om advies gevraagd.

Waarde Ecologie (bestemmingsplan De Vecht, art. 7.1): gronden zijn mede bestemd voor behoud, herstel en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden. Op deze gronden mogen geen grondbewerkingen plaatsvinden. T.b.v. de aanleg van de beschoeiing zal dit wel nodig zijn. Daarvoor kan een vergunning worden verleend, mits de eerdergenoemde natuur- en landschapswaarden hierdoor niet worden aangetast (art. 7.4). Daartoe wordt de GAVO om advies gevraagd.

Daarnaast is het Parapluplan Archeologie van toepassing. Hieruit volgt dat voor de beschoeiing Waarde Archeologie 2 van toepassing is en voor de damwand Waarde Archeologie 5.

Advies

De commissie adviseert:

  • positief onder voorwaarden wat betreft het vernieuwen van de beschoeiing;
  • negatief wat betreft het plaatsen van een damwand.

In het onderstaande wordt toegelicht hoe de commissie tot dit advies is gekomen. Bij de beoordeling zijn de stukken betrokken zoals deze zijn ingediend bij de aanvraag.

Vernieuwen beschoeiing

Het vervangen van de reeds bestaande beschoeiing maakt geen inbreuk op de ter plaatse aanwezige cultuurhistorische en landschappelijke waarden, aangezien deze wordt vervangen door een vergelijkbare beschoeiing met behoud van hoogte, omvang en aanzicht. Het uiterlijk en de functie blijven daarmee gelijk. 

Wat betreft de archeologische waarden, bevindt de te vervangen beschoeiing zich in een ‘Waarde Archeologie 2’ gebied. Dit betekent dat archeologisch onderzoek niet nodig is bij een ingreep kleinder dan 100 m2 óf niet dieper dan 30 cm onder maaiveld. Hier zou van deze regel gebruik kunnen worden gemaakt. Het is dan wel van belang dat de bestaande beschoeiing behoedzaam wordt verwijderd, de nieuwe beschoeiing op dezelfde locatie wordt geplaatst (in al verstoorde grond) én de ankerplaat in de bodem wordt getrild (zonder graafwerkzaamheden). Onder die voorwaarden is archeologisch onderzoek niet nodig. 

Over de natuurwaarden overweegt de commissie als volgt. De locatie ligt in het NatuurNetwerkgebied (NNN) van de Vecht. Het is waarschijnlijk dat er te beschermen natuurwaarden langs de oever in het water aanwezig zijn. Met name de rivierdonderpad (een vis) is een beschermde soort (habitatrichtlijn bijlage II) die in de Vecht leeft en mogelijk op deze locatie voorkomt. Daarnaast zullen ook algemenere watergebonden soorten, zowel vissen, amfibieën als insecten, hier voorkomen. Door de aard van de werkzaamheden is het waarschijnlijk dat er een effect op de aanwezige natuurwaarden zal zijn. De oever en inham waar de woonboot in ligt worden gebruikt door amfibieën en vissen, waaronder de rivierdonderpad, om eitjes te leggen, rusten en schuilen. De inbreuk op de aanwezige natuurwaarden van het vernieuwen van de beschoeiing zal gering zijn. Het betreft een vervanging van een bestaande beschoeiing met een vergelijkbare beschoeiing, van hetzelfde materiaal. Aanwezige dieren op de locatie kunnen eenvoudig een andere plek vinden tijdens de werkzaamheden. Na de werkzaamheden is de nieuwe situatie gelijk aan de oude en daardoor is er geen blijvende aantasting van de natuurwaarden. Aangezien het mogelijk is dat vissen en amfibieën de oever tijdens het paai- en broedseizoen (van maart tot en met mei) gebruiken als nestlocatie is het van belang om in deze periode geen werkzaamheden uit te voeren. De commissie zal dit als voorwaarde opnemen.

Tot slot voldoet de nieuwe beschoeiing welstandshalve, nu deze overeenkomstig de welstandsnota volledig in hout wordt uitgevoerd. 

Concluderend, komt de commissie tot een positief advies onder de volgende voorwaarden:

  • de bestaande beschoeiing wordt behoedzaam verwijderd en de nieuwe beschoeiing wordt op dezelfde locatie geplaatst (in al verstoorde grond);
  • de ankerplaat wordt in de bodem getrild (zonder graafwerkzaamheden);
  • de werkzaamheden worden buiten het paai- en broedseizoen van vissen en amfibieën – dat loopt van maart tot en met mei – uitgevoerd.

Plaatsen damwand

Vanuit cultuurhistorisch perspectief zijn er grote bezwaren tegen het plaatsen van een damwand. Hiermee verandert de situatie aanzienlijk. Zoals op de bijgevoegde kadastrale minuut uit 1811-1832 te zien is (bijlage 1), was er toen al een inham vanaf de Vecht naar de boerderij. Dit zien we bij meer boerderijen. Vervoer van dieren, mensen en melk/kaas/etc. ging vroeger over het water omdat het wegennet minder goed was. Deze inhammen hebben daarom een cultuurhistorische waarde. Door het dichtzetten met een damwand (visueel doortrekken van bestaande walbeschoeiing), al kan er nog water doorheen, verdwijnt deze historische aanleg. 

Ook landschappelijk gezien stuit dit deel van het plan op bezwaren. De landschapswaarde in dit deel van de Vecht is het natuurlijke karakter van de rivier de Vecht. In de omgevingsvisie van Stichtse Vecht ligt dit deel van de rivier in de “Langzame Vecht”. De damwand vormt een aantasting van deze landschappelijke waarde. Door de damwand wordt het “rafelige” karakter van de linkeroever in dit deel van de Vecht, met inhammetjes en uitsteeksels, meer strak getrokken. Dit is een ongewenst effect. De impact hiervan is groot genoeg dat de beleving van het landschap ter plaatse te schaden. Daarom is de plaatsing van de damwand ongewenst.

Een damwand op deze locatie schaadt ook de aanwezige natuurwaarden. Door het plaatsen van een damwand wordt de inham afgesneden van de Vecht en daarmee voor veel waterdieren onbereikbaar. Dergelijke inhammen zijn belangrijke onderdelen in het ecosysteem van de Vecht, omdat ze rust-, paai- en vluchtmogelijkheden creëren. Dergelijke inhammen zijn relatief zeldzaam en daarom ecologisch waardevol. Er is aangegeven dat de damwand via gaten doorlaatbaar wordt gemaakt. Er is echter niet aangegeven hoe groot deze gaten zijn en waar ze zich bevinden. In de tekening wordt een gesloten damwand weergegeven. Ervan uitgaande dat de damwand in ieder geval tot de bodem reikt en dat het aantal gaten beperkt is, is de conclusie dat de damwand een te groot en blijvend negatief effect heeft op de aanwezige natuurwaarden. Door het plaatsen van de damwand gaat feitelijk een deel van het NatuurNetwerkgebied verloren.

Over de archeologische waarden overweegt de commissie als volgt. De waterbodem heeft ‘Waarde Archeologie 5’. De oppervlakte vrijstellingsgrens is 100.000 m2, maar als een ingreep, ongeacht de grootte, dieper gaat dan 30 cm onder maaiveld, is archeologie toch een factor in de vergunningverlening. Op basis van de ingediende stukken heeft de commissie onvoldoende informatie om deze factor goed te kunnen beoordelen. Gelet op de hierboven genoemde zwaarwegende bezwaren wat betreft de andere ter plaatse aanwezige waardden, ziet de commissie echter geen aanleiding om aanvullende informatie op te vragen. Dit zal immers het integrale oordeel niet anders maken.

Tot slot voldoet de damwand weliswaar welstandshalve, nu deze overeenkomstig de welstandsnota volledig in hout wordt uitgevoerd, maar ook dit doet niets af aan de eerder genoemde bezwaren.

Concluderend, komt de commissie tot een negatief advies voor het plaatsen van de damwand.

Aanbeveling

Initiatiefnemer geeft aan dat de damwand vooral is bedoeld om overlast van golfslag te pareren. De commissie wenst een alternatief in overweging mee te geven: om een aan elkaar verbonden rij boomstammen als barrière te gebruiken. Dit vermindert de golfslag, zonder inbreuk te maken op de cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden.

Namens de Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit Stichtse Vecht,

secretaris gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit

Aanvraagdatum: 23 januari 2026
Adviesdatum: 10 februari 2026

Zaaknummer: Z2025-00002517
Behandeling: schriftelijk meervoudig, cf. artikel 2.50 lid 1 onder d2 Tarieventabel Legesvo. 2026

De Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit is gevraagd een definitief advies te geven over het vernieuwen van de oeverbescherming, vanaf Oostwaard 1a tot Dorpsstraat te Oud Zuilen.

Situatie

De bestaande oeverbescherming wordt vrij gegraven en nieuwe oeverbescherming wordt geplaatst.

Onderzoeksvraag

Gelet op het voorgaande is de volgende onderzoeksvraag geformuleerd: 

Voldoet de beschoeiing welstandshalve en worden de cultuurhistorische waarden niet geschaad? 

Worden bij het aanleggen van de beschoeiing de ecologische waarden niet geschaad?

De leden op het gebied van welstand (ruimtelijke kwaliteit), cultuurhistorie en ecologie zijn gevraagd om advies te geven. 

Toetsingskader

De commissie heeft als taak de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.

Het toetsingskader voor de commissie vormt - ingevolge artikel 17.9, derde lid, Omgevingswet - de omgevingsvisie, het omgevingsplan, de welstandsnota en het actuele vastgestelde gemeentelijk beleid ten aanzien van de omgevingskwaliteit.

Van toepassing zijn de bepalingen uit het omgevingsplan gemeente Stichtse Vecht, tijdelijk deel ‘Oud Zuilen en Op Buuren e.o.’ en ‘De Vecht’. Daaruit volgt dat in het bijzonder het volgende in aanmerking dient te worden genomen.

Het initiatief past binnen het omgevingsplan. Wel moet er aan enkele voorwaarden worden voldaan.

Op de planlocatie rust de waarde ‘Cultuurhistorie ’ (De Vecht, art. 6): deze gronden zijn mede bestemd voor behoud en versterking van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Er mag hier uitsluitend worden gebouwd als de betrokken waarden door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voorwaarden te verbinden gericht op het behoud van de ter plaatse aangeduide waarde. Ten behoeve hiervan wordt de GAVO om advies gevraagd.

Daarnaast ligt hier ook de waarde ‘Ecologie’ (Oud Zuilen en Op Buuren e.o., art. 30): de locatie is mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van een natte en/of droge ecologische verbindingszone. Op deze gronden mogen geen grondbewerkingen plaatsvinden. T.b.v. de aanleg van de beschoeiing zal dit wel nodig zijn. Daarvoor kan een vergunning worden verleend, mits de eerdergenoemde werkzaamheden plaatsvinden in het kader van het beheer van de gronden en daarmee geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het in ecologisch opzicht waardevolle gebied. Daartoe wordt de GAVO om advies gevraagd.

Advies

De commissie adviseert positief. 

In het onderstaande wordt toegelicht hoe de commissie tot dit advies is gekomen. Bij de beoordeling zijn de stukken betrokken zoals deze zijn ingediend bij de aanvraag.

Het plan voldoet aan de welstandseisen. In het voorliggende plan wordt de bestaande oeverbescherming vervangen door een beschoeiing met dezelfde hoogte. Net als in de bestaande situatie wordt het geheel uitgevoerd in hout. Het beeld blijft gelijk en door het feit dat het geheel in hout wordt uitgevoerd, voldoet het plan aan de desbetreffende criteria in de welstandsnota.

Ook heeft de commissie de aanwezige ecologische waarden onderzocht. De locatie ligt in het NatuurNetwerkgebied (NNN) van de Vecht. De lengte van de te vervangen beschoeiing is ongeveer 500 meter aan de rechteroever van de Vecht. Langs de oever ligt een smalle groenstrook en een weg (het Zandpad). De groenstrook bestaat voornamelijk uit gras en verspreid komen struiken voor. De groenstrook heeft geen noemenswaardige ecologische waarden.

Het is waarschijnlijk dat er te beschermen ecologische waarden langs de oever in het water aanwezig zijn. Met name de rivierdonderpad (een vis) is een beschermde soort (habitatrichtlijn bijlage II) die in de Vecht leeft en mogelijk op deze locatie voorkomt. Daarnaast zullen ook algemenere watergebonden soorten hier voorkomen. Door de omvang en aard van de werkzaamheden is het waarschijnlijk dat er een effect op de aanwezige ecologische waarden zal zijn. De oever zal gebruikt worden door amfibieën en vissen, waaronder de rivierdonderpad, om eitjes te leggen, te rusten en schuilen.

Aangezien de werkzaamheden alleen aan de rechteroever plaatsvinden en de linkeroever een goed ontwikkelde groene oever is, is de verwachting dat vissen en amfibieën tijdens de werkzaamheden voldoende rust- en schuilruimte hebben aan de overkant, waar zijn naartoe kunnen vluchten Het uiteindelijke effect op de aanwezige ecologische waarden zal hierdoor gering zijn. Aangezien het mogelijk is dat vissen en amfibieën de oever tijdens het paai- en broedseizoen (van maart tot en met mei) gebruiken als nestlocatie is het advies om in deze periode geen werkzaamheden uit te voeren.

Verder is het advies om de werkzaamheden in fases uit te voeren en niet in één keer vijfhonderd meter oever te vergraven. Door in fases te werken of geleidelijk langs de oever op te schuiven, wordt de verstoring van de aanwezige dieren, zoveel mogelijk beperkt. 

De verwachting is dat, na realisatie, de activiteiten niet leiden tot een verlaging van de aanwezige ecologische waarden. Aangezien het de vervanging van een bestaande beschoeiing betreft, gaat er geen leefgebied verloren. 

Tot slot heeft de commissie onderzocht of de cultuurhistorische waarden worden geschaad. Er zit nagenoeg geen verschil tussen de bestaande en nieuwe situatie. Vanuit cultuurhistorie is er daarom geen bezwaar tegen de voorgenomen wijzigingen. Het aanzicht vanaf zowel het water als het land (inclusief natuurlijke glooiing naar het water) veranderen niet. De gekozen materialen zijn passend. Er is ook geen sprake van impact op de cultuurhistorische waarden van Nieuwe Hollandsche Waterlinie. 

Concluderend, komt de commissie tot een positief advies. De beschoeiing voldoet welstandshalve en de aanwezige cultuurhistorische en ecologische waarden worden niet geschaad. Wel adviseert de commissie om de werkzaamheden niet uit te voeren in het paai- en broedseizoen om verstoring van ecologische waarden te voorkomen.

Namens de Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit Stichtse Vecht,

secretaris gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit

Aanvraagdatum: 28 januari 2026
Adviesdatum: 4 februari 2026

Zaaknummer: Z2025-00002438
Behandeling: secretariële afdoening, geen leges verschuldigd

Geacht college,

De Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit is gevraagd een definitief advies te geven over het herstellen van de legakker en vernieuwen van de beschoeiing bij De Plassen Noord 166 te Breukelen.

Op 6 januari 2026 heeft de commissie eerder op dit plan geadviseerd. Het advies van de commissie luidde toen: 

  • positief wat betreft het vervangen van de beschoeiing onder voorwaarde dat de nieuwe beschoeiing een maximale hoogte van 40 centimeter boven het waterpeil heeft;
  • positief voor het herstel van een weggeslagen deel van de legakker onder voorwaarde dat er bij de uitvoering van de werkzaamheden rekening wordt gehouden met aanwezige soorten en met het broedseizoen;
  • negatief over het verwijderen van een deel van de legakker.

Intussen heeft initiatiefnemer de plannen aangepast conform bovenstaand advies. De nieuwe beschoeiing heeft een maximale hoogte van 40 centimeter boven het waterpeil. Daarnaast is het onderdeel ‘verwijderen van een deel van de legakker’ uit de vergunningaanvraag gehaald. De commissie kan daarom positief adviseren. De voorwaarde dat er bij de uitvoering van de werkzaamheden aan de legakker rekening wordt gehouden met de aanwezige soorten en met het broedseizoen blijft uiteraard ook nu gelden. 

Namens de Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit Stichtse Vecht,

secretaris gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit

Aanvraagdatum: 23 januari 2026
Adviesdatum: 3 februari 2026

Zaaknummer: Z2026-00000071
Behandeling: schriftelijk meervoudig, cf. artikel 2.50 lid 1 onder d2 Tarieventabel Legesvo. 2026

Geacht college,

De Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit is gevraagd een definitief advies te geven over het vernieuwen van de beschoeiing aan de Dorpsstraat 86 te Loenen aan de Vecht.

Situatie

De bestaande hardhouten beschoeiing wordt vervangen door een nieuwe hardhouten beschoeiing van dezelfde hoogte (0,6m boven waterpeil). De steiger blijft gehandhaafd en wordt teruggeplaatst.

Onderzoeksvraag

Gelet op het voorgaande is de volgende onderzoeksvraag geformuleerd: 

“Voldoet het uiterlijk van de beschoeiing welstandshalve en worden de cultuurhistorische waarden niet geschaad? Worden bij het aanleggen van de beschoeiing de natuur- en landschapswaarden niet geschaad?”

De leden op het gebied van welstand (ruimtelijke kwaliteit), cultuurhistorie, natuur en landschap zijn gevraagd om advies te geven. 

Toetsingskader

De commissie heeft als taak de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.

Het toetsingskader voor de commissie vormt - ingevolge artikel 17.9, derde lid, Omgevingswet - de omgevingsvisie, het omgevingsplan, de welstandsnota en het actuele vastgestelde gemeentelijk beleid ten aanzien van de omgevingskwaliteit.

Van toepassing zijn de bepalingen uit het omgevingsplan gemeente Stichtse Vecht, tijdelijk deel ‘Loenen aan de Vecht’ en ‘De Vecht’. Daaruit volgt dat in het bijzonder het volgende in aanmerking dient te worden genomen.

Het initiatief past binnen het omgevingsplan. Wel moet er aan enkele voorwaarden worden voldaan.

Op de planlocatie rust de waarde ‘Cultuurhistorie 1’ (Loenen aan de Vecht, art. 27.1 en 27.2): deze gronden zijn mede bestemd voor behoud en versterking van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Er mag hier uitsluitend worden gebouwd als de betrokken waarden door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voorwaarden te verbinden gericht op het behoud van de ter plaatse aangeduide waarde. Ten behoeve hiervan wordt de GAVO om advies gevraagd.

Daarnaast ligt hier ook de waarde ‘Ecologie’ (De Vecht, art. 7.1): de locatie is mede bestemd voor behoud, herstel en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden. Op deze gronden mogen geen grondbewerkingen plaatsvinden. T.b.v. de aanleg van de beschoeiing zal dit wel nodig zijn. Daarvoor kan een vergunning worden verleend, mits de eerdergenoemde natuur- en landschapswaarden hierdoor niet worden aangetast (art. 7.4). Daartoe wordt de GAVO om advies gevraagd.

Advies

De commissie adviseert positief. 

In het onderstaande wordt toegelicht hoe de commissie tot dit advies is gekomen. Bij de beoordeling zijn de stukken betrokken zoals deze zijn ingediend bij de aanvraag.

Het plan voldoet aan de welstandseisen. In de bestaande situatie is alles van hout en ook in de nieuwe situatie is de beschoeiing van hout. Dit alles conform de welstandsnota. De enige wijziging is de toevoeging van een houten dek-plank. Dit vormt welstandshalve geen bezwaar.

De cultuurhistorische waarden worden niet geschaad. Er is voor gekozen om e.e.a. te handhaven of in dezelfde materialen en/of passende materialen uit te voeren. De wijzigingen t.o.v. de huidige situatie zijn dermate gering dat dit vanuit cultuurhistorisch perspectief geen negatieve invloed heeft.

Wat betreft de landschappelijke waarden overweegt de commissie als volgt. In het omgevingsplan heeft de locatie de bestemming “beschermd dorpsgezicht’, het ligt in de invloedsfeer van de Hollandse Waterlinie en een deel van de Vecht is ter plaatse een beschermde molenbiotoop. Deze vertegenwoordigen allemaal beschermde, landschappelijke waarden. Het vervangen van de beschoeiing met dezelfde hoogte t.o.v. van het waterpeil én dezelfde hardhouten materialen, zal de genoemde waarden naar verwachting niet aantasten, aangezien het uiterlijk gelijk blijft. 

Tot slot heeft de commissie de aanwezige natuurwaarden onderzocht. De locatie ligt in het NatuurNetwerkgebied (NNN) van de Vecht. Het is waarschijnlijk dat er te beschermen natuurwaarden bij de locatie aanwezig zijn. Met name de rivierdonderpad (een vis) is een beschermde soort (habitatrichtlijn bijlage II) die in de Vecht en mogelijk op deze locatie voorkomt. In het algemeen zullen de voorgenomen werkzaamheden geen effect op de aanwezige natuurwaarden. Rivierdonderpadden rusten overdag tussen de stenen en begroeiing aan de oever. Mogelijk zullen zij dus wel verstoord worden. Aangezien de werkzaamheden zicht beperken tot 6 meter van de oever, is de verwachting dat vissen (incl. de rivierdonderpadden) die verstoord worden zich zullen verplaatsen naar een rustige plek. De verwachting is dat, na realisatie, de activiteiten niet leiden tot een verlaging van de aanwezige natuurwaarden. Aangezien het de vervanging van een bestaande beschoeiing betreft, gaat er geen leefgebied verloren.

Concluderend, komt de commissie tot een positief advies. De beschoeiing voldoet welstandshalve en de aanwezige cultuurhistorische, natuur- en landschapswaarden worden niet geschaad.

Namens de Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit Stichtse Vecht,

secretaris gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit

Januari 2026

Aanvraagdatum: 14 januari 2026
Adviesdatum: 27 januari 2026

Zaaknummer: Z2025-00002602
Behandeling: schriftelijk meervoudig

Geacht college,

De Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit is gevraagd een definitief advies te geven over het vernieuwen van de beschoeiing en de steiger/plankier aan de Scheendijk 13-24.

Situatie beschrijving

Het betreft het vernieuwen van de beschoeiing van een gedeelte van een legakker. De beoogde nieuwe beschoeiing bestaat uit kunststof, grotendeels gemaskeerd door hardhout. 

Onderzoeksvraag

De volgende onderzoeksvraag is geformuleerd: 

“Voldoet het plan welstandshalve en worden de betrokken waarden (cultuurhistorie, natuur en landschap) niet geschaad door de bouwactiviteiten? Zo nee/ja, waarom?”

De deskundigen op het gebied van welstand (ruimtelijke kwaliteit), cultuurhistorie, natuur en landschap zijn gevraagd om advies te geven. 

Toetsingskader

De commissie heeft als taak de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.

Het toetsingskader voor de commissie vormt - ingevolge artikel 17.9, derde lid, Omgevingswet - de omgevingsvisie, het omgevingsplan, de welstandsnota en het actuele vastgestelde gemeentelijk beleid ten aanzien van de omgevingskwaliteit. Van toepassing zijn de bepalingen uit het bestemmingsplan Kievitsbuurten, dat onderdeel is van het tijdelijk omgevingsplan. Daaruit volgt dat in het bijzonder het volgende in aanmerking dient te worden genomen. 

Er is een aanlegvergunningsstelsel opgenomen in zowel artikel 5, als 11: Voor onder meer het aanleggen van een beschoeiing is een omgevingsvergunning mogelijk mits: “De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 5.5.1 zijn slechts toelaatbaar, indien daardoor de natuur-, landschaps- en cultuurhistorische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast.” Op grond van art. 5.5.4 en 1.5.4. is het vervolgens aan de GAVO om te toetsen of de betrokken waarden worden geschaad. 
De gezamenlijke oppervlakte en de breedte van de steigers passen in de huidige en nieuwe situatie niet in het omgevingsplan (art. 11.2.2a onder 1 en 2, 5.2.2 sub e onder 2). De aanvraag past dan ook niet in het omgevingsplan en is daarmee een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA).

Advies

De commissie adviseert positief.
In het onderstaande wordt toegelicht hoe de commissie tot dit advies is gekomen. Bij de beoordeling zijn de stukken betrokken zoals deze zijn ingediend bij de aanvraag.

Uit oogpunt van ruimtelijke kwaliteit reageert de commissie positief. Het toetsingskader voor de commissie wordt gevormd door de welstandsnota van de gemeente en de daarin opgenomen beoordelingscriteria. De te vernieuwen beschoeiing voldoet voor wat betreft vormgeving en materialisering eveneens aan datgene wat hierover is opgenomen in de welstandsnota. De kunststofdelen bevinden zich met name onder water. De meest zichtbare delen gordingen en dekdelen zijn van hout en dit resulteert in een positief welstandsadvies.

Vanuit cultuurhistorisch perspectief is er eveneens geen bezwaar tegen het vervangen/vernieuwen van de beschoeiing. De impact van de wijziging op de aanwezige cultuurhistorische waarden is gering. De legakker is momenteel al voorzien van een beschoeiing, door de nieuwe beschoeiing zal de legakker in stand worden gehouden. Voor het aanzicht is het belangrijk dat de beoogde nieuwe beschoeiing niet hoger zal worden dan de bestaande beschoeiing, zodat de relatie tussen groen - water gehandhaafd kan worden. Dat is hier het geval: de beschoeiing blijft gelijk in omvang. De locatie en hoogte blijven ook (nagenoeg) hetzelfde. De bestaande beschoeiing is, ondanks dat het niet past binnen het omgevingsplan, niet problematisch. Cultuurhistorisch is er een voorkeur voor een geheel houten beschoeiing, echter aangezien de beoogde kunststof beschoeiing grotendeels wordt gemaskeerd door hardhout heeft dit beperkte invloed op de cultuurhistorische waarden.

Ook vanuit de deskundigheid natuur gezien is er geen bezwaar tegen de voorgenomen activiteiten. De locatie ligt in het Natura2000-gebied van de Kievietsbuurten. Het is waarschijnlijk dat er te beschermen natuurwaarden op en om de locatie aanwezig zijn. De huidige beschoeiing wordt vervangen door een vergelijkbare, nieuwe beschoeiing. Hierbij is het onwaarschijnlijk dat natuurwaarden worden aangetast, mits met zorgvuldigheid en buiten het broedseizoen wordt gewerkt.

Tot slot is er ook geen sprake van schade aan de aanwezige landschapswaarden. In het bestemmingsplan Kievitsbuurten heeft de locatie de bestemming “natuur met landschapswaarden”. De te beschermen landschapswaarde op deze locatie is de legakker. Het is niet te verwachten dat de voorgenomen activiteiten de legakker zal aantasten of beschadigen. Eerder is te verwachten dat de legakker door de ingreep beter behouden blijft. 

Concluderend, komt de commissie tot een positief advies. De betrokken waarden (cultuurhistorie, natuur, landschap) worden niet geschaad door de bouwactiviteiten en het plan voldoet qua welstand.

Aanbeveling

Voorts ziet de commissie aanleiding nog een enkele aanbeveling in overweging mee te geven, daarbij benadrukkend dat dit niets afdoet aan de conclusie in het hierboven gegeven advies.

De nieuw te plaatsen schotten bestaan uit kunststof panelen. De aanbeveling is om meer natuurvriendelijke materialen te gebruiken en/of het zichtbare deel natuurvriendelijker in te richten en aan te kleden. 

Namens de Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit Stichtse Vecht,

secretaris gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit

Aanvraagdatum: 24 december 2025
Adviesdatum: 21 januari 2026

Zaaknummer:Z2024-00002142
Behandeling: regulier (meervoudige zitting, leges cf. art. 2.50 lid 1 onder 3)

Betreft: het bouwen van een woning met bijgebouwen; Nigtevechtseweg 196, 3633 XX Vreeland

Geacht college,

De gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit is gevraagd een definitief advies te geven over de herinrichting van Landgoed Wittensteijn, inhoudende de uitbreiding/verbouw van de bestaande woning en sloop/nieuwbouw van bijgebouwen. Het landgoed is gelegen aan de Nigtevechtseweg 196 te Vreeland.

Deze commissie heeft eerder op 5 maart 2025 een tussen-advies uitgebracht, waarbij is verzocht om aanvullende informatie voordat de commissie tot een definitief advies kan komen:

  • uitgebreidere planologische onderbouwing van het plan qua impact op de omgeving met name met betrekking tot de zichtlijnen en openheid van het landschap;
  • gemeentelijke goedkeuring op de archeologische rapporten;
  • archeologisch onderzoek op de locatie van de bestaande woning;
  • advies vanuit de subcommissie Welstand/MooiSticht;
  • uitgebreid ecologisch rapport;
  • rapportage van de Vechtplassencommissie.

Bestaande situatie

Het perceel betreft de voormalige Buitenplaats Wittensteijn. Het huidige ensemble bestaat uit een hoofdgebouw met twee wooneenheden en vier bijgebouwen (drie schuren en een hooiberg).

Toekomstige situatie

Het nieuwe ontwerp gaat uit van behoud van het kophuis en vervanging van het langhuis door een aangebouwd volume. Het casco van het kophuis (dakconstructie, verdiepingsvloer, fundering, bouwmuren) wordt in dit volume geïntegreerd. Daarnaast wordt het geïsoleerd en afgewerkt met een houten gevel zodat er één geheel ontstaat met de aanbouw. Het langhuis wordt gesloopt maar de bouwmaterialen worden hergebruikt: de dakconstructie komt terug in de nieuwe schuren, de bakstenen van de gevels worden afgebikt en opnieuw opgemetseld in de plinten van nieuwe schuren en woning. De dakpannen van het huidige huis komen op de nieuwe schuren. Eén van de bestaande bijgebouwen blijft gehandhaafd. De woning zal 1200 m3 bedragen, de bijgebouwen in totaal 300 m2.

Het plan past niet binnen het omgevingsplan. Volgens het omgevingsplan zijn er 2 woningen toegestaan van elk 600m3 en (met een binnenplanse afwijking) 2 x 150 m2 aan bijgebouwen/ overkappingen. De gemeente is voornemens aan het plan mee te werken via een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA), met maatwerkvoorschriften in de vergunning dat er niet alsnog een tweede woning gebouwd mag worden van 600m2 en met eigen bijgebouwen. Wat men wel wil toestaan is een eventuele splitsing in de toekomst van de huidige te bouwen woning, maar dan zonder toename in het aantal m2 en m3 aan bebouwing. Daarbij neemt de gemeente in overweging mee dat er op dit moment slechts één woning aanwezig is en er een aanzienlijke hoeveelheid wordt gesloopt.

Onderzoeksvraag

Gelet op het voorgaande is de volgende onderzoeksvraag geformuleerd: 

“Kan de Gavo zich vinden in het bovengenoemde voornemen van de gemeente en in het uiterlijk van de bouwwerken?”

De deskundigen op het gebied van architectuur, archeologie, bodem, ecologie, natuur en planologie alsmede de burgerleden zijn gevraagd om advies te geven.

Toetsingskader

De commissie heeft als taak de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.

Het toetsingskader voor de commissie vormt - ingevolge artikel 17.9, derde lid, Omgevingswet - de omgevingsvisie, het omgevingsplan, de welstandsnota en het actuele vastgestelde gemeentelijk beleid ten aanzien van de omgevingskwaliteit.

Van toepassing zijn de bepalingen uit het omgevingsplan gemeente Stichtse Vecht, tijdelijk deel Landelijk Gebied Noord. Daaruit volgt dat in het bijzonder het volgende in aanmerking dient te worden genomen.

Volgens het omgevingsplan zijn er 2 woningen toegestaan van elk 600m3 en (met een binnenplanse afwijking) 2 x 150 m2 aan bijgebouwen/overkappingen (artikel 15.2.1 en 15.3.2). In casu wenst men één woning van 1.200 m3 te realiseren, met een totaal van 300 m2 aan bijgebouwen/overkappingen. Dit past niet in het omgevingsplan.

Als een activiteit niet (geheel) mogelijk is op basis van het omgevingsplan, kan een initiatiefnemer een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) aanvragen. Het bevoegd gezag kan deze verlenen als de activiteit voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL).

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties betekent dat er een balans bestaat tussen verschillende functies en activiteiten (zoals wonen, werken, recreëren, natuur en infrastructuur) die locaties binnen een gebied kunnen vervullen. Dit gaat verder dan alleen het toewijzen van bestemmingen; het houdt ook rekening met de onderlinge relaties tussen deze functies en hun impact op de omgeving. Het uiteindelijke doel is om een omgeving te creëren die niet alleen functioneel is, maar ook aantrekkelijk en duurzaam op lange termijn. Daarbij draait het om het vinden van balans tussen het beschermen en benutten van de schaarse ruimte in de fysieke leefomgeving.

ETFAL is een open norm. Het bevoegd gezag heeft beleidsruimte bij de invulling van deze norm. Of sprake is van ETFAL moet worden bepaald aan de hand van een belangenafweging, waarbij ook de instructieregels van het rijk en de provincie alsmede het geldende of toekomstige gemeentelijk beleid een rol spelen. Het bevoegd gezag inventariseert de betrokken belangen. Daarbij kan het tot de conclusie komen dat bepaalde belangen, omgevingsfactoren of andere zaken extra onderbouwing nodig hebben voor een besluit kan worden genomen. 

Bij relevante omgevingsfactoren valt onder meer te denken aan geur- en geluidhinder, bezonning, privacy, parkeergelegenheid, verkeersveiligheid, sociale veiligheid, gezondheid, natuur, stikstof, water, stedenbouwkundige beoordeling, ruimtelijke uitstraling, cultuurhistorische waarde, landschappelijke inpassing, behoefte aan en (maatschappelijk) belang van het initiatief en de impact ervan op andere functies. Daartoe kan advies worden ingewonnen bij deze commissie. Vervolgens maakt het bevoegd gezag de belangenafweging en beoordeling of er sprake is van ETFAL.

Advies

De commissie adviseert positief onder voorwaarden. 

In het onderstaande wordt toegelicht hoe de commissie tot dit advies is gekomen. Bij de beoordeling zijn de stukken betrokken zoals deze zijn ingediend bij de adviesaanvraag, alsmede de toelichting die tijdens de commissievergadering is gegeven door de casemanager.

De commissie voelt zich genoodzaakt tot een opmerking vooraf. Gebleken is dat de initiatiefnemer reeds is gestart met de werkzaamheden zonder een vergunning af te wachten. Dit is in geen enkel geval de juiste weg, maar op deze locatie weegt het extra zwaar. Er rusten op deze plek namelijk archeologische en ecologische waarden. Deze zijn mogelijk onherstelbaar beschadigd door het handelen van initiatiefnemer. De werkzaamheden zijn inmiddels stil gelegd. De commissie wenst te benadrukken dat men als eigenaar van een perceel als deze een bijzondere verantwoordelijkheid heeft om er zorgvuldig mee om te gaan. De commissie hoopt dat initiatiefnemer zich voor het verdere vervolg hiervan bewust is en dat verdere schade zal worden voorkomen.

Dan gaat de commissie nu over tot de beantwoording van de onderzoeksvraag. Te beginnen met het uiterlijk van het bouwwerk. Daarbij is getoetst aan de Welstandsnota van de gemeente en de daarin opgenomen beoordelingscriteria. Voor de betreffende ruime groene locatie gesitueerd in een bocht van de Vecht gelden de criteria zoals verwoord onder Vechtzone, Gebied BGl. De commissie concludeert dat het een bijzonder bouwplan betreft, met zorg ontworpen en gedetailleerd. Daarmee voldoet het onder andere aan het criterium onder Architectonische uitwerking: 'de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en afwisselend'. Tijdens de bespreking met de architect (op 11 maart 2025) werd nog van gedachten gewisseld over de veranda, over de te slopen hooiberg en over de parkeeroplossing. Dat alles had echter geen gevolgen voor de positieve eindconclusie wat betreft de ruimtelijke kwaliteit.

Vervolgens het aspect bodem. Uit de stukken is gebleken dat er voldoende onderzoek is gedaan naar de bodem van de locatie en dat daaruit geen bezwaarlijkheden naar voren zijn gekomen. Het is mogelijk dat er tijdens de werkzaamheden nog op verontreiniging wordt gestuit, maar daarvoor zijn voldoende geschikte maatregelen beschikbaar die op dat moment kunnen worden genomen. 

Ook vanuit de discipline planologie beoordeelt de commissie het plan positief. Het is jammer dat de initiatiefnemer niet meer inzicht heeft verschaft over de impact van het bouwwerk op de omgeving. Het is belangrijk dat de bebouwing geen inbreuk maken op de zichtlijnen en openheid van het landschap. Een nadere onderbouwing vanuit de initiatiefnemer op dit punt had de aanvraag sterker gemaakt. Desondanks verwacht de commissie op basis van de beschikbare stukken geen al te grote aantasting van het landschap. De impact op de omgeving lijkt te overzien en is daarmee niet zodanig bezwaarlijk dat dit tot een negatief advies moet leiden. 

Wat betreft de aanwezige ecologische en natuurwaarden, overweegt de commissie als volgt. In het algemeen kan het plan positief bijdragen aan deze waarden. Het betreft een locatie die is omgeven door een natuurgebied. Daar moet zorgvuldig mee worden omgegaan. Er is intussen voldoende ecologisch onderzoek verricht, maar bij het uitvoeren van de werkzaamheden blijft zorgvuldigheid van belang m.n. wat betreft vogels en vleermuizen. De commissie zal daarom een zorgplicht voor vogels en vleermuizen als voorwaarde aan het positieve advies verbinden. 

Voor de archeologische waarden geldt ook dat de commissie in principe positief is over het plan, mits er zorgvuldig te werk wordt gegaan. De reeds verrichte archeologische onderzoeken geven aanleiding tot het stellen van de voorwaarde van nader archeologisch onderzoek in de vorm van archeologische begeleiding bij de uitvoering van de werkzaamheden.

Tot slot kan de commissie ook vanuit het burgerperspectief positief adviseren over het plan. Het is een mooi ontwerp en een enorme verbetering van de omgevingskwaliteit ten opzichte van nu. Daarbij wenst de commissie nog te wijzen op het belang van tijdig informeren van de buren. Dit ter voorkoming van bezwaren later in het proces.

Concluderend, kan de commissie de onderzoeksvraag positief beantwoorden: de commissie kan zich vinden in het voornemen van de gemeente om mee te werken aan dit initiatief en in het uiterlijk van de bouwwerken. De commissie verbindt hieraan wel enkele voorwaarden:

  • Zorgplicht voor vogels en vleermuizen: bij de uitvoering dient rekening te worden gehouden met o.a. de uren waarop deze dieren wel/niet actief zijn en met het broed- en rustseizoen.
  • Nader archeologisch onderzoek in de vorm van archeologische begeleiding bij de uitvoering van de werkzaamheden.

Namens de Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit Stichtse Vecht,

December 2025

Aanvraagdatum: 26 september 2025
Adviesdatum: 22 december 2025

Zaaknummer:Z2025-00001546

De gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit is gevraagd een definitief advies te geven over het legaliseren van een bedrijfswoning aan de Nijverheidsweg 1 te Kockengen.

Beschrijving situatie

Tijdens een controle is geconstateerd dat een deel van de verdieping van het pand wordt gebruikt als woonruimte, dat een verdiepingsvloer is gerealiseerd, dat de voorgevel is gewijzigd (een balkon is gerealiseerd en openslaande deuren zijn gerealiseerd) en dat aan de voorzijde van het pand een container is geplaatst. Ten behoeve van legalisatie is nu een vergunningaanvraag ingediend.

Onderzoeksvraag

Gelet op het voorgaande is de volgende onderzoeksvraag geformuleerd: 

“Voldoet de gevel aan de redelijke eisen van welstand? Is de noodzaak voor de bedrijfswoning voldoende aannemelijk gemaakt?”

De leden op het gebied van welstand (ruimtelijke kwaliteit) en planologie zijn gevraagd om advies te geven. 

Toetsingskader

De commissie heeft als taak de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.

Het toetsingskader voor de commissie vormt - ingevolge artikel 17.9, derde lid, Omgevingswet - de omgevingsvisie, het omgevingsplan, de welstandsnota en het actuele vastgestelde gemeentelijk beleid ten aanzien van de omgevingskwaliteit.

Van toepassing zijn de bepalingen uit het omgevingsplan gemeente Stichtse Vecht, tijdelijk deel Landelijk Gebied West. Daaruit volgt dat in het bijzonder het volgende in aanmerking dient te worden genomen.

De aanvraag past in het omgevingsplan: volgens artikel 2.1 lid D is één bedrijfswoning toegestaan.

De definitie van een bedrijfswoning is: een woning in of bij een bedrijfsgebouw of op een bedrijfsterrein, uitsluitend bestemd voor het huishouden van een persoon wiens huisvesting daar, gelet op de bedrijfsvoering, in overeenstemming met de bestemming, noodzakelijk is.

Advies

De commissie adviseert positief. 

In het onderstaande wordt toegelicht hoe de commissie tot dit advies is gekomen. Bij de beoordeling zijn de stukken betrokken zoals deze zijn ingediend bij de aanvraag.

Vanuit het welstandsaspect (vormgeving, materialen en kleuren) reageert de commissie positief op de aanvraag. Het betreft een woning die is gerealiseerd op de verdieping van het bedrijfspand. Daarbij zijn het dak materiaal, de voorgevel en een deel van de zijgevels gewijzigd. Het dak heeft een rode kleur en de gewijzigde gevels bestaan uit donkere houten delen. In de voorgevel is een balkon aangebracht en – i.p.v. de overheaddeuren – op de begane grond openslaande deuren. 

Het pand ligt op een bedrijventerrein met een diversiteit aan bebouwing en ook met verschillende bedrijfswoningen. De samenhang van het bedrijventerrein is zeer gering, evenals de ruimtelijke kwaliteit. Voor dit gebied gelden de welstandscriteria voor gebied OV1, Bedrijventerreinen. De commissie stelt vast dat de aanvraag niet leidt tot strijdigheden. De aanpassingen aan het pand leiden tot een hoogwaardiger beeld en uitstraling naar de weg toe en zijn passend bij de functie van bedrijf en bedrijfswoning. Het reeds uitgevoerde plan heeft op omgevingskwaliteit geen negatief effect.

Planologisch is sprake van een initiatief dat past binnen het omgevingsplan, mits wordt voldaan aan het criterium van noodzaak. De noodzaak van een bedrijfswoning moet blijken uit de aard en organisatie van de bedrijfsvoering. De initiatiefnemer voert aan dat: 

  • het bedrijf onregelmatige en late werktijden kent;
  • de bedrijfsactiviteiten grotendeels in en rond het pand plaatsvinden;
  • geen personeel aanwezig is;
  • permanente aanwezigheid gewenst is in verband met toezicht en brandveiligheid.

Deze argumenten sluiten aan bij het geldende juridisch toetsingskader. Naar het oordeel van de commissie heeft de initiatiefnemer hiermee de noodzaak voor de bedrijfswoning voldoende aannemelijk gemaakt en kan hieraan medewerking worden verleend.

Concluderend, komt de commissie tot een positief advies.

Namens de gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit Stichtse Vecht,

secretaris gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit

Aanvraagdatum: 27 november 2025
Adviesdatum: 5 december 2025

Zaaknummer: Z2025-00001417

De Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit is gevraagd een definitief advies te geven over aanleggen weg en kappen bomen, Zandpad 41 te Maarssen.

Bestaande situatie

Op het terrein is één pand aanwezig en een aantal agrarische elementen. Het overgrote deel van het terrein is een lege zandvlakte. De algemene regels voor bescherming van planten en dieren zijn hier geldig. Het gebied is op de groene kaart aangegeven als boomzone. 
De locatie ligt in de buitenplaats zone langs de Vecht en de locatie is onderdeel van “de langzame Vecht” in de omgevingsvisie. De omgevingsvisie geeft aan dat een ecologische verbindingszone door de locatie is voorzien. 

Toekomstige situatie

De eigenaar is van plan om op het terrein woningen te bouwen. Hier is rekening mee gehouden bij het opstellen van het bestaande bestemmingsplan. Ook zullen wegen worden aangelegd voor het toenemende verkeer, waarvoor een aantal bomen worden gekapt. Volgens het bestemmingsplan is het nodig om deskundig advies te vragen voor de aanleg van deze wegen en de kap van de bomen. Geen van de bomen die gekapt wordt, heeft een monumentale status.

Onderzoeksvraag

Gelet op het voorgaande is de volgende onderzoeksvraag geformuleerd: 

“Worden de cultuurhistorische waarden en de natuur en landschapswaarden geschaad door de geplande werkzaamheden? Zo ja, hoe kan schade worden voorkomen?”

De leden op het gebied van cultuurhistorie, natuur en landschap zijn gevraagd om advies te geven. 

Toetsingskader

De commissie heeft als taak de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.

Het toetsingskader voor de commissie vormt - ingevolge artikel 17.9, derde lid, Omgevingswet - de omgevingsvisie, het omgevingsplan, de welstandsnota en het actuele vastgestelde gemeentelijk beleid ten aanzien van de omgevingskwaliteit.

Van toepassing zijn de bepalingen uit het omgevingsplan gemeente Stichtse Vecht, tijdelijk deel Zandpad 41. Daaruit volgt dat in het bijzonder het volgende in aanmerking dient te worden genomen.

Volgens art. 7.3.1 is het verboden op of in de gronden met de bestemming ‘Waarde - Cultuurhistorie, landschap en natuur' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden de volgende werkzaamheden uit te voeren:
c. het aanleggen of verharden van kavelwegen of het aanbrengen van andere oppervlakte verhardingen;

e. het planten, verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplanting.
Deze werken en werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar, indien:

a. de cultuurhistorische, natuur- en/of landschapswaarden worden hersteld of niet onevenredig (kunnen) worden aangetast;

b. met een schriftelijk advies van een deskundige is aangetoond dat de cultuurhistorische waarden, natuur- en/of landschapswaarden niet worden geschaad of dat schade kan worden voorkomen.

Bijzonderheden

Het betreft een bezwaar die de gemeente heeft ontvangen op een door haar verleende vergunning. Aan de GAVO is gevraagd om de zaak te behandelen alsof het een reguliere vergunningsaanvraag is.

Advies

De commissie adviseert positief onder voorwaarde. 

In het onderstaande wordt toegelicht hoe de commissie tot dit advies is gekomen. Bij de beoordeling zijn de stukken betrokken zoals deze zijn ingediend bij de aanvraag.

Vanuit de discipline natuur is de GAVO positief. De quickscan laat zien dat er mogelijk beschermde soorten in het gebied aanwezig zijn. Met name vleermuizen maken gebruik van het gebied als fourageergebied. De te kappen bomen zijn echter geen verblijfplaats voor vleermuizen. Het is niet uit te sluiten dat de te kappen bomen in het broedseizoen gebruikt worden door vogels als nestlocatie. 
De kap van de bomen past niet goed in het beleid van provincie en gemeente om een ecologische verbindingszone te realiseren die door de locatie loopt. Bovendien is (een deel van) de locatie aangewezen als boomzone op de groene kaart, illustratief voor het belang dat gehecht wordt aan bomen op deze locatie. 
Daarom benadrukt de GAVO dat er zorgvuldig moet worden gewerkt. Dit betekent dat er niet tijdens het broedseizoen gewerkt kan worden, dat er vóór de kap door een deskundige een inspectie plaatsvindt op de aanwezigheid van beschermde soorten en dat mitigerende maatregelen worden genomen om voorkomende soorten zo min mogelijk te verstoren. 

Ook moet er een goed, groen inrichtingsplan wordt uitgevoerd dat rekening houdt met de natuurfunctie van bomen op deze locatie. Met name de verbinding tussen de Vecht en het achter het perceel liggende natuurgebied is hierbij van belang. De commissie gaat dit formuleren als een voorwaarde.

Vanuit de discipline landschap is de GAVO ook positief. Met de sloop van het bedrijfsgebouw verdwijnt een slecht in het landschap passend gebouw. De bouw van de nieuwe woningen is een verbetering ten opzichte van de huidige situatie, ook omdat de woningen niet direct in het zicht van de Vecht liggen. De aan te leggen weg is een logische consequentie van de bouw van de woningen op deze locatie. De te kappen bomen verminderen het groene karakter van de locatie, maar een goed groen inrichtingsplan kan dit compenseren.

Vanuit de discipline cultuurhistorie is de GAVO positief. Wat betreft de kap van de bomen is er vanuit cultuurhistorie geen bezwaar. De bomen die zijn aangegeven die gekapt worden hebben voor zover zichtbaar geen grote ouderdom en ook geen relatie met de historische tuinaanleg van Cromwijck. Op de kadastrale minuut uit 1811-1832 was er sprake van vijvers met een tuinaanleg. Er is in de huidige situatie geen sprake van een historische aanleg. In 1976 is de inrichting van het terrein als geheel tot stand gekomen. De laatste grenssloot werd hierbij gedempt en voorzien van nieuwe singels van bomen. (Bron: archeologisch onderzoek Transect)
Ook vanuit cultuurhistorie onderstreept de GAVO het belang dat er een goed nieuw inrichtingsplan komt i.v.m. de cultuurhistorische kwaliteiten van de omgeving (Vecht, Cromwijck, etc.). 

Concluderend, de commissie is positief over de plannen. Voor zover de commissie nu kan overzien worden de cultuurhistorische waarden en de natuur en landschapswaarden niet geschaad door de geplande werkzaamheden. De aan te leggen weg is begrijpelijk gezien de woningbouw en verder niet bezwaarlijk. De bomenkap is mogelijk mits er zorgvuldig wordt gewerkt. De bomen hebben geen relatie met een historische tuinaanleg. Het groene karakter neemt in de huidige plannen af, maar een groen inrichtingsplan kan dit compenseren. De natuurfunctie van de bomen en de cultuurhistorische kwaliteiten van de omgeving hebben ook baat bij een degelijk inrichtingsplan. 
De commissie verbindt dan ook de voorwaarde dat er een inrichtingsplan wordt opgesteld.

Namens de gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit Stichtse Vecht,

secretaris gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit

Aanvraagdatum: 13 november 2025
Adviesdatum: 3 december 2025

GAVO zaaknummer: Z2025-00002089 
Gemeentelijk Zaaknummer: Z2025-00002089

De Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit is gevraagd een definitief advies te geven over het vernieuwen van de beschoeiing, steiger en loopplank aan de Mijndensedijk 31 ws05, 3631NN Nieuwersluis.

Situatie beschrijving

Het betreft het vernieuwen van de beschoeiing en steiger en tevens het vernieuwen en verbreden van de loopplank. De beoogde nieuwe beschoeiing, steiger en loopplank worden opgebouwd uit houten delen.

Onderzoeksvraag

De volgende onderzoeksvraag is geformuleerd: 

“Voldoet het plan welstandshalve en worden de betrokken waarden (cultuurhistorie, natuur en landschap) niet geschaad door de bouwactiviteiten? Zo nee/ja, waarom?”

De deskundigen op het gebied van welstand (ruimtelijke kwaliteit), cultuurhistorie, ecologie, natuur en landschap zijn gevraagd om advies te geven. 

Toetsingskader

De commissie heeft als taak de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.

Het toetsingskader voor de commissie vormt - ingevolge artikel 17.9, derde lid, Omgevingswet - de omgevingsvisie, het omgevingsplan, de welstandsnota en het actuele vastgestelde gemeentelijk beleid ten aanzien van de omgevingskwaliteit. Van toepassing zijn de bepalingen uit het bestemmingsplan Landelijk gebied Noord (en tevens bestemmingsplan De Vecht), dat onderdeel is van het tijdelijk omgevingsplan. Daaruit volgt dat in het bijzonder het volgende in aanmerking dient te worden genomen.

De aanvraag voor het vervangen van de bestaande beschoeiing valt onder Landelijk gebied Noord artikel 25.2 lid b en artikel 29.2 lid b. Voorwaarde voor een vergunning is een advies van een deskundige inzake de te beschermen waarden (natuur, landschaps- en cultuurhistorische waarden). Daartoe is deze commissie om advies gevraagd.

Advies

De commissie adviseert positief.

In het onderstaande wordt toegelicht hoe de commissie tot dit advies is gekomen. Bij de beoordeling zijn de stukken betrokken zoals deze zijn ingediend bij de aanvraag.

Uit oogpunt van ruimtelijke kwaliteit reageert de commissie positief. Het toetsingskader voor de commissie wordt gevormd door de welstandsnota van de gemeente en de daarin opgenomen beoordelingscriteria. De te vernieuwen beschoeiing voldoet voor wat betreft vormgeving en materialisering eveneens aan datgene wat hierover is opgenomen in de welstandsnota en is helemaal opgebouwd uit houten delen. Ook de steiger is, conform de welstandnota geheel van hout.

Vanuit cultuurhistorisch perspectief is er eveneens geen bezwaar tegen het vervangen/vernieuwen van de beschoeiing en de steiger en tevens het verplaatsen (en verbreden) van de loopplank. De impact van de wijziging op de aanwezige cultuurhistorische waarden is gering. De oever is momenteel al voorzien van een beschoeiing, door de nieuwe beschoeiing zal de oever in stand worden gehouden. Voor het aanzicht is het belangrijk dat de beoogde nieuwe beschoeiing niet hoger zal worden dan de bestaande beschoeiing, zodat de relatie tussen groen - water gehandhaafd kan worden. Dat is hier het geval: de beschoeiing blijft gelijk in omvang. 

Ook vanuit de deskundigheid natuur gezien is er geen bezwaar tegen de voorgenomen activiteiten.. De huidige beschoeiing wordt vervangen door een vergelijkbare, nieuwe beschoeiing. Hierbij is het onwaarschijnlijk dat natuurwaarden worden aangetast, mits met zorgvuldigheid en buiten het broedseizoen wordt gewerkt.

Tot slot is er ook geen sprake van schade aan de aanwezige landschapswaarden. In het bestemmingsplan Landelijk Gebied Noord heeft de locatie de bestemming “natuur met landschapswaarden”. De locatie ligt in de buitenplaats biotoop langs de Vecht én ligt in het invloedsgebied van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. De voorgenomen activiteit, het vervangen van de beschoeiing en het plaatsen van 2 meerpalen, heeft geen effect op de aanwezige landschappelijke kwaliteit. Vanuit de deskundigheid Landschap is er geen bezwaar tegen de activiteit.

Concluderend, komt de commissie tot een positief advies. Het plan voldoet welstandshalve en de betrokken waarden (cultuurhistorie, natuur en landschap) worden niet geschaad door de bouwactiviteiten.

Namens de gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit Stichtse Vecht,

secretaris gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit

Aanvraagdatum: 13 november 2025
Adviesdatum: 1 december 2025

GAVO zaaknummer: Z2025-00002220
Gemeentelijk Zaaknummer: Z2025-00002220

De gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit is gevraagd een definitief advies te geven over het vernieuwen van de beschoeiing aan De Plassen Noord 140 te Breukelen.

Situatie beschrijving

Het betreft het vernieuwen van de beschoeiing van een gedeelte van een legakker. De beoogde nieuwe beschoeiing bestaat uit kunststof, grotendeels gemaskeerd door hardhout. 

Onderzoeksvraag

De volgende onderzoeksvraag is geformuleerd: 

“Voldoet het plan welstandshalve en worden de betrokken waarden (cultuurhistorie, natuur en landschap) niet geschaad door de bouwactiviteiten? Zo nee/ja, waarom?”

De deskundigen op het gebied van welstand (ruimtelijke kwaliteit), cultuurhistorie, natuur en landschap zijn gevraagd om advies te geven. 

Toetsingskader

De commissie heeft als taak de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.

Het toetsingskader voor de commissie vormt - ingevolge artikel 17.9, derde lid, Omgevingswet - de omgevingsvisie, het omgevingsplan, de welstandsnota en het actuele vastgestelde gemeentelijk beleid ten aanzien van de omgevingskwaliteit. Van toepassing zijn de bepalingen uit het bestemmingsplan Kievitsbuurten, dat onderdeel is van het tijdelijk omgevingsplan. Daaruit volgt dat in het bijzonder het volgende in aanmerking dient te worden genomen.

Er is een aanlegvergunningsstelsel opgenomen in zowel artikel 5, als 11: Voor onder meer het aanleggen van een beschoeiing is een omgevingsvergunning mogelijk mits: “De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 5.5.1 zijn slechts toelaatbaar, indien daardoor de natuur-, landschaps- en cultuurhistorische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast.”

Advies

De commissie adviseert positief.

In het onderstaande wordt toegelicht hoe de commissie tot dit advies is gekomen. Bij de beoordeling zijn de stukken betrokken zoals deze zijn ingediend bij de aanvraag.

Uit oogpunt van ruimtelijke kwaliteit reageert de commissie positief. Het toetsingskader voor de commissie wordt gevormd door de welstandsnota van de gemeente en de daarin opgenomen beoordelingscriteria. De te vernieuwen beschoeiing voldoet voor wat betreft vormgeving en materialisering eveneens aan datgene wat hierover is opgenomen in de welstandsnota. De kunststofdelen bevinden zich met name onder water. De meest zichtbare delen gordingen en dekdelen zijn van hout en dit resulteert in een positief welstandsadvies.

Vanuit cultuurhistorisch perspectief is er eveneens geen bezwaar tegen het vervangen/vernieuwen van de beschoeiing. De impact van de wijziging op de aanwezige cultuurhistorische waarden is gering. De legakker is momenteel al voorzien van een beschoeiing, door de nieuwe beschoeiing zal de legakker in stand worden gehouden. Voor het aanzicht is het belangrijk dat de beoogde nieuwe beschoeiing niet hoger zal worden dan de bestaande beschoeiing, zodat de relatie tussen groen - water gehandhaafd kan worden. Dat is hier het geval: de beschoeiing blijft gelijk in omvang. Cultuurhistorisch is er een voorkeur voor een geheel houten beschoeiing, echter aangezien de beoogde kunststof beschoeiing grotendeels wordt gemaskeerd door hardhout heeft dit beperkte invloed op de cultuurhistorische waarden.

Ook vanuit de deskundigheid natuur gezien is er geen bezwaar tegen de voorgenomen activiteiten. De locatie ligt in het Natura2000-gebied van de Kievietsbuurten. Het is waarschijnlijk dat er te beschermen natuurwaarden op en om de locatie aanwezig zijn. De huidige beschoeiing wordt vervangen door een vergelijkbare, nieuwe beschoeiing. Hierbij is het onwaarschijnlijk dat natuurwaarden worden aangetast, mits met zorgvuldigheid en buiten het broedseizoen wordt gewerkt.

Tot slot is er ook geen sprake van schade aan de aanwezige landschapswaarden. In het bestemmingsplan Kievitsbuurten heeft de locatie de bestemming “natuur met landschapswaarden”. De te beschermen landschapswaarde op deze locatie is de legakker. Het is niet te verwachten dat de voorgenomen activiteiten de legakker zal aantasten of beschadigen. Eerder is te verwachten dat de legakker door de ingreep beter behouden blijft. 

Concluderend, komt de commissie tot een positief advies. Het plan voldoet welstandshalve en de betrokken waarden (cultuurhistorie, natuur en landschap) worden niet geschaad door de bouwactiviteiten.

Aanbeveling

Voorts ziet de commissie aanleiding nog een enkele aanbeveling in overweging mee te geven, daarbij benadrukkend dat dit niets afdoet aan de conclusie in het hierboven gegeven advies.

De nieuw te plaatsen beschoeiing bestaat uit kunststof panelen. De aanbeveling is om meer natuurvriendelijke materialen te gebruiken en/of het zichtbare deel natuurvriendelijker in te richten en aan te kleden. 

Namens de gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit Stichtse Vecht,

secretaris gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit

Aanvraagdatum: 11 november 2025
Adviesdatum: 1 december 2025

GAVO zaaknummer: Z2025-00002254
Gemeentelijk Zaaknummer: Z2025-00002254

De gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit is gevraagd een definitief advies te geven over het vernieuwen van de beschoeiing aan de Nigtevechtseweg 80-ws, 3633XW Vreeland.

Situatie beschrijving

Het betreft het vernieuwen van de beschoeiing. De beoogde nieuwe beschoeiing bestaat geheel uit houten delen. 

Onderzoeksvraag

De volgende onderzoeksvraag is geformuleerd: 

“Voldoet het plan welstandshalve en worden de betrokken waarden (cultuurhistorie en natuur) niet geschaad door de bouwactiviteiten? Zo nee/ja, waarom?”

De deskundigen op het gebied van welstand (ruimtelijke kwaliteit), cultuurhistorie en natuur zijn gevraagd om advies te geven. 

Toetsingskader

De commissie heeft als taak de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.

Het toetsingskader voor de commissie vormt - ingevolge artikel 17.9, derde lid, Omgevingswet - de omgevingsvisie, het omgevingsplan, de welstandsnota en het actuele vastgestelde gemeentelijk beleid ten aanzien van de omgevingskwaliteit. Van toepassing zijn de bepalingen uit het bestemmingsplan Landelijk gebied Noord (en tevens bestemmingsplan De Vecht), dat onderdeel is van het tijdelijk omgevingsplan. Daaruit volgt dat in het bijzonder het volgende in aanmerking dient te worden genomen.

De aanvraag voor het vervangen van de bestaande beschoeiing valt onder Landelijk gebied Noord artikel 25.2 lid b en artikel 29.2 lid b. Voorwaarde voor een vergunning is een advies van een deskundige inzake de te beschermen waarden (natuur- en cultuurhistorische waarden). Daartoe is deze commissie om advies gevraagd.

Advies

De commissie adviseert positief.

In het onderstaande wordt toegelicht hoe de commissie tot dit advies is gekomen. Bij de beoordeling zijn de stukken betrokken zoals deze zijn ingediend bij de aanvraag.

Uit oogpunt van ruimtelijke kwaliteit reageert de commissie positief. Het toetsingskader voor de commissie wordt gevormd door de welstandsnota van de gemeente en de daarin opgenomen beoordelingscriteria. De te vernieuwen beschoeiing voldoet voor wat betreft vormgeving en materialisering aan datgene wat hierover is opgenomen in de welstandsnota en is helemaal opgebouwd uit houten delen. 

Vanuit cultuurhistorisch perspectief is er eveneens geen bezwaar tegen het vervangen/vernieuwen van de beschoeiing. Qua materiaal en vormgeving van de beschoeiing wordt er aangesloten bij het bestaande. De impact van de wijziging op de aanwezige cultuurhistorische waarden is gering. De legakker is momenteel al voorzien van een beschoeiing, door de nieuwe beschoeiing zal de legakker in stand worden gehouden. Voor het aanzicht is het belangrijk dat de beoogde nieuwe beschoeiing niet hoger zal worden dan de bestaande beschoeiing, zodat de relatie tussen groen - water gehandhaafd kan worden. Dat is hier het geval: de beschoeiing blijft gelijk in omvang. Wat betreft de compensatie van 'landwinning' bij de schuur zijn er ook geen bezwaren. De compensatie is minimaal.

Ook vanuit de deskundigheid natuur gezien is er geen bezwaar tegen de voorgenomen activiteiten.. De huidige beschoeiing wordt vervangen door een vergelijkbare, nieuwe beschoeiing. Hierbij is het onwaarschijnlijk dat natuurwaarden worden aangetast, mits met zorgvuldigheid en buiten het broedseizoen wordt gewerkt.

Concluderend, komt de commissie tot een positief advies. Het plan voldoet welstandshalve en de betrokken waarden (cultuurhistorie, natuur en landschap) worden niet geschaad door de bouwactiviteiten.

Namens de gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit Stichtse Vecht,

secretaris gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit

Aanvraagdatum: 25 november 2025
Adviesdatum: 12 december 2025

Zaaknummer: Z2025-00002173

Geacht college,

De gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit is gevraagd een definitief advies te geven over het ophogen van het perceel gelegen aan de Heuvellaan 6 te Maarssen.

Omschrijving situatie

De eigenaar van het perceel heeft last van water dat blijft liggen vanwege de lage ligging van het perceel en wenst dit daarom op te hogen. Er zal grond worden gekiept door vrachtwagens, wat vervolgens door een kraan verder wordt verwerkt het perceel op. Ten behoeve van de werkzaamheden komen er tijdelijke rijplaten te liggen. Er zal om de aanwezige bomen worden heen gewerkt.

Onderzoeksvraag

Gelet op het voorgaande is de volgende onderzoeksvraag geformuleerd: 

“Worden de aanwezige archeologische, cultuurhistorische, natuur- en landschapswaarden niet onevenredig aangetast door het ophogen van het perceel?” 

De leden op het gebied van archeologie, cultuurhistorie, natuur en landschap zijn gevraagd om advies te geven.  

Toetsingskader

De commissie heeft als taak de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.

Het toetsingskader voor de commissie vormt - ingevolge artikel 17.9, derde lid, Omgevingswet - de omgevingsvisie, het omgevingsplan, de welstandsnota en het actuele vastgestelde gemeentelijk beleid ten aanzien van de omgevingskwaliteit.

Van toepassing zijn de bepalingen uit het omgevingsplan gemeente Stichtse Vecht, tijdelijk deel Landelijk gebied Maarssen. Daaruit volgt dat in het bijzonder het volgende in aanmerking dient te worden genomen.

De aanvraag past binnen het omgevingsplan. Wel gelden er enkele voorwaarden voor het verlenen van een omgevingsplan.

De locatie is mede bestemd voor behoud en versterking en herstel van de aldaar voorkomende, dan wel daaraan eigen zijnde natuur-, landschaps- en cultuurhistorische waarden, in de vorm van (zie artikel 5.1 sub a onder 4):

  • de zeer lange opstrekkende verkavelingen, soms in waaiervorm;
  • de cultuurhistorisch waardevolle verveningsrestanten, petgaten, trilveengebieden, rietland, legakkers, watergangen en plassen;
  • de restanten van eendenkooien, jaagpaden, kaden en weteringen;
  • het graslandkarakter;
  • karakteristieke lintbebouwing langs ontginningsassen met waardevolle boerderijen;
  • de karakteristieke erfindeling;
  • de openheid van de verboden kringen en de inundatiegebieden van de Nieuwe Hollandse Waterlinie;
  • de aanwezigheid van broed-, water- en moerasvogels.

Daarnaast is de planlocatie mede bestemd voor het behoud van de in of op de grond aanwezige archeologische waarden (artikel 24.1).

Het ophogen van grond is in principe niet toegestaan, tenzij de aanwezige archeologische, cultuurhistorische, natuur- en landschapswaarden hierdoor niet onevenredig worden aangetast. Daartoe wordt de commissie om advies gevraagd (artikel 5.6.3 jo. 5.6.4 onder a en artikel 24.5.4. onder b)

Advies

De commissie adviseert positief onder voorwaarde. 

In het onderstaande wordt toegelicht hoe de commissie tot dit advies is gekomen. Bij de beoordeling zijn de stukken betrokken zoals deze zijn ingediend bij de aanvraag.

Wat betreft de archeologische waarden geldt het volgende. In de polders bij Tienhoven bevindt zich een nog vrijwel onverstoord Pleistoceen landschap met sporen uit de prehistorie (mesolithicum). Een dergelijk verdronken en intact gebleven, maar niet diepliggend, dekzandlandschap is relatief zeldzaam in Nederland. Uit eerder archeologisch onderzoek is gebleken dat zich in sommige gevallen de resten zeer dicht onder het maaiveld bevinden (Bron: Actualisatie archeologische verwachting- en beleidskaart gemeente Stichtse Vecht, 2021).

Geadviseerd wordt om een archeologisch bureauonderzoek op te laten stellen door een daartoe gecertificeerd bureau. Het doel van het bureauonderzoek is het verwerven van informatie met behulp van bestaande bronnen over bekende of verwachte archeologische waarden in het plangebied, om daarmee te komen tot een gespecificeerde, archeologische verwachting. Op basis daarvan kan een beslissing genomen worden over (eventueel) vervolgonderzoek. 

Het bureauonderzoek dient in samenhang met de grondwerkzaamheden te worden opgesteld. Het opbrengen van grond veroorzaakt druk waardoor eventueel aanwezige archeologische vindplaatsen kunnen worden samengedrukt of verschuiven. Daarnaast is de vraag of het uitrijden van de grond door zware machines niet nadelig is voor de archeologie. De bodem is slap en met water verzadigd. Zetting en uitvoering moeten in het bureauonderzoek worden meegenomen.

Vanuit cultuurhistorie is er geen bezwaar tegen de voorgenomen ingreep. Door inklinking van het veengebied zakt de bodem. Het weer ophogen van het land is in de loop van de jaren vaker gedaan. De aanvulling van grond is beperkt en de omliggende percelen lijken ook al verhoogd te zijn, waardoor het contrast met de omliggende gebied niet aanwezig is of verwaarloosbaar. Zolang de bestaande slootjes gehandhaafd blijven, is er geen bezwaar vanuit cultuurhistorie.

Over de aanwezige natuurwaarden overweegt de commissie als volgt. Er is geen quickscan uitgevoerd om te onderzoeken of er kwetsbare soorten in het gebied voorkomen. Uit de natuurwaardenkaart blijkt dat dit mogelijk wel het geval is. Kwetsbare soorten zoals ringslang, poelkikker, heikikker, gevlekte glanslibel, gevlekte witsnuitlibel en de platte schijfhoren komen in het gebied voor. Deze soorten, die mogelijk last hebben van de activiteit, zijn allemaal gebonden aan het water en de oevers van de sloten. Het is niet te verwachten dat de activiteit zelf, ophogen van het perceel, deze soorten zal schaden. Vanuit deskundigheid natuur en ecologie is er geen bezwaar tegen de voorgenomen activiteiten mits de sloten, de slootoevers en de begroeiing langs de sloten niet verstoord worden.

Tot slot is er vanuit de deskundigheid landschap geen bezwaar tegen de voorgenomen activiteiten. Het op te hogen perceel ligt in het veenweidelandschap van Tienhoven. Door veenoxidatie is het logisch dat percelen lager komen te liggen en te maken krijgen met wateroverlast. Ophogen van percelen is een normale activiteit in dit type landschap. Het is niet te verwachten dat de ophoging een negatief effect heeft op de landschapskwaliteit omdat de functie en omvang van het perceel niet wijzigen. 

Concluderend, komt de commissie tot een positief advies onder voorwaarde van:

  • een archeologisch bureauonderzoek;
  • het handhaven / niet verstoren van de sloten, slootoevers en aangrenzende begroeiing.

Namens de gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit Stichtse Vecht,

Secretaris gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit

November 2025

Aanvraagdatum: 4 november 2025
Adviesdatum: 7 november 2025

GAVO zaaknummer: Z2025-00002155
Gemeentelijk zaaknummer: Z2025-00002155

De gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit is gevraagd een definitief advies te geven over het realiseren van een insteekhaven aan de Straatweg 72 te Breukelen.

Eerder is dit initiatief voorgelegd aan de commissie in de vorm van een vooroverlegplan. De commissie heeft op 20 augustus 2025 een positief principe advies uitgebracht - onder zaaknummer Z2025-00001347 - met de aanbeveling om bij de definitieve aanvraag een integrale tekening inclusief beplanting en duifhuis toe te voegen, waarbij het duifhuis is vrijgehouden van beplanting.

Thans heeft de initiatiefnemer een definitieve vergunningaanvraag ingediend. De secretaris heeft de hierbij behorende stukken namens de commissie beoordeeld. Het initiatief is gelijk aan het vooroverlegplan en er is rekening gehouden met de eerder gedane aanbeveling van deze commissie. 

Concluderend, komt de commissie dan ook tot een positief advies.

Namens de gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit Stichtse Vecht

secretaris gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit

Aanvraagdatum: 31 oktober 2025
Adviesdatum: 11 november 2025

Zaaknummer: Z2025-00001555
Wijze van afdoening: schriftelijk meervoudig
Geacht college,

De Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit is gevraagd een definitief advies te geven over het realiseren van een nieuwe agrarische schuur op de Slotlaan 8/10 te Loenersloot.

Bestaande situatie

De huidige schuur bestaat uit twee delen, het voorste deel wordt gebruik als stal (zes paardenboxen), het achterste deel is in gebruik als stallingsruimte voor voertuigen en hooiopslag. Dit gebruik wordt niet verandert. De stal verkeerd in slechte staat.

Toekomstige situatie

Het plan betreft het slopen en herbouwen van een schuur met stalverblijven. Op het adres wordt een schuur gesloopt en, op dezelfde locatie, een nieuwe schuur gebouwd. De nieuwe schuur wordt met 70 m2 uitgebreid en op een diepte van 0,6 m gefundeerd (op staal).

Het plan voorziet in een vergroting van het volume om meer diervriendelijke verblijven te kunnen realiseren. De paardenboxen worden dan ook vergroot en daarmee vindt een vergroting van het stalgedeelte plaats. Voor de ventilatie en veiligheid zal ook de hoogte worden vergroot. Daarnaast wordt een inrijhoogte van 4,20 meter voor de agrarische voertuigen gerealiseerd net als meer afgesloten opslag voor het hooi.

Onderzoeksvraag

Gelet op het voorgaande is de volgende onderzoeksvraag geformuleerd: 

Wordt de waarde archeologie niet geschaad door de aanlegactiviteit? En is het plan ecologisch verantwoord? Zijn er negatieve cultuurhistorische gevolgen met betrekking tot het beschermde dorpsgezicht? Wat is de ruimtelijke kwaliteit van het plan en wordt eventuele monumentale waarde van de schuur aangetast? Zo nee/ja, waarom?

De leden op het gebied van archeologie, monumenten & ruimtelijke kwaliteit, cultuurhistorie en ecologie zijn gevraagd om advies te geven. 

Toetsingskader

De commissie heeft als taak de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.

Het toetsingskader voor de commissie vormt - ingevolge artikel 17.9, derde lid, Omgevingswet - de omgevingsvisie, het omgevingsplan, de welstandsnota en het actuele vastgestelde gemeentelijk beleid ten aanzien van de omgevingskwaliteit.

Van toepassing zijn de bepalingen uit het omgevingsplan gemeente Stichtse Vecht, tijdelijk deel Landelijk gebied Noord. Artikelen 3.1, 3.2 en 20 uit het bestemmingsplan verdienen bijzondere aandacht.

Het plangebied heeft de Waarde – Archeologie 1. Gronden met de bestemming Waarde – Archeologie 1 zijn mede bestemd voor het behoud van de aanwezige archeologische waarden. De daaraan gekoppelde vrijstellingsgrens is 50 m2 bij 0,3 m. 

De nieuwbouw overschrijdt de vrijstellingsgrens en is daarmee in strijd met de bouwregels die gelden voor het plangebied. In afwijking hiervan mogen gebouwen en bouwwerken en andere bouwwerkzaamheden volgens de andere daar voorkomende bestemming(en) gerealiseerd worden, mits op basis van het archeologisch rapport dat bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt ingediend en waaruit naar het oordeel van burgemeester en wethouders blijkt dat archeologische waarden door het uitvoeren van bouwactiviteiten niet of niet onevenredig worden geschaad, dan wel afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud van die waarden.

Advies

De commissie adviseert positief onder voorwaarden.

In het onderstaande wordt toegelicht hoe de commissie tot dit advies is gekomen. Bij de beoordeling zijn de stukken betrokken zoals deze zijn ingediend bij de aanvraag.

Wat archeologie betreft constateert de commissie dat de initiatiefnemer een archeologisch bureauonderzoek heeft laten uitvoeren. Een archeologisch bureauonderzoek heeft tot doel om de archeologische verwachting van het plangebied in kaart te brengen en het mogelijke effect van de werkzaamheden op de archeologie. 

Uit dit onderzoek blijkt dat het gaat om een historisch erf, waarvan de huidige boerderij ten noorden van het plangebied in 1594 is gebouwd. Het is aannemelijk dat het erf ouder is en terug gaat tot in de Late Middeleeuwen en relevante informatie kan opleveren over het nabijgelegen Kasteel Loenersloot. Tijdens de werkzaamheden kunnen resten van bijgebouwen, afvalkuilen, greppels en dergelijke worden aangetroffen. De bestaande schuur heeft de bodem tot een diepte van 0,7 m verstoord. Daaronder kunnen echter nog sporen van het oorspronkelijke erf aanwezig zijn. Eventuele resten van oudere perioden zullen zich op grotere diepte bevinden en door de geplande werkzaamheden niet worden geraakt. Vanwege de hoge archeologische waarde van het terrein adviseert Transect om zowel de ondergrondse sloop van de bestaande schuur als ook de graafwerkzaamheden van de nieuwe schuur onder archeologische begeleiding te laten uitvoeren. 

De GAVO onderschrijf het advies van Transect. De bouwwerkzaamheden kunnen de eventueel aanwezige archeologische resten verstoren en daarom is archeologische begeleiding bij de graafwerkzaamheden nodig. De commissie neemt als voorwaarde in haar advies op dat een ‘Programma van Eisen Opgraving – variant archeologische begeleiding (KNA 4.2)’ door een daartoe bevoegde instantie wordt opgesteld. Het Programma van Eisen dient vervolgens aan het bevoegd gezag voor goedkeuring te worden voorgelegd. Pas daarna kunnen de werkzaamheden van start gaan.

Wat ecologie betreft constateert de commissie dat het plan niet in of aan een natura2000-gebied en een NNN-gebied ligt. Alleen de algemene regels voor bescherming van planten en dieren zijn hier geldig. De quickscan laat zien dat er geen beschermde soorten in de huidige schuur zijn gevonden, maar dat de schuur mogelijk wel door de gewone grootoorvleermuis wordt gebruikt om te foerageren.

De nieuwe schuur is iets groter dan de te slopen schuur maar valt voor het grootste deel samen met de huidige. Het is niet te verwachten dat de nieuwe schuur, eenmaal gerealiseerd, bestaande natuurwaarden aantast. De belangrijkste zorgen vanuit ecologie bestaan dan ook over de realisatieperiode. Tijdens sloop en bouw kunnen verschillende soorten vogels, waaronder mussen, en vleermuizen, waaronder gewone dwergvleermuis en gewone grootoorvleermuis verstoord worden door de activiteiten. Ook egels kunnen mogelijk voorkomen op de locatie en verstoord worden.

De GAVO ziet geen bezwaar tegen de voorgenomen activiteiten, mits zorgvuldig wordt gewerkt. Dit betekent dat er niet tijdens het broedseizoen gewerkt kan worden, dat er vóór de sloop door een deskundige een inspectie van de te slopen schuur plaatsvindt op de aanwezigheid van beschermde soorten en dat mitigerende maatregelen worden genomen om voorkomende soorten zo min mogelijk te verstoren. In de quickscan staan hiervoor goede suggesties. 

De commissie is wat ruimtelijke kwaliteit, monumenten en cultuurhistorie betreft van mening dat het plan geen aanleiding geeft tot bezwaar. De subcommissie welstand en monumenten heeft op 15 juli 2025 in principe positief geadviseerd over de toen voorliggende conceptaanvraag. In het nu voorliggende plan wordt voldoende gereageerd op de enkele opmerkingen en suggesties aan het einde van het genoemde principeadvies. Omdat de bestaande schuur zelf geen monumentale waarden heeft en zich achter de monumentale boerderij bevindt heeft deze op zichzelf zorgvuldig ontworpen nieuwe stal, geen gevolgen voor de cultuurhistorische waarden van het beschermde dorpsgezicht. De GAVO kan dan ook positief adviseren op de disciplines ruimtelijke kwaliteit, monumenten en cultuurhistorie.

Concluderend, de GAVO is positief over het ingediende vooroverlegplan. Wel verbindt de GAVO voor de discipline archeologie de voorwaarde dat een Programma van Eisen Opgraving - variant archeologische begeleiding wordt opgesteld. Los van de voorwaarde dienen de werkzaamheden ecologisch verantwoord plaats te vinden door niet tijdens het broedseizoen te werken, vóór de sloop door een deskundige een inspectie van de te slopen schuur plaats te laten vinden op de aanwezigheid van beschermde soorten en dat mitigerende maatregelen worden genomen om voorkomende soorten zo min mogelijk te verstoren. Ten slotte zijn er geen negatieve cultuurhistorische gevolgen met betrekking tot het beschermde dorpsgezicht, is de ruimtelijke kwaliteit van het plan in orde en heeft de schuur zelf geen monumentale waarde.

Namens de gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit Stichtse Vecht,

secretaris gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit

Oktober 2025

Aanvraagdatum: 7 oktober 2025
Adviesdatum: 21 oktober 2025

GAVO zaaknummer: Z2025-00001900
Gemeentelijk Zaaknummer: Z2025-00001900

De gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit is gevraagd een definitief advies te geven over het vernieuwen van de beschoeiing en steiger aan De Plassen Noord 155 te Breukelen.

Situatie beschrijving

Het betreft het vernieuwen van de beschoeiing van een gedeelte van een legakker. De beoogde nieuwe beschoeiing bestaat uit kunststof, grotendeels gemaskeerd door hardhout. Daarnaast wordt een bestaande houten steiger vernieuwd door een vergelijkbare houten steiger.

Onderzoeksvraag

De volgende onderzoeksvraag is geformuleerd: 

“Voldoet het plan welstandshalve en worden de betrokken waarden (cultuurhistorie, natuur en landschap) niet geschaad door de bouwactiviteiten? Zo nee/ja, waarom?”

De deskundigen op het gebied van welstand (ruimtelijke kwaliteit), cultuurhistorie, natuur en landschap zijn gevraagd om advies te geven. 

Toetsingskader

De commissie heeft als taak de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.

Het toetsingskader voor de commissie vormt - ingevolge artikel 17.9, derde lid, Omgevingswet - de omgevingsvisie, het omgevingsplan, de welstandsnota en het actuele vastgestelde gemeentelijk beleid ten aanzien van de omgevingskwaliteit. Van toepassing zijn de bepalingen uit het bestemmingsplan Kievitsbuurten, dat onderdeel is van het tijdelijk omgevingsplan. Daaruit volgt dat in het bijzonder het volgende in aanmerking dient te worden genomen.

De aanvraag voor het vernieuwen van de steiger valt onder artikel 6.5.1 sub a (oppervlakte verharding) en artikel 6.5.2 sub c. Het vervangen van de bestaande beschoeiing valt onder artikel 6.5.1 sub f. Voorwaarde voor een vergunning is een advies van een deskundige inzake de te beschermen waarden (natuur-, landschaps- en cultuurhistorische waarden). Daartoe is deze commissie om advies gevraagd.

Advies

De commissie adviseert positief.

In het onderstaande wordt toegelicht hoe de commissie tot dit advies is gekomen. Bij de beoordeling zijn de stukken betrokken zoals deze zijn ingediend bij de aanvraag.

Uit oogpunt van ruimtelijke kwaliteit reageert de commissie positief. Het toetsingskader voor de commissie wordt gevormd door de welstandsnota van de gemeente en de daarin opgenomen beoordelingscriteria. In de welstandsnota is het volgende opgenomen over steigers: Steigers zijn soepele welstandsobjecten. Ze worden in beginsel in hout uitgevoerd. De te vernieuwen beschoeiing voldoet voor wat betreft vormgeving en materialisering eveneens aan datgene wat hierover is opgenomen in de welstandsnota.

Vanuit cultuurhistorisch perspectief is er eveneens geen bezwaar tegen het vervangen/vernieuwen van de beschoeiing. De impact van de wijziging op de aanwezige cultuurhistorische waarden is gering. De legakker is momenteel al voorzien van een beschoeiing, door de nieuwe beschoeiing zal de legakker in stand worden gehouden. Voor het aanzicht is het belangrijk dat de beoogde nieuwe beschoeiing niet hoger zal worden dan de bestaande beschoeiing, zodat de relatie tussen groen - water gehandhaafd kan worden. Dat is hier het geval: zowel de beschoeiing als de steiger blijven gelijk in omvang. Cultuurhistorisch is er een voorkeur voor een geheel houten beschoeiing, echter aangezien de beoogde kunststof beschoeiing grotendeels wordt gemaskeerd door hardhout heeft dit beperkte invloed op de cultuurhistorische waarden.

Ook vanuit de deskundigheid natuur gezien is er geen bezwaar tegen de voorgenomen activiteiten. De locatie ligt in het Natura2000-gebied van de Kievietsbuurten. Het is waarschijnlijk dat er te beschermen natuurwaarden op en om de locatie aanwezig zijn. De huidige beschoeiing wordt vervangen door een vergelijkbare, nieuwe beschoeiing. Hierbij is het onwaarschijnlijk dat natuurwaarden worden aangetast, mits met zorgvuldigheid en buiten het broedseizoen wordt gewerkt.

Tot slot is er ook geen sprake van schade aan de aanwezige landschapswaarden. In het bestemmingsplan Kievitsbuurten heeft de locatie de bestemming “natuur met landschapswaarden”. De te beschermen landschapswaarde op deze locatie is de legakker. Het is niet te verwachten dat de voorgenomen activiteiten de legakker zal aantasten of beschadigen. Eerder is te verwachten dat de legakker door de ingreep beter behouden blijft. 

Concluderend, komt de commissie tot een positief advies. Het plan voldoet welstandshalve en de betrokken waarden (cultuurhistorie, natuur en landschap) worden niet geschaad door de bouwactiviteiten.

Aanbeveling

Voorts ziet de commissie aanleiding nog een enkele aanbeveling in overweging mee te geven, daarbij benadrukkend dat dit niets afdoet aan de conclusie in het hierboven gegeven advies.

De nieuw te plaatsen beschoeiing bestaat uit kunststof panelen. De aanbeveling is om meer natuurvriendelijke materialen te gebruiken en/of het zichtbare deel natuurvriendelijker in te richten en aan te kleden. 

Namens de gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit Stichtse Vecht,

secretaris gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit

Aanvraagdatum: 12 september 2025
Adviesdatum: 1 oktober 2025

GAVO zaaknummer: Z2025-00001525
Gemeentelijk zaaknummer: Z2025-00001525

De gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit is gevraagd een definitief advies te geven over het bouwen van een bedrijfsgebouw aan de Portengen 51 te Kockengen.

Bestaande situatie

Op de planlocatie zat eerder een hoveniersbedrijf. De panden en grond zijn gekocht door een aannemersbedrijf dat verderop in de straat zit en op zoek was naar meer ruimte. De gemeente Stichtse Vecht heeft al ingestemd met de functiewijziging van hovenier naar aannemer.

Toekomstige situatie

Initiatiefnemer wenst de bestaande bijgebouwen te slopen en een nieuwe loods met kantoor te bouwen. Het nieuwe bijgebouw zou komen te staan op een deel van het perceel waar de bestemming ‘Bos’ op rust. Er is dus een bestemmingswijziging nodig. Verder komt er een nieuwe in-/uitrit en wordt de bestaande brug vervangen door een dam.

Het initiatief is eerder als vooroverlegplan door de gemeente beoordeeld. De gemeente heeft ingestemd met de conceptaanvraag. Daarbij is over de compensatie van het wijzigen van de bestemming ‘Bos’ naar ‘Bedrijf’ het volgende aangegeven: ‘het is niet nodig een geriefhoutbosje terug te laten komen, een rij van onderhouden knotwilgen langs het gebouw bij de sloot is een beter alternatief.'

Onderzoeksvraag

Gelet op het voorgaande is de volgende onderzoeksvraag geformuleerd: 

‘Voldoet het nieuwe bijgebouw aan de redelijke eisen van welstand? Kan er vanuit planologisch opzicht worden ingestemd met de bestemmingswijziging? Wat zijn de ecologische gevolgen van de bestemmingswijziging? Is de voorgestelde compensatie voor het verlies aan groen landschappelijk gezien acceptabel? Is het verrichte bodemonderzoek voldoende? Is de locatie van de loods acceptabel qua geluidsnormen? Wat is de impact op het water, onder meer als de brug wordt vervangen door een dam?'

De leden op het gebied van welstand, planologie, ecologie, landschap, bodem, geluid, water en burgerperspectief zijn gevraagd om advies te geven. 

Toetsingskader

De commissie heeft als taak de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.

Het toetsingskader voor de commissie vormt - ingevolge artikel 17.9, derde lid, Omgevingswet - de omgevingsvisie, het omgevingsplan, de welstandsnota en het actuele vastgestelde gemeentelijk beleid ten aanzien van de omgevingskwaliteit.

Van toepassing zijn de bepalingen uit het omgevingsplan gemeente Stichtse Vecht, tijdelijk deel Landelijk Gebied West. Daaruit volgt dat in het bijzonder het volgende in aanmerking dient te worden genomen.

De aanvraag past niet in het omgevingsplan. Het nieuwe bijgebouw komt te staan op een deel van het perceel waar de bestemming ‘Bos’ op rust. Op deze gronden mag niet worden gebouwd (art. 7.2). Voor het bouwen van het bijgebouw is dus een bestemmingswijziging nodig. De bestemming zal in overeenstemming met de rest van het perceel moeten worden gebracht: ‘Bedrijf’. 

Als een activiteit niet (geheel) mogelijk is op basis van het omgevingsplan, kan een initiatiefnemer een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) aanvragen. Het bevoegd gezag kan deze verlenen als de activiteit voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) en aan de instructieregels van het Rijk en de provincie. 

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties betekent dat er een balans bestaat tussen verschillende functies (zoals wonen, werken, recreëren, natuur en infrastructuur) die locaties binnen een gebied kunnen vervullen. Dit gaat verder dan alleen het toewijzen van bestemmingen; het houdt ook rekening met de onderlinge relaties tussen deze functies en hun impact op de omgeving. Het uiteindelijke doel is om een omgeving te creëren die niet alleen functioneel is, maar ook aantrekkelijk en duurzaam op lange termijn. ETFAL is een open norm. Het bevoegd gezag heeft beleidsruimte bij de invulling van deze norm. 

Of sprake is van ETFAL moet worden bepaald aan de hand van een belangenafweging. Enerzijds gaat het om het belang van de initiatiefnemer bij het vergund krijgen van de voor zijn activiteiten noodzakelijke functie op een bepaalde locatie. Anderzijds gaat het om het belang achter de regel waarvan afwijking wordt gevraagd. Bij die belangenafweging kan beleid worden betrokken. Hierbij geldt ook: hoe groter de afwijking, hoe meer het bevoegd gezag moet motiveren dat de afwijking is toegestaan.

Bijzonderheden

Er is vooroverleg geweest met de gemeente. De uitkomst daarvan was positief. De GAVO is daar niet bij betrokken geweest. De eindbrief van het vooroverleg zit bij de stukken.

Advies

De commissie adviseert positief onder voorwaarden. 

In het onderstaande wordt toegelicht hoe de commissie tot dit advies is gekomen. Bij de beoordeling zijn de stukken betrokken zoals deze zijn ingediend bij de aanvraag, alsmede de toelichting die tijdens de commissievergadering is gegeven door de GAVO subcommissie welstand en monumenten.

De GAVO is positief over de plannen zoals ingediend. Wel vindt de commissie het noodzakelijk om een tweetal voorwaarden te verbinden aan het positieve advies.

Het centrale element in de adviesvraag is de bestemmingswijziging van bos naar bedrijf. Ecologie, landschap en planologie adviseren daarover.

Vanuit ecologisch oogpunt is de GAVO positief. De initiatiefnemer geeft aan dat ecologie voor hen de kern in van hoe zij bouwen. De commissie ziet dat terug in het feit dat er compensatie plaatsvindt voor het gebied dat niet meer de bestemming bos heeft. Zo worden achter het te bouwen bedrijfsgebouw bomen geplaatst en wordt de achterkant van het perceel natuurvriendelijk ingericht. De commissie adviseert om daarbij inheemse bomen te gebruiken. Wel adviseert de commissie om aanvullende maatregelen te treffen als vleermuizen of mussen worden aangetroffen. Ook het advies om de sloot ruig in te richten zodat de eventueel aanwezige waterspitsmuis minder wordt gehinderd. Daarnaast stelt de commissie als voorwaarde dat de achterkant van het perceel natuurvriendelijk wordt ingericht, in ieder geval door middel van het aanleggen van een nieuwe sloot. Dit biedt dan -tezamen met de te planten bomen- compensatie voor het ecologische verlies.

Er zijn negatieve planologische gevolgen van het aanpassen van de bestemming. Het bouwwerk is namelijk van aanzienlijke omvang en verhoudt zich lastig met de gedachte achter de huidige bestemming, een (gerief)bos. Ook is het zijaanzicht van de te bouwen loods planologisch gezien negatief. Echter, de openheid van de nabijgelegen ijsbaan biedt enige compensatie hiervoor. Ook kan, gezien de eerder genoemde voorwaarde, voldoende ecologische compensatie plaatsvinden. Vanuit planologisch oogpunt is het plaatsen van de loods dan ook te billijken.

Vanuit de disciplines bodem bezien ontbreekt onderzoek. Dit gaat om onderzoek naar de funderingslaag op asbest en/of andere verontreinigen. 

Bij een indicatief en aanvullend onderzoek uit 1996/1997 is vastgesteld dat er sprake is van een ernstige bodemverontreiniging waarvan de saneringsurgentie vastgesteld zou moeten worden. De commissie heeft niet in kunnen zien of dit heeft plaatsgevonden.
Daarnaast bestaat de funderingslaag onder het asfalt uit een puinverharding met een dikte van 0,6 tot 1,7 meter. De kwaliteit/samenstelling van de puinlaag is niet vastgesteld. Ook is dit niet gebruikelijk en adviseert de GAVO om de Omgevingdienst regio Utrecht (ODRU) te betrekken voor toezicht op de werkzaamheden waaronder het verwijderen van asfalt. Het is volgens de commissie in de praktijk niet mogelijk om de asfalt weg te verwijderen waarbij de ondergrond onberoerd blijft. Door het gebruik van zware machines zal een deel van de onderlaag verspreid worden. De funderingslaag kan asbest en/of andere verontreinigingen bevatten waaraan medewerkers onbedoeld worden blootgesteld. Onderzoek naar de samenstelling van de onderlaag is dan ook nodig, net als het nemen van gepaste maatregelen om de gezondheidsrisico’s te beperken. 

Ook blijkt uit onderzoek uit 2024 dat er sprake is van een sterke verontreiniging met zware metalen. De omvang van deze verontreiniging is echter niet vastgesteld. Dit moet wel gebeuren voordat bouw- en sloopactiviteiten worden gestart. Bovendien is op het direct aangrenzende perceel ook een ernstige verontreiniging met zware metalen vastgesteld. Het is hierbij mogelijk dat de zware metalen ook in de funderingslaag aanwezig zijn. Dit moet onderzocht worden.

De commissie stelt dan ook als voorwaarde dat gedegen funderingsonderzoek plaats moet vinden.

Vanuit de discipline geluid voorziet de GAVO geen problemen zolang laden en lossen en de vervoersbewegingen in de dag periode plaatsvinden.

Welstand is beoordeeld door de subcommissie welstand en monumenten. Het advies van welstand is dat de gevel te onrustig is, met name in het kantoordeel. Het betreft dan de verschillende materiaaltoepassingen en de sterke scheiding tussen begane grond en verdieping, versterkt door de voorgestelde horizontale houten gevelband/luifel. Daarnaast vraagt de commissie zich af waarom het gehele programma – loods en kantoor- niet in één volume zijn ondergebracht. Deze lagere volume van het woonhuis is enigszins in strijd met de erfopzet en de welstandsnota. De commissie is daarentegen positief verrast dat de initiatiefnemer tijdens de zitting van de algehele GAVO een nieuw gevelontwerp heeft gepresenteerd. Dit is een aanzienlijke verbetering, niet alleen voor het gevelbeeld maar ook voor de uitstraling die dit heeft op het volume. Het welstandsadvies is negatief maar als de gepresenteerde plannen verder worden verbeterd en uitgevoerd vervallen de bezwaren.

Vanuit water bezien is de GAVO positief. Het poeltje heeft voor zover de commissie kan zien geen bijzondere ecologische waarde en het verminderen van verharding op het terrein heeft een positief effect op deze discipline. Het verdwijnen van de bestemming bos is negatief, echter er vindt voldoende compensatie plaats. Er zijn ook geen bezwaren tegen het veranderen van de brug in een dam.

Vanuit het burgerperspectief gezien is het plan een verbetering ten opzichte van de huidige plannen en goed voor de omgeving. Goed dat omwonenden zijn betrokken bij de plannen.

Concluderend, de GAVO is positief over de plannen. De ecologische, planologische en landschappelijke gevolgen van de bestemmingswijziging worden ondervangen door compensatie voor het verlies aan groen. De locatie van de loods is acceptabel qua geluidsnormen. Er zijn geen bezwaren vanuit de discipline water en het burgerperspectief. De GAVO heeft voldoende vertrouwen dat de initiatiefnemer de plannen welstandshalve verder verbetert. Wel verbindt de GAVO twee voorwaarden. Eén is het verrichten van verder bodemonderzoek en één is het natuurvriendelijk inrichten van de achterkant van het perceel.

Namens de gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit Stichtse Vecht,

Gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit

Aanvraagdatum: 19 september 2025
Adviesdatum: 1 oktober 2025

GAVO zaaknummer: Z2025-00001553
Gemeentelijk zaaknummer: Z2025-00001553

De gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit is gevraagd een definitief advies te geven over het Vernieuwen van beschoeiing en waterwegen, De Plassen Zuid 308 te Breukelen.

Bestaande situatie

Een stuk grond bestaande uit trekgaten in Breukelen. Rondom de trekgaten is beschoeiing aanwezig (houten dekplanken). Er ligt al een brug en er is al een vergunning verleend voor het plaatsen van een steiger aan de noordelijke recreatiewoning.

Toekomstige situatie

De initiatiefnemer wil een natuurvriendelijke oever creëren door op korte afstand van sommige delen van de bestaande beschoeiing dekplanken toevoegen. Tussen de dekplanken en de bestaande beschoeiing komt riet en lisdodde. Op één legakker (de onderste op de tekening) wordt ook de bestaande beschoeiing vervangen.

Onderzoeksvraag

Gelet op het voorgaande is de volgende onderzoeksvraag geformuleerd: 

“Is het aanleggen van riet, lisdodde en dekplanken passend bij dit gebied gezien de waarden die rusten op cultuurhistorie, water en natuur en landschap? Is het plan ook welstandshalve passend?”

De leden op het gebied van cultuurhistorie, welstand, natuur en landschap, water en burgerperspectief zijn gevraagd om advies te geven. 

Toetsingskader

De commissie heeft als taak de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.

Het toetsingskader voor de commissie vormt - ingevolge artikel 17.9, derde lid, Omgevingswet - de omgevingsvisie, het omgevingsplan, de welstandsnota en het actuele vastgestelde gemeentelijk beleid ten aanzien van de omgevingskwaliteit. 

Van toepassing zijn de bepalingen uit het omgevingsplan gemeente Stichtse Vecht, tijdelijk deel Kievitsbuurten. Daaruit volgt dat in het bijzonder het volgende in aanmerking dient te worden genomen. De aanvraag past binnen het omgevingsplan. 

Op de bestemming rust de waarde groen - landschapswaarden. De hiervoor aangewezen gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen met landschapswaarden, waarbij de waarden bestaan uit een afwisseling van opgaande beplanting en openheid. Ook zijn de gronden bestemd voor (oever)beschoeiingen, plankieren en steigers. Slechts specifieke bouwwerken zijn hier toegestaan waaronder dekplanken op (oever)beschoeiingen en nutskasten, (oever)beschoeiingen, plankieren en steigers. Het is verboden zonder omgevingsvergunning (oever)beschoeiingen, kaden en aanlegplaatsen aan te leggen of aan te brengen. Voor het verlenen van een vergunning is eerst deskundig advies nodig. Daarvoor vraagt het college advies aan deze commissie. 

Op deze bestemming rust ook de water – natuur en landschapswaarden. De hiervoor aangewezen gronden zijn bestemd voor water met daarbij behorende taluds en oevers en het behoud en herstel van de ter plaatse aanwezige cultuurhistorische, landschaps- en natuurwaarden. Slechts specifieke bouwwerken zijn hier toegestaan waaronder elke recreatiewoning binnen de bestemming groen - landschapswaarden, geen gebouw zijnde, zoals steigers en botenhellingen. Ook zijn toegestaan dekplanken op (oever)beschoeiingen. Het is verboden zonder omgevingsvergunning (oever)beschoeiingen, kaden en aanlegplaatsen aan te leggen of aan te brengen. Voor het verlenen van een vergunning is deskundig advies nodig. Daarvoor vraagt het college advies aan de commissie.

Advies

De commissie adviseert positief. 

In het onderstaande wordt toegelicht hoe de commissie tot dit advies is gekomen. Bij de beoordeling zijn de stukken betrokken zoals deze zijn ingediend bij de aanvraag.

De voornaamste reden om tot een positief advies te komen, is dat het plan passend is bij dit gebied.

Het landschap kenmerkt zich door de vele legakkers. Een goede beschoeiing voorkomt afkalving van het land en zorgt daarmee voor behoud van het kenmerkende legakker-karakter van het landschap. Het plan draagt dus in positieve zin bij aan de landschapswaarden van het gebied.

Vanuit cultuurhistorisch perspectief gezien is het ook van belang dat de legakkers zo goed mogelijk behouden blijven. Deze beschoeiing draagt daar aan bij, wordt al meer toegepast in de directe omgeving en maakt geen inbreuk op de ter plaatse aanwezige cultuurhistorische waarden. 

De natuur gaat erop vooruit met dit plan. De beschoeiing is namelijk natuurvriendelijk en gaat uit van beplanting en dekplanken. Een dergelijke natuurvriendelijke beschoeiing vormt alleen maar een versterking van de natuurwaarden ter plekke.

Vanuit het burgerperspectief onderschrijft de commissie het belang van het behoud van legakkers. Dit is in lijn met het gemeentelijk beleid. Dit plan past daar goed bij.

Voorts heeft de commissie de aanwezige bestemming ‘water’ in aanmerking genomen. Weliswaar verliest de omgeving hier een stukje water, maar daar komt natuurvriendelijke beplanting voor terug. Zolang er niet meer land komt en de legakkers dus niet groter worden, heeft de commissie geen bezwaar tegen het plan. 

Tot slot voldoet het plan aan de redelijke eisen van welstand.

 

Namens de gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit Stichtse Vecht,

secretaris gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit

Aanvraagdatum: 5 september 2025
Adviesdatum: 28 oktober 2025

GAVO zaaknummer: Z2025-00001471
Gemeentelijk Zaaknummer: Z2025-00001471

De Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit is gevraagd een definitief advies te geven over het bouwen van een nieuwe loods ten behoeve van agrarische functie te Spengen 22 Kockengen.

Bestaande situatie

Op het adres Spengen 22 te Kockengen bevindt zich een voormalige melkveehouderij. Een bedrijf met ooit circa 80 melkkoeien en bijbehorend jongvee. In 2001 is men gestopt met melken en is men overgegaan naar het opfokken van jongvee voor derden (op dit moment 30 à 40 stuks jongvee).

De bedrijfsvorm is een maatschap waarin dhr. K. Hoogendoorn, mevr. E. Hoogendoorn en mevr. S.L. Pauw-Hoogendoorn participeren.

Van het land is een deel verkocht; 28 hectare grasland is nog in eigendom (netto 26 hectare). Van deze oppervlakte is ruim 13 hectare verhuurd en krap 13 hectare wordt aangewend voor de opfok van jongvee en voor het oogsten en verkopen van ronde balen gras.

Voor het opfokken van jongvee is 1 stal nog deels in gebruik. De andere stal - die dwars op het erf staat - is deels in gebruik als stalling voor machines en de opslag van niet agrarische zaken van het bedrijf zelf en deels in gebruik bij derden.

De oorspronkelijke werktuigenberging - rechts op het erf - is in 1998 verlengd met een woonruimte (Spengen 22A) waar thans. In 2008 is deze schuur/woning plus ondergrond op naam gezet van. Deze schuur, die echter niet in de maatschap is ingebracht, wordt privé gebruikt o.a. als bedrijfsruimte voor haar man die lasser/monteur is. De schuur is feitelijk aan het agrarisch bedrijf onttrokken.

Toekomstige situatie

Het plan is om een schuur te bouwen van 25 bij 26 meter op de reeds bestaande, onderheide kuilplaten. In deze schuur zal men het veevoer droog kunnen opslaan, waardoor onder meer minder voedingssappen in het oppervlaktewater terecht komen. Bovendien zal de schuur gebruikt worden voor de stalling van machines. 

Onderzoeksvraag

Gelet op het voorgaande is de volgende onderzoeksvraag geformuleerd: 

“Is de Agrarische Beoordelingscommissie van mening dat het toestaan van de nieuwe agrarische loods op de voorgenomen locatie binnen de bestemmingsfunctie 'agrarisch met waarden – landschapswaarden’ noodzakelijk is voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering? En voldoet de vergunningsaanvraag welstandshalve?”

Naast de casus-specifieke onderzoeksvraag, beoordeelt de commissie ook altijd de gevolgen van een plan voor de inwoners van de gemeente Stichtse Vecht.

De leden op het gebied van agrarische bedrijfsvoering en ruimtelijke kwaliteit (welstand) zijn gevraagd om advies te geven. 

Toetsingskader

De commissie heeft als taak de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.

Het toetsingskader voor de commissie vormt - ingevolge artikel 17.9, derde lid, Omgevingswet - de omgevingsvisie, het omgevingsplan, de welstandsnota en het actuele vastgestelde gemeentelijk beleid ten aanzien van de omgevingskwaliteit. De aanvraag past binnen het omgevingsplan.

Van toepassing zijn de bepalingen uit het omgevingsplan gemeente Stichtse Vecht, tijdelijk deel Landelijk Gebied West. Daaruit volgt dat in het bijzonder het volgende in aanmerking dient te worden genomen. 

Volgens de bouwregels mogen ten behoeve van de bestemming ‘ Agrarisch met waarden – Landschap’, gebouwen ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd. (artikel 3.2.1 onder a). 

In de begrippen (artikel 1) zijn de volgende voor de aanvraag relevante agrarische begrippen vermeld:   k. agrarisch bedrijf: Grondgebonden bedrijf, gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen anders dan in kassen, dan wel het houden van dieren, mits de exploitatie van deze bedrijven geheel of grotendeels gebonden is aan ter plaatse of in de nabijheid aanwezige gronden;                                                        
            ci. volwaardig agrarisch bedrijf: een agrarisch bedrijf

Daarnaast heeft de commissie gebruik gemaakt van de Gecombineerde Opgave 2025 voor de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (GO 2025), de brief van Rijking, bouwkundig advies en de informatie verkregen tijdens het bedrijfsbezoek van de commissie.

Advies

De commissie adviseert negatief.

In het onderstaande wordt toegelicht hoe de commissie tot dit advies is gekomen. Bij de beoordeling zijn de stukken betrokken zoals deze zijn ingediend bij de aanvraag.

De commissie constateert met betrekking tot agrarische bedrijfsvoering dat een wezenlijk deel van de gebouwen inmiddels niet-agrarisch in gebruik is, dan wel onttrokken is aan de agrarische bedrijfsvoering. Voor de agrarische bedrijfsvoering biedt naar mening van de commissie de bestaande bebouwing voldoende ruimte voor de stalling van het vee, de eigen landbouwwerktuigen en de voorraad voer. Indien uitbreiding van gebouwen zou plaatsvinden, zal dit waarschijnlijk leiden tot een groter deel niet-agrarisch gebruik van hetzij enerzijds de reeds bestaande gebouwen en anderzijds van de nieuwe bebouwing. Er is dan ook geen noodzaak voor de bouw van een nieuwe schuur voor de agrarische bedrijfsvoering. De agrarische bedrijfsvoering kan binnen de bestaande gebouwen plaatsvinden. 

Wat ruimtelijke kwaliteit (welstand) betreft is de commissie op grond van de ingediende gegevens van mening dat het plan voldoet aan de redelijke eisen van welstand. 

Concluderend, hoewel de commissie welstand positief beoordeelt, adviseert de commissie negatief op agrarische bedrijfsvoering. De agrarische bedrijfsvoering kan namelijk binnen de bestaande gebouwen plaatsvinden. De commissie kan niet anders dan alles afwegende een negatief advies geven.

Namens de Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit Stichtse Vecht,

secretaris gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit

September 2025

Aanvraagdatum: 4 september 2025
Adviesdatum: 17 september 2025

GAVO zaaknummer: Z2024-00002043
Gemeentelijk zaaknummer: Z2024-00002043

De gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit is gevraagd een definitief advies te geven over de restauratie van een park - waaronder baggeren, bomen vellen en vernieuwen beschoeiing - bij Kleizuwe 101 te Vreeland.

Bestaande situatie

De planlocatie betreft een buitenplaats nabij Kleizuwe 101 te Vreeland, genaamd ‘het plantagehuis’. De buitenplaats is een Rijksmonument in particulier bezit. Het plantagehuis zelf staat in de oostelijke hoek. Het Jubileumlaantje is publiek toegankelijk. Het gebied bestaat uit tuin- en parkaanleg, boomgaard de ‘Driehoeck’, Jubileumlaantje en de ‘Zijldijk’.

Toekomstige situatie

De nieuwe eigenaar van de buitenplaats wil de vroegere sfeer en karakter van de buitenplaats herstellen. Ook zijn sommige onderdelen in slechte staat (denk aan de beschoeiing). In de gehele buitenplaats zullen herstelwerkzaamheden plaats gaan vinden. Het betreft:

  • Vellen van bomen;
  • Snoeien van bomen voor zichtlijnen;
  • Planten van bomen;
  • Herstel oever d.m.v. plaatsen grond en boomstambeschoeiing. In een groot gedeelte van de vijver wordt boomstambeschoeiing toegevoegd;
  • Behandelen van de vijver;
  • Afbreken bestaande wandelbrug (noorden), aanbrengen nieuwe wandelbrug (noorden) en plaatsen trekpontje (zuiden);
  • Plaatsen van een serre. De serre komt te staan op de noordoever van de vijver;
  • Baggerwerkzaamheden. In het westelijke deel van de vijver gaan baggerwerkzaamheden plaatsvinden (de bagger wordt afgevoerd naar een externe locatie vanwege verontreiniging). De omgevingsdienst (ODRU) gaat hier advies over uitbrengen.

Onderzoeksvraag

Gelet op het voorgaande is de volgende onderzoeksvraag geformuleerd: 

Voldoet het plan welstandshalve en worden de betrokken waarden (cultuurhistorie, natuur en landschap) niet geschaad door de aanlegactiviteiten? Zo nee/ja, waarom?

De leden op het gebied van welstand (ruimtelijke kwaliteit en monumenten), cultuurhistorie, natuur, landschap en het burgerperspectief zijn gevraagd om advies te geven.

Toetsingskader

De commissie heeft als taak de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.

Het toetsingskader voor de commissie vormt - ingevolge artikel 17.9, derde lid, Omgevingswet - de omgevingsvisie, het omgevingsplan, de welstandsnota en het actuele vastgestelde gemeentelijk beleid ten aanzien van de omgevingskwaliteit.

Van toepassing zijn de bepalingen uit het bestemmingsplan Vreeland, dat onderdeel is van het tijdelijk omgevingsplan. De aanvraag past binnen het omgevingsplan.

Op de bestemming rust de waarde beschermd dorpsgezicht. De hiervoor aangewezen gronden zijn bestemd voor het behoud, herstel en de ontwikkeling van cultuurhistorische waarden. Op deze gronden mogen cultuurhistorische waarden niet onevenredig worden geschaad. Daarvoor vraagt het college advies aan deze commissie.

Op deze bestemming rust ook de waarde agrarisch. De hiervoor aangewezen gronden zijn bestemd voor het behoud, herstel en/of ontwikkeling van de aanwezige landschaps- en natuurwaarden. Op deze gronden mogen bepaalde werkzaamheden niet plaatsvinden zonder deskundig advies. Daarvoor vraagt het college advies aan deze commissie.

Advies

De commissie adviseert positief.

In het onderstaande wordt toegelicht hoe de commissie tot dit advies is gekomen. Bij de beoordeling zijn de stukken betrokken zoals deze zijn ingediend bij de aanvraag.

De commissie is in grote lijnen duidelijk positief over het plan tot renovatie van het plantagehuis in Vreeland. Alle disciplines - en daarmee de gehele omgevingskwaliteit - gaan er op vooruit. 

Vanuit cultuurhistorie gezien is het een goed plan. Er is gedegen cultuurhistorisch onderzoek gedaan en het ontwerp zit goed in elkaar. Het plan geeft een duidelijk beeld van hoe de cultuurhistorische waarden zullen worden versterkt. De monumentale brug wordt vernieuwd en blijft zodanig sober dat cultuurhistorische waarden niet worden aangetast.

Wanneer de commissie landschap en natuur beoordeeld, is het oordeel duidelijk positief. Er wordt goed rekening gehouden met planten en dieren. Zorg er wel voor dat dit niet alleen theorie blijft maar ook wordt uitgevoerd. De landschapselementen worden ook versterkt door dit plan, bijvoorbeeld door rekening te houden met het plaatsen van inheemse bomen. Ook voldoet het plan wat betreft de behandeling van de vijver.

Vanuit burgerperspectief is de commissie positief. Mooi dat het park in originele staat wordt herbouwd. Het plaatsen van een boomstambeschoeiing past goed in de omgeving en het plan is volledig. Het gebied is toegankelijk voor inwoners en de verbeteringen komen dan ook de samenleving ten goede. Wel gaat de GAVO er vanuit dat de buren op de hoogte worden houden van de werkzaamheden.

Vanuit welstand gezien ziet de commissie dat de welstandsbeoordeling relatief beperkt blijft. Onderdelen zoals de serre die met welstand te maken hebben zijn doordacht en zorgvuldig opgesteld. 

Concluderend, de GAVO is positief over voorliggend plan. Het plan voldoet welstandshalve en de betrokken waardes worden niet geschaad. Het plan is weloverwogen en bezien vanuit alle disciplines draagt het positief bij aan de omgevingskwaliteit.

 

Namens de gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit Stichtse Vecht,

secretaris gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit

Aanvraagdatum: 10 september 2025
Adviesdatum: 19 september 2025

GAVO zaaknummer: Z2025-00001666
Gemeentelijk zaaknummer: Z2025-00001666

De gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit is gevraagd een definitief advies te geven over het vervangen van de bestaande schoeiing nabij Kraaienestersluis, Zandpad 92 te Breukelen

Omschrijving situatie

De situatie betreft het vervangen (renovatie) van bestaande beschoeiing. Met beschoeiing worden steigers en damwanden bedoeld. Er komt dus niet meer beschoeiing dan in de huidige situatie al aanwezig is.

Onderzoeksvraag

Gelet op het voorgaande is de volgende onderzoeksvraag geformuleerd:

Voldoet het plan welstandshalve en worden de betrokken waarden (cultuurhistorie, natuur en landschap) niet geschaad door de aanlegactiviteiten? Zo nee/ja, waarom? 

De deskundigen op het gebied van natuur en landschap, welstand en cultuurhistorie zijn gevraagd om advies te geven. 

Toetsingskader

Het toetsingskader voor de commissie vormt - ingevolge artikel 17.9, derde lid, Omgevingswet - de omgevingsvisie, het omgevingsplan, de welstandsnota en het actuele vastgestelde gemeentelijk beleid ten aanzien van de omgevingskwaliteit.

Advies

De commissie adviseert positief

In het onderstaande wordt toegelicht hoe de commissie tot dit advies is gekomen. Bij de beoordeling zijn de stukken betrokken zoals deze zijn ingediend bij de vergunningsaanvraag.

Vanuit de discipline cultuurhistorie is er geen bezwaar tegen het voorstel. De schutsluis maakt onderdeel uit van de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de sluis zelf is in 2013 aangewezen als rijksmonument (nummer 531481). De sluis heeft een 17e-eeuwse oorsprong, maar zoals veel sluizen is deze in de loop van de tijd aangepast en gemoderniseerd. Rond 2000 is de sluis gerestaureerd en hebben de laatste aanpassingen plaatsgevonden. De beschoeiing en steiger bevinden zich feitelijk vóór deze sluis. Het materiaal van de huidige beschoeiing dateert vermoedelijk uit 2000. 

Aangezien het door gelijkwaardig materiaal wordt vervangen en het aanzicht van de sluis niet wordt gewijzigd, is er vanuit cultuurhistorie geen bezwaar tegen de voorgenomen ingrepen.

Ook vanuit het perspectief natuur en landschap heeft de GAVO geen bezwaren. 
Wat de natuur betreft: de locatie ligt niet in een Natura 2000- of Natuurnetwerk Nederland (NNN) gebied, maar grenst wel aan het NNN-gebied van de Vecht. De bestaande hardhouten beschoeiing en steiger wordt vervangen door een nieuwe hardhouten beschoeiing. Dit zal geen effect hebben op de aanwezige natuurwaarden. 
Wat landschap betreft: in het bestemmingsplan “Rondom de Vecht” heeft de locatie de waarde “Cultuurhistorie, landschap en natuur”. De te beschermen landschapswaarde op deze locatie is het historische bouwwerk van de sluis in samenhang met het waternetwerk waar deze sluis onderdeel van is. Het is niet te verwachten dat de voorgenomen activiteiten de sluis aantasten of beschadigen. Eerder is te verwachten dat de sluis door de ingreep beter behouden blijft. 

Ook vanuit het perspectief van welstand is de GAVO positief. De bestaande beschoeiing met plankier is geheel van hout. Deze situatie wijzigt na de vervanging niet. Conform de criteria uit de welstandsnota met betrekking tot aanlegsteigers e.d. wordt deze beschoeiing op een duurzame wijze in hout uitgevoerd waardoor welstand als positief wordt beoordeeld.

Concluderend, de GAVO is positief over zowel het vernieuwen van de beschoeiing als de wijze waarop dit plaatsvindt. Het plan voldoet daarmee welstandshalve en de waarden cultuurhistorie, landschap en natuur worden niet geschaad.

 

Namens de Gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit Stichtse Vecht,

secretaris gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit

Aanvraagdatum: 01-08-2025
Adviesdatum: 03-09-2025

GAVO zaaknummer: Z2025-00001214
Gemeentelijk zaaknummer: Z2025-00001214

De gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit is gevraagd een definitief advies te geven over het (slopen en) bouwen van 3 appartementencomplexen in de Staatsliedenbuurt (Troelstrastraat, Scheepmanstraat en Kuyperstraat) te Maarssen.

Bestaande situatie

Het projectgebied is gelegen in de Staatsliedenbuurt te Maarssen. De Staatsliedenbuurt ligt aan de noordzijde van de bebouwde kom van Maarssen in de gemeente Stichtse Vecht. Het betreft een woonbuurt met veelal rijwoningen en appartementengebouwen. Ook ter plaatse van het projectgebied bevinden zich appartementengebouwen. Deze zijn gesitueerd aan de Troelstrastraat, Schaepmanstraat en Kuyperstraat (op navolgende afbeelding respectievelijk aangemerkt met A, B en C). Al deze gebouwen zijn met de oostzijde gelegen aan de Europalaan, die de straten met elkaar verbindt. De gebouwen bestaan allemaal uit 5 bouwlagen, waarvan de bovenste 4 gebruikt worden voor de appartementen en de onderste laag voor garages. In ieder gebouw bevinden zich 24 woningen. 

Toekomstige situatie

De initiatiefnemer is voornemens om ter plaatse van het projectgebied de 3 bestaande appartementengebouwen te slopen en hier 3 nieuwe appartementengebouwen van maximaal 20 m hoog voor terug te bouwen. De appartementengebouwen krijgen 6 bouwlagen en worden daarmee 1 bouwlaag hoger dan de bestaande gebouwen. De nieuwe gebouwen bieden ruimte voor 42 appartementen per stuk. In totaal betreft het 126 appartementen, waarvan tevens betaalbare huur. parkeerbehoefte wordt ingevuld in de openbare ruimte. (Er is derhalve sprake van 54 extra nieuwe woningen.)

Onderzoeksvraag

Gelet op het voorgaande is de volgende onderzoeksvraag geformuleerd: 

“Voldoet de voorgenomen ontwikkeling aan een Evenwichtige Toedeling van Functies aan Locaties (ETFAL) en voldoet het bouwplan aan de eisen van Welstand?”

De leden op het gebied van Welstand (Ruimtelijke Kwaliteit), Architectuur, Archeologie, Bodem, Ecologie, Geluid, Landschap, Planologie, Stedenbouw, Verkeer en Water alsmede de Burgerleden zijn gevraagd om advies te geven. 

Toetsingskader

De commissie heeft als taak de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.

Het toetsingskader voor de commissie vormt - ingevolge artikel 17.9, derde lid, Omgevingswet - de omgevingsvisie, het omgevingsplan, de welstandsnota en het actuele vastgestelde gemeentelijk beleid ten aanzien van de omgevingskwaliteit.

Van toepassing zijn de bepalingen uit het bestemmingsplan Maarssendorp Woongebied, dat onderdeel is van het tijdelijk omgevingsplan. Het projectgebied heeft de bestemmingen ‘Wonen’, ‘Verkeer’ en ‘Tuin’. Ter plaatse van de woonbestemmingen zijn bouwvlakken opgenomen met de bouwaanduiding ‘gestapeld’, waarbij nieuwe bebouwing niet hoger mag zijn dan in de bestaande situatie (art. 21.2 lid 1d).

Er zijn in het huidige bestemmingsplan geen bouwmogelijkheden opgenomen voor appartementengebouwen van de gewenste bouwhoogte. Tevens is een gedeelte van de gronden niet bestemd ten behoeve van wonen. Daarmee is het initiatief zowel in strijd met de bouw- als gebruiksregels die ter plaatse gelden, de aanvraag past daarom niet binnen het omgevingsplan. (De activiteiten passen echter wel binnen de doelstellingen en het beleid van de gemeente.)

Als een activiteit niet (geheel) mogelijk is op basis van het omgevingsplan, kan een initiatiefnemer een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) aanvragen. Het bevoegd gezag kan deze verlenen als de activiteit voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) en aan de instructieregels van het Rijk en de provincie.

Op een klein gedeelte van het projectgebied rust de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’. Ter plaatse van deze dubbelbestemming is archeologisch onderzoek nodig bij het bouwen van bouwwerken groter dan 1000 m2, waarbij dieper dan 0,3 m wordt gegraven. Met onderhavig initiatief wordt de onderzoeksgrens van 1000 m2 niet overschreden, waarmee het verrichten van archeologisch onderzoek niet nodig is. In het ontwerpplan ‘Parapluplan Archeologie’ kent het projectgebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’. Voor het mogelijk maken van bebouwing kleiner dan 100.000 m2 is volgens de bij deze dubbelbestemming horende regels geen archeologisch onderzoek nodig. Ook deze onderzoeksgrens wordt niet overschreden.

De advies- en participatielijst stelt dat bij realisering van 25 of meer nieuwe woningen overleg gevoerd moet worden met omwonenden via een klankbordgroep. Dit is met onderhavig initiatief het geval. In het kader van het stedenbouwkundig programma van eisen voor de Staatsliedenbuurt zijn meerdere participatiemomenten geweest.

Verder valt het plan onder de ‘drempelwaarde onafhankelijk advies’ van de Advies- en Participatielijst Stichtse Vecht. Voor de categorie wonen geldt: ‘in geval van afwijken van de parkeernorm is een positief verkeerskundig advies noodzakelijk’. Hiertoe wordt advies opgevraagd bij deze commissie. Daarbij zal de commissie de volgende stukken in het bijzonder in acht nemen:

  • Gemeentelijk verkeers- en vervoersplan (GVVP) deel B: parkeernota
  • (aanvullend) Verkeerskundig onderzoek

Advies

De commissie adviseert positief onder voorwaarde.

In het onderstaande wordt toegelicht hoe de commissie tot dit advies is gekomen. Bij de beoordeling zijn de stukken betrokken zoals deze zijn ingediend bij de aanvraag.

De commissie is in grote lijnen duidelijk positief over het plan tot sloop en bouw van drie appartementencomplexen. Alle disciplines -en daarmee de gehele omgevingskwaliteit- gaan er op vooruit. Althans, gebaseerd op de stukken die de commissie heeft kunnen inzien. Van andere delen uit het plangebied ontbreken de stukken met als gevolg dat de commissie slechts een deel van de haar gevraagde omgevingskwaliteit heeft kunnen beoordelen. De commissie geeft hierover een dringende aanbeveling mee.

Vanuit welstand betekent het plan een grote verbetering. Dit zowel voor de buurt als ten opzichte van de te slopen bebouwing. De voorgestelde hoogte van de bouwmassa’s zijn goed mogelijk en passend in de wijk. Wel zit het plan conceptueel nog niet goed in elkaar, waarvoor een aantal aanbevelingen worden gedaan.

Vanuit het oogpunt van archeologie is archeologisch onderzoek niet nodig nu de bouwplannen binnen de vrijstellingsgrenzen uit het omgevingsplan vallen. Desondanks is het wettelijk verplicht om vondsten te melden. Vandaar dat de commissie dit ook op zal nemen als voorwaarde.

Wanneer de commissie bodem en geluid beoordeeld is het beeld positief. Het geluid blijft laag genoeg en er zijn geen belemmeringen vanuit de bodem.

Vanuit de discipline verkeer ontbreken belangrijke stukken over het parkeren van toekomstige bewoners. Als de commissie alleen naar het appartementencomplex kijkt is verkeerskundig advies niet goed mogelijk. De commissie gaat dan ook als voorwaarde verbinden aan het positieve advies dat  er een kwalitatief goed verkeersplan komt. Dit ontbreekt vooralsnog.

Betreffende ecologie ziet de commissie veel mogelijkheden tot verbetering ten opzichte van de huidige situatie. De nieuwbouwplannen bieden kansen om de natuur aanzienlijk te verbeteren en daar heeft de commissie vertrouwen in. Wat landschap betreft zijn er geen bezwaren. Weliswaar valt het gebied binnen de invloedsfeer van Unesco erfgoed, alleen er wordt niet gebouwd op nieuwe grond.

Vanuit planologie bezien is het advies positief aangezien de type woningen en de verdichting goed aansluiten bij de omgevingsvisie.

Vanuit stedenbouwkundig perspectief is het oordeel overwegend positief. De bouw van het appartement wordt positief beoordeeld. Wel moet voorkomen worden dat het direct omliggende gebied te stenig wordt.

Op het gebied van water oordeelt de commissie positief, al is er wel weinig documentatie. De commissie vraagt bijzondere aandacht voor afwatering vanwege de alsmaar toenemende kortstondige buien.

Vanuit het burgerperspectief doet het de commissie goed dat Portaal veel aandacht besteedt aan het contact met inwoners. Ook is de inbreng van inwoners verwerkt in de plannen, dit blijkt uit de aanpassingen die Portaal heeft doorgevoerd zoals van zes naar vijf lagen hoog bouwen. 

Concluderend, de GAVO is positief over voorliggend plan. Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en het plan voldoet aan de eisen van welstand. Wel stelt de commissie de voorwaarde van het aanleveren van een verkeersplan en een archeologische meldplicht.

Aanbevelingen

De commissie moet de onderzoeksvraag beoordelen in de context van de bredere omgeving. Concreter: hoe past het appartementencomplex in het plangebied? Deze beoordeling is op dit moment niet mogelijk, alle disciplines konden niet volwaardig beoordeeld worden. Vandaar dat de commissie als dringende aanbeveling meegeeft om de commissie opnieuw om advies te vragen als het plangebied definitief is uitgewerkt. Dit doet recht aan de drie nieuw te bouwen complexen.

De GAVO geeft vanuit een aantal van haar verschillende disciplines nog aanbevelingen voor verbetering:

  • Welstand: zorg voor een duidelijkere entree, neem flora- en fauna voorzieningen op en heb aandacht voor de totale kleurstelling van de appartementen;
  • Water: Goede afwatering kan plaatsvinden bijvoorbeeld door het toevoegen van meer groen en betere riolering;
  • Natuur: het toevoegen van natuur aan een wijk bevordert ook de sociale cohesie doordat men eerder naar buiten gaat en daarmee contact met elkaar maakt;
  • Stedenbouw: Zorg voor een duidelijkere afscheiding tussen appartementen op de begane grond en de openbare ruimte en beperk parkeerplaatsen aan de zijkant van de complexen om ruimte te maken voor groen

 

Namens de gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit Stichtse Vecht,

Secretaris gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit

Augustus 2025

Aanvraagdatum: 30 juli 2025
Adviesdatum: 6 augustus 2025

GAVO zaaknummer: Z2025-00000977
Gemeentelijk zaaknummer: Z2025-00000977

De gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit is gevraagd een definitief advies te geven over de bouw van 40 tijdelijke wooneenheden in Loenen aan de Vecht nabij sportpark De Heul.

Bestaande situatie

Het plangebied ligt aan de Rijksstraatweg (tussen 186 en 188) in Loenen aan de Vecht en betreft het voormalige vierde voetbalveld van sportpark De Heul. Dit veld wordt al geruime tijd niet meer gebruikt en is in verwildering geraakt.

Toekomstige situatie

De initiatiefnemer is woningstichting Vecht en Omstreken. In het kader van het ‘Gemengd wonen project voor starters, marginaal gehuisvesten en (dreigend) daklozen’ willen zij op het perceel 40 tijdelijke nieuwe wooneenheden plaatsen voor de duur van 15 jaar. Daarna zal een opruimplicht gelden. De units zijn 43,2 m² groot en hebben ieder een berging van 4,2 m². 

Naast de bouw van de flexwoningen, worden nieuwe in-/uitritten aangelegd. Er komt een aparte calamiteiten inrit die structureel afgesloten is en alleen te openen en toegankelijk is voor hulpdiensten. Bewoners, bezoekers en dergelijke gebruiken de bestaande ontsluiting van De Heul. Hiertoe wordt een nieuwe weg aangelegd. Ten behoeve hiervan worden 27 bomen gekapt. Ter compensatie worden zowel binnen als buiten het plangebied nieuwe bomen geplant. De bestaande groenstructuur rondom het plangebied en het park met wandelpad blijven behouden.

Onderzoeksvraag

Gelet op het voorgaande is de volgende onderzoeksvraag geformuleerd: 

“Wat is de impact van de bouw- en aanlegwerkzaamheden op de aanwezige cultuurhistorische waarden? Zijn er vanuit verkeerskundig perspectief bezwaren tegen de in-/uitritten, nieuwe weg en het afwijken van de parkeernormen?”

Naast de casus-specifieke onderzoeksvraag, onderzoekt de commissie ook altijd de impact van een plan op de algehele omgevingskwaliteit.

De leden op het gebied van cultuurhistorie, verkeer en het burgerperspectief zijn gevraagd om advies te geven. 

Toetsingskader

De commissie heeft als taak de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.

Het toetsingskader voor de commissie vormt - ingevolge artikel 17.9, derde lid, Omgevingswet - de omgevingsvisie, het omgevingsplan, de welstandsnota en het actuele vastgestelde gemeentelijk beleid ten aanzien van de omgevingskwaliteit.

Van toepassing zijn de bepalingen uit het bestemmingsplan Landelijk gebied Noord, dat onderdeel is van het tijdelijk omgevingsplan. Het plangebied heeft de bestemming ‘Sport’. De aanvraag past daarom niet binnen het omgevingsplan. 

Als een activiteit niet (geheel) mogelijk is op basis van het omgevingsplan, kan een initiatiefnemer een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) aanvragen. Het bevoegd gezag kan deze verlenen als de activiteit voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) en aan de instructieregels van het Rijk en de provincie.

Naast de bestemming Sport rust op deze locatie ook de dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie 1’. De hiervoor aangewezen gronden zijn mede bestemd voor het behoud en de versterking van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Op deze gronden mag uitsluitend worden gebouwd en zijn werkzaamheden slechts toelaatbaar indien de cultuurhistorische waarden ter plaatse niet (onevenredig) worden geschaad. Hiertoe vraagt het college advies op bij deze commissie.

Verder valt het plan onder de ‘drempelwaarde onafhankelijk advies’ van de Advies- en Participatielijst Stichtse Vecht. Voor de categorie wonen geldt: ‘in geval van afwijken van de parkeernorm is een positief verkeerskundig advies noodzakelijk’. Hiertoe wordt advies opgevraagd bij deze commissie. 

Advies

De commissie adviseert positief onder voorwaarde. 

In het onderstaande wordt toegelicht hoe de commissie tot dit advies is gekomen. Bij de beoordeling zijn de stukken betrokken zoals deze zijn ingediend bij de aanvraag.

Vanuit cultuurhistorisch perspectief zijn er geen bezwaren tegen het plan. De impact van de bouw- en aanlegwerkzaamheden op de aanwezige cultuurhistorische waarden is beperkt. De locatie ligt in de bufferzone van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Het is eeuwenlang als weiland / agrarisch gebied in gebruik is geweest. In de structuur van dit landschap worden geen cultuurhistorische waarden aangetast, aangezien het plan binnen de bestaande kavel- en groenstructuur blijft. En gezien het tijdelijke karakter van de woningen, is de openheid van het agrarische landschap te herstellen.

Verkeerskundig gezien is de commissie in hoofdlijnen positief over het plan, met enkele kanttekeningen. Het merendeel van deze kanttekeningen staan een positief advies niet in de weg en zullen daarom hieronder slechts ter aanbeveling meegegeven worden. Waar de commissie wel aanleiding ziet om een voorwaarde stellen, is het afwijken van de parkeernorm. 

Het betreft hier 40 zelfstandige woningen. Het aantal beschikbare parkeerplaatsen voldoet niet aan de normen uit het Gemeentelijk verkeers- en vervoersplan deel B (parkeernota) van de gemeente Stichtse Vecht. Tijdens de commissievergadering is door de planmedewerkers toegelicht dat de helft van de woningen, 20 stuks, bedoeld zijn voor marginaal gehuisvesten en (dreigend) daklozen. Gebleken is dat deze doelgroep niet over de financiële middelen bezit voor een auto. Hierin ziet de commissie gegronde reden om af te wijken van de parkeernormen, mits de aanvraag wordt voorzien van een goed mobiliteitsplan.

Dat mobiliteitsplan hoeft niet heel uitgebreid te zijn, maar bevat in ieder geval een nadere toelichting van hoe deze doelgroep zich zal gaan verplaatsen (in plaats van met de auto). Gebleken is dat de locatie misschien voorzien gaat worden van elektrische fietsen. Dit acht de commissie een goed initiatief dat zich voor nadere uitwerking leent: hoeveel fietsen, waar komen ze te staan, welke oplaad-mogelijkheden zijn er en wie gaat de fietsen financieren/onderhouden. Maar bijvoorbeeld ook, wat zijn de mogelijkheden qua openbaar vervoer.

Vanuit het burgerperspectief is de commissie positief over het plan. Het is goed dat er meer woningen komen voor starters en kwetsbare doelgroepen en mooi dat de gemeente en woningstichting hierin samenwerken. Een sterk aspect van het plan is dat de woningen herbruikbaar zijn en na 15 jaar op een andere locatie zullen worden geplaatst. Zorgen van de commissie over de parkeerdruk voor omwonenden worden voldoende ondervangen met de hierboven genoemde voorwaarde van een mobiliteitsplan.

Concluderend, komt de commissie tot een positief advies onder de voorwaarde dat voor het afwijken van de parkeernorm een mobiliteitsplan wordt opgesteld.

Aanbevelingen

Voorts ziet de commissie aanleiding nog enkele aanbevelingen in overweging mee te geven, daarbij benadrukkend dat deze losstaan van het hierboven gegeven advies. Waar het advies een zwaarwegend karakter heeft, geldt dit voor de aanbevelingen niet. 

Het verdient aanbeveling het plan te voorzien van een participatieverslag. Tijdens de commissievergadering is gebleken dat participatie een lopend onderwerp is dat tijdens het gehele traject de aandacht van de planmedewerkers heeft. Dit acht de commissie positief. Het zou wel goed zijn dit inzichtelijk te maken door middel van een participatieverslag. Grote ontwikkelingen als deze zullen, naast positieve reacties, ook altijd zorgen/vragen oproepen bij belanghebbenden. Een hoop hiervan kan ondervangen worden met een goed verslag van hetgeen is opgehaald bij omwonenden en wat hiermee is gedaan. Dit bevordert ook de tijdige transitie van een goed initiatief als deze van plan naar realisatie.

Verder ziet de commissie mogelijkheden om lopen en fietsen meer te stimuleren en wil deze in overweging meegeven. De calamiteitenontsluiting zou toegankelijk kunnen worden gemaakt voor voetgangers en fietsers, zodat men op die manier vanuit de wijk snel de provinciale weg kan bereiken.

Wat dat betreft is de ligging van de bergingen ook vrij onlogisch. Een bewoner moet nu meer stappen zetten om zijn/haar fiets te pakken, dan om bij zijn/haar auto te komen.

Tot slot wenst de commissie nog het volgende op te merken wat betreft de aansluiting van de nieuwe weg op de bestaande ontsluiting van De Heul. Daar komen nu veel kruispunten bij elkaar. Dit zou overzichtelijker en daarmee verkeersveiliger kunnen worden vormgegeven. Te denken valt aan: visuele middelen, aangepaste voorrangsregels of de nieuwe weg als hoofdontsluiting vormgeven (en de werf daarop laten aansluiten als uitrit). 

Namens de gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit Stichtse Vecht,

Secretaris gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit