Adviezen Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit (GAVO)

Op deze pagina staan de adviezen van de Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit (GAVO). Deze adviezen zijn meestal openbaar. Soms zijn ze dat niet, bijvoorbeeld als het gaat om een vooroverleg of als er speciale redenen zijn om de informatie niet te delen.

In openbare adviezen kan een deel onleesbaar zijn gemaakt. Dit doen we volgens de Wet open overheid (Woo). De reden is dat het beschermen van de privacy van mensen in sommige gevallen belangrijker is dan het delen van alle informatie (Dit volgt uit artikel 5.1 lid 2 sub e Woo).

Vragen? Stuur dan een mail naar gavo@stichtsevecht.nl(Verwijst naar een e-mailadres).

December

Aanvraagdatum: 26 september 2025
Adviesdatum: 22 december 2025

Zaaknummer:Z2025-00001546

De gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit is gevraagd een definitief advies te geven over het legaliseren van een bedrijfswoning aan de Nijverheidsweg 1 te Kockengen.

Beschrijving situatie

Tijdens een controle is geconstateerd dat een deel van de verdieping van het pand wordt gebruikt als woonruimte, dat een verdiepingsvloer is gerealiseerd, dat de voorgevel is gewijzigd (een balkon is gerealiseerd en openslaande deuren zijn gerealiseerd) en dat aan de voorzijde van het pand een container is geplaatst. Ten behoeve van legalisatie is nu een vergunningaanvraag ingediend.

Onderzoeksvraag

Gelet op het voorgaande is de volgende onderzoeksvraag geformuleerd: 

“Voldoet de gevel aan de redelijke eisen van welstand? Is de noodzaak voor de bedrijfswoning voldoende aannemelijk gemaakt?”

De leden op het gebied van welstand (ruimtelijke kwaliteit) en planologie zijn gevraagd om advies te geven. 

Toetsingskader

De commissie heeft als taak de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.

Het toetsingskader voor de commissie vormt - ingevolge artikel 17.9, derde lid, Omgevingswet - de omgevingsvisie, het omgevingsplan, de welstandsnota en het actuele vastgestelde gemeentelijk beleid ten aanzien van de omgevingskwaliteit.

Van toepassing zijn de bepalingen uit het omgevingsplan gemeente Stichtse Vecht, tijdelijk deel Landelijk Gebied West. Daaruit volgt dat in het bijzonder het volgende in aanmerking dient te worden genomen.

De aanvraag past in het omgevingsplan: volgens artikel 2.1 lid D is één bedrijfswoning toegestaan.

De definitie van een bedrijfswoning is: een woning in of bij een bedrijfsgebouw of op een bedrijfsterrein, uitsluitend bestemd voor het huishouden van een persoon wiens huisvesting daar, gelet op de bedrijfsvoering, in overeenstemming met de bestemming, noodzakelijk is.

Advies

De commissie adviseert positief. 

In het onderstaande wordt toegelicht hoe de commissie tot dit advies is gekomen. Bij de beoordeling zijn de stukken betrokken zoals deze zijn ingediend bij de aanvraag.

Vanuit het welstandsaspect (vormgeving, materialen en kleuren) reageert de commissie positief op de aanvraag. Het betreft een woning die is gerealiseerd op de verdieping van het bedrijfspand. Daarbij zijn het dak materiaal, de voorgevel en een deel van de zijgevels gewijzigd. Het dak heeft een rode kleur en de gewijzigde gevels bestaan uit donkere houten delen. In de voorgevel is een balkon aangebracht en – i.p.v. de overheaddeuren – op de begane grond openslaande deuren. 

Het pand ligt op een bedrijventerrein met een diversiteit aan bebouwing en ook met verschillende bedrijfswoningen. De samenhang van het bedrijventerrein is zeer gering, evenals de ruimtelijke kwaliteit. Voor dit gebied gelden de welstandscriteria voor gebied OV1, Bedrijventerreinen. De commissie stelt vast dat de aanvraag niet leidt tot strijdigheden. De aanpassingen aan het pand leiden tot een hoogwaardiger beeld en uitstraling naar de weg toe en zijn passend bij de functie van bedrijf en bedrijfswoning. Het reeds uitgevoerde plan heeft op omgevingskwaliteit geen negatief effect.

Planologisch is sprake van een initiatief dat past binnen het omgevingsplan, mits wordt voldaan aan het criterium van noodzaak. De noodzaak van een bedrijfswoning moet blijken uit de aard en organisatie van de bedrijfsvoering. De initiatiefnemer voert aan dat: 

  • het bedrijf onregelmatige en late werktijden kent;
  • de bedrijfsactiviteiten grotendeels in en rond het pand plaatsvinden;
  • geen personeel aanwezig is;
  • permanente aanwezigheid gewenst is in verband met toezicht en brandveiligheid.

Deze argumenten sluiten aan bij het geldende juridisch toetsingskader. Naar het oordeel van de commissie heeft de initiatiefnemer hiermee de noodzaak voor de bedrijfswoning voldoende aannemelijk gemaakt en kan hieraan medewerking worden verleend.

Concluderend, komt de commissie tot een positief advies.

Namens de gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit Stichtse Vecht,

secretaris gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit

Aanvraagdatum: 27 november 2025
Adviesdatum: 5 december 2025

Zaaknummer: Z2025-00001417

De Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit is gevraagd een definitief advies te geven over aanleggen weg en kappen bomen, Zandpad 41 te Maarssen.

Bestaande situatie

Op het terrein is één pand aanwezig en een aantal agrarische elementen. Het overgrote deel van het terrein is een lege zandvlakte. De algemene regels voor bescherming van planten en dieren zijn hier geldig. Het gebied is op de groene kaart aangegeven als boomzone. 
De locatie ligt in de buitenplaats zone langs de Vecht en de locatie is onderdeel van “de langzame Vecht” in de omgevingsvisie. De omgevingsvisie geeft aan dat een ecologische verbindingszone door de locatie is voorzien. 

Toekomstige situatie

De eigenaar is van plan om op het terrein woningen te bouwen. Hier is rekening mee gehouden bij het opstellen van het bestaande bestemmingsplan. Ook zullen wegen worden aangelegd voor het toenemende verkeer, waarvoor een aantal bomen worden gekapt. Volgens het bestemmingsplan is het nodig om deskundig advies te vragen voor de aanleg van deze wegen en de kap van de bomen. Geen van de bomen die gekapt wordt, heeft een monumentale status.

Onderzoeksvraag

Gelet op het voorgaande is de volgende onderzoeksvraag geformuleerd: 

“Worden de cultuurhistorische waarden en de natuur en landschapswaarden geschaad door de geplande werkzaamheden? Zo ja, hoe kan schade worden voorkomen?”

De leden op het gebied van cultuurhistorie, natuur en landschap zijn gevraagd om advies te geven. 

Toetsingskader

De commissie heeft als taak de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.

Het toetsingskader voor de commissie vormt - ingevolge artikel 17.9, derde lid, Omgevingswet - de omgevingsvisie, het omgevingsplan, de welstandsnota en het actuele vastgestelde gemeentelijk beleid ten aanzien van de omgevingskwaliteit.

Van toepassing zijn de bepalingen uit het omgevingsplan gemeente Stichtse Vecht, tijdelijk deel Zandpad 41. Daaruit volgt dat in het bijzonder het volgende in aanmerking dient te worden genomen.

Volgens art. 7.3.1 is het verboden op of in de gronden met de bestemming ‘Waarde - Cultuurhistorie, landschap en natuur' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden de volgende werkzaamheden uit te voeren:
c. het aanleggen of verharden van kavelwegen of het aanbrengen van andere oppervlakte verhardingen;

e. het planten, verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplanting.
Deze werken en werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar, indien:

a. de cultuurhistorische, natuur- en/of landschapswaarden worden hersteld of niet onevenredig (kunnen) worden aangetast;

b. met een schriftelijk advies van een deskundige is aangetoond dat de cultuurhistorische waarden, natuur- en/of landschapswaarden niet worden geschaad of dat schade kan worden voorkomen.

Bijzonderheden

Het betreft een bezwaar die de gemeente heeft ontvangen op een door haar verleende vergunning. Aan de GAVO is gevraagd om de zaak te behandelen alsof het een reguliere vergunningsaanvraag is.

Advies

De commissie adviseert positief onder voorwaarde. 

In het onderstaande wordt toegelicht hoe de commissie tot dit advies is gekomen. Bij de beoordeling zijn de stukken betrokken zoals deze zijn ingediend bij de aanvraag.

Vanuit de discipline natuur is de GAVO positief. De quickscan laat zien dat er mogelijk beschermde soorten in het gebied aanwezig zijn. Met name vleermuizen maken gebruik van het gebied als fourageergebied. De te kappen bomen zijn echter geen verblijfplaats voor vleermuizen. Het is niet uit te sluiten dat de te kappen bomen in het broedseizoen gebruikt worden door vogels als nestlocatie. 
De kap van de bomen past niet goed in het beleid van provincie en gemeente om een ecologische verbindingszone te realiseren die door de locatie loopt. Bovendien is (een deel van) de locatie aangewezen als boomzone op de groene kaart, illustratief voor het belang dat gehecht wordt aan bomen op deze locatie. 
Daarom benadrukt de GAVO dat er zorgvuldig moet worden gewerkt. Dit betekent dat er niet tijdens het broedseizoen gewerkt kan worden, dat er vóór de kap door een deskundige een inspectie plaatsvindt op de aanwezigheid van beschermde soorten en dat mitigerende maatregelen worden genomen om voorkomende soorten zo min mogelijk te verstoren. 

Ook moet er een goed, groen inrichtingsplan wordt uitgevoerd dat rekening houdt met de natuurfunctie van bomen op deze locatie. Met name de verbinding tussen de Vecht en het achter het perceel liggende natuurgebied is hierbij van belang. De commissie gaat dit formuleren als een voorwaarde.

Vanuit de discipline landschap is de GAVO ook positief. Met de sloop van het bedrijfsgebouw verdwijnt een slecht in het landschap passend gebouw. De bouw van de nieuwe woningen is een verbetering ten opzichte van de huidige situatie, ook omdat de woningen niet direct in het zicht van de Vecht liggen. De aan te leggen weg is een logische consequentie van de bouw van de woningen op deze locatie. De te kappen bomen verminderen het groene karakter van de locatie, maar een goed groen inrichtingsplan kan dit compenseren.

Vanuit de discipline cultuurhistorie is de GAVO positief. Wat betreft de kap van de bomen is er vanuit cultuurhistorie geen bezwaar. De bomen die zijn aangegeven die gekapt worden hebben voor zover zichtbaar geen grote ouderdom en ook geen relatie met de historische tuinaanleg van Cromwijck. Op de kadastrale minuut uit 1811-1832 was er sprake van vijvers met een tuinaanleg. Er is in de huidige situatie geen sprake van een historische aanleg. In 1976 is de inrichting van het terrein als geheel tot stand gekomen. De laatste grenssloot werd hierbij gedempt en voorzien van nieuwe singels van bomen. (Bron: archeologisch onderzoek Transect)
Ook vanuit cultuurhistorie onderstreept de GAVO het belang dat er een goed nieuw inrichtingsplan komt i.v.m. de cultuurhistorische kwaliteiten van de omgeving (Vecht, Cromwijck, etc.). 

Concluderend, de commissie is positief over de plannen. Voor zover de commissie nu kan overzien worden de cultuurhistorische waarden en de natuur en landschapswaarden niet geschaad door de geplande werkzaamheden. De aan te leggen weg is begrijpelijk gezien de woningbouw en verder niet bezwaarlijk. De bomenkap is mogelijk mits er zorgvuldig wordt gewerkt. De bomen hebben geen relatie met een historische tuinaanleg. Het groene karakter neemt in de huidige plannen af, maar een groen inrichtingsplan kan dit compenseren. De natuurfunctie van de bomen en de cultuurhistorische kwaliteiten van de omgeving hebben ook baat bij een degelijk inrichtingsplan. 
De commissie verbindt dan ook de voorwaarde dat er een inrichtingsplan wordt opgesteld.

Namens de gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit Stichtse Vecht,

secretaris gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit

Aanvraagdatum: 13 november 2025
Adviesdatum: 3 december 2025

GAVO zaaknummer: Z2025-00002089 
Gemeentelijk Zaaknummer: Z2025-00002089

De Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit is gevraagd een definitief advies te geven over het vernieuwen van de beschoeiing, steiger en loopplank aan de Mijndensedijk 31 ws05, 3631NN Nieuwersluis.

Situatie beschrijving

Het betreft het vernieuwen van de beschoeiing en steiger en tevens het vernieuwen en verbreden van de loopplank. De beoogde nieuwe beschoeiing, steiger en loopplank worden opgebouwd uit houten delen.

Onderzoeksvraag

De volgende onderzoeksvraag is geformuleerd: 

“Voldoet het plan welstandshalve en worden de betrokken waarden (cultuurhistorie, natuur en landschap) niet geschaad door de bouwactiviteiten? Zo nee/ja, waarom?”

De deskundigen op het gebied van welstand (ruimtelijke kwaliteit), cultuurhistorie, ecologie, natuur en landschap zijn gevraagd om advies te geven. 

Toetsingskader

De commissie heeft als taak de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.

Het toetsingskader voor de commissie vormt - ingevolge artikel 17.9, derde lid, Omgevingswet - de omgevingsvisie, het omgevingsplan, de welstandsnota en het actuele vastgestelde gemeentelijk beleid ten aanzien van de omgevingskwaliteit. Van toepassing zijn de bepalingen uit het bestemmingsplan Landelijk gebied Noord (en tevens bestemmingsplan De Vecht), dat onderdeel is van het tijdelijk omgevingsplan. Daaruit volgt dat in het bijzonder het volgende in aanmerking dient te worden genomen.

De aanvraag voor het vervangen van de bestaande beschoeiing valt onder Landelijk gebied Noord artikel 25.2 lid b en artikel 29.2 lid b. Voorwaarde voor een vergunning is een advies van een deskundige inzake de te beschermen waarden (natuur, landschaps- en cultuurhistorische waarden). Daartoe is deze commissie om advies gevraagd.

Advies

De commissie adviseert positief.

In het onderstaande wordt toegelicht hoe de commissie tot dit advies is gekomen. Bij de beoordeling zijn de stukken betrokken zoals deze zijn ingediend bij de aanvraag.

Uit oogpunt van ruimtelijke kwaliteit reageert de commissie positief. Het toetsingskader voor de commissie wordt gevormd door de welstandsnota van de gemeente en de daarin opgenomen beoordelingscriteria. De te vernieuwen beschoeiing voldoet voor wat betreft vormgeving en materialisering eveneens aan datgene wat hierover is opgenomen in de welstandsnota en is helemaal opgebouwd uit houten delen. Ook de steiger is, conform de welstandnota geheel van hout.

Vanuit cultuurhistorisch perspectief is er eveneens geen bezwaar tegen het vervangen/vernieuwen van de beschoeiing en de steiger en tevens het verplaatsen (en verbreden) van de loopplank. De impact van de wijziging op de aanwezige cultuurhistorische waarden is gering. De oever is momenteel al voorzien van een beschoeiing, door de nieuwe beschoeiing zal de oever in stand worden gehouden. Voor het aanzicht is het belangrijk dat de beoogde nieuwe beschoeiing niet hoger zal worden dan de bestaande beschoeiing, zodat de relatie tussen groen - water gehandhaafd kan worden. Dat is hier het geval: de beschoeiing blijft gelijk in omvang. 

Ook vanuit de deskundigheid natuur gezien is er geen bezwaar tegen de voorgenomen activiteiten.. De huidige beschoeiing wordt vervangen door een vergelijkbare, nieuwe beschoeiing. Hierbij is het onwaarschijnlijk dat natuurwaarden worden aangetast, mits met zorgvuldigheid en buiten het broedseizoen wordt gewerkt.

Tot slot is er ook geen sprake van schade aan de aanwezige landschapswaarden. In het bestemmingsplan Landelijk Gebied Noord heeft de locatie de bestemming “natuur met landschapswaarden”. De locatie ligt in de buitenplaats biotoop langs de Vecht én ligt in het invloedsgebied van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. De voorgenomen activiteit, het vervangen van de beschoeiing en het plaatsen van 2 meerpalen, heeft geen effect op de aanwezige landschappelijke kwaliteit. Vanuit de deskundigheid Landschap is er geen bezwaar tegen de activiteit.

Concluderend, komt de commissie tot een positief advies. Het plan voldoet welstandshalve en de betrokken waarden (cultuurhistorie, natuur en landschap) worden niet geschaad door de bouwactiviteiten.

Namens de gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit Stichtse Vecht,

secretaris gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit

Aanvraagdatum: 13 november 2025
Adviesdatum: 1 december 2025

GAVO zaaknummer: Z2025-00002220
Gemeentelijk Zaaknummer: Z2025-00002220

De gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit is gevraagd een definitief advies te geven over het vernieuwen van de beschoeiing aan De Plassen Noord 140 te Breukelen.

Situatie beschrijving

Het betreft het vernieuwen van de beschoeiing van een gedeelte van een legakker. De beoogde nieuwe beschoeiing bestaat uit kunststof, grotendeels gemaskeerd door hardhout. 

Onderzoeksvraag

De volgende onderzoeksvraag is geformuleerd: 

“Voldoet het plan welstandshalve en worden de betrokken waarden (cultuurhistorie, natuur en landschap) niet geschaad door de bouwactiviteiten? Zo nee/ja, waarom?”

De deskundigen op het gebied van welstand (ruimtelijke kwaliteit), cultuurhistorie, natuur en landschap zijn gevraagd om advies te geven. 

Toetsingskader

De commissie heeft als taak de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.

Het toetsingskader voor de commissie vormt - ingevolge artikel 17.9, derde lid, Omgevingswet - de omgevingsvisie, het omgevingsplan, de welstandsnota en het actuele vastgestelde gemeentelijk beleid ten aanzien van de omgevingskwaliteit. Van toepassing zijn de bepalingen uit het bestemmingsplan Kievitsbuurten, dat onderdeel is van het tijdelijk omgevingsplan. Daaruit volgt dat in het bijzonder het volgende in aanmerking dient te worden genomen.

Er is een aanlegvergunningsstelsel opgenomen in zowel artikel 5, als 11: Voor onder meer het aanleggen van een beschoeiing is een omgevingsvergunning mogelijk mits: “De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 5.5.1 zijn slechts toelaatbaar, indien daardoor de natuur-, landschaps- en cultuurhistorische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast.”

Advies

De commissie adviseert positief.

In het onderstaande wordt toegelicht hoe de commissie tot dit advies is gekomen. Bij de beoordeling zijn de stukken betrokken zoals deze zijn ingediend bij de aanvraag.

Uit oogpunt van ruimtelijke kwaliteit reageert de commissie positief. Het toetsingskader voor de commissie wordt gevormd door de welstandsnota van de gemeente en de daarin opgenomen beoordelingscriteria. De te vernieuwen beschoeiing voldoet voor wat betreft vormgeving en materialisering eveneens aan datgene wat hierover is opgenomen in de welstandsnota. De kunststofdelen bevinden zich met name onder water. De meest zichtbare delen gordingen en dekdelen zijn van hout en dit resulteert in een positief welstandsadvies.

Vanuit cultuurhistorisch perspectief is er eveneens geen bezwaar tegen het vervangen/vernieuwen van de beschoeiing. De impact van de wijziging op de aanwezige cultuurhistorische waarden is gering. De legakker is momenteel al voorzien van een beschoeiing, door de nieuwe beschoeiing zal de legakker in stand worden gehouden. Voor het aanzicht is het belangrijk dat de beoogde nieuwe beschoeiing niet hoger zal worden dan de bestaande beschoeiing, zodat de relatie tussen groen - water gehandhaafd kan worden. Dat is hier het geval: de beschoeiing blijft gelijk in omvang. Cultuurhistorisch is er een voorkeur voor een geheel houten beschoeiing, echter aangezien de beoogde kunststof beschoeiing grotendeels wordt gemaskeerd door hardhout heeft dit beperkte invloed op de cultuurhistorische waarden.

Ook vanuit de deskundigheid natuur gezien is er geen bezwaar tegen de voorgenomen activiteiten. De locatie ligt in het Natura2000-gebied van de Kievietsbuurten. Het is waarschijnlijk dat er te beschermen natuurwaarden op en om de locatie aanwezig zijn. De huidige beschoeiing wordt vervangen door een vergelijkbare, nieuwe beschoeiing. Hierbij is het onwaarschijnlijk dat natuurwaarden worden aangetast, mits met zorgvuldigheid en buiten het broedseizoen wordt gewerkt.

Tot slot is er ook geen sprake van schade aan de aanwezige landschapswaarden. In het bestemmingsplan Kievitsbuurten heeft de locatie de bestemming “natuur met landschapswaarden”. De te beschermen landschapswaarde op deze locatie is de legakker. Het is niet te verwachten dat de voorgenomen activiteiten de legakker zal aantasten of beschadigen. Eerder is te verwachten dat de legakker door de ingreep beter behouden blijft. 

Concluderend, komt de commissie tot een positief advies. Het plan voldoet welstandshalve en de betrokken waarden (cultuurhistorie, natuur en landschap) worden niet geschaad door de bouwactiviteiten.

Aanbeveling

Voorts ziet de commissie aanleiding nog een enkele aanbeveling in overweging mee te geven, daarbij benadrukkend dat dit niets afdoet aan de conclusie in het hierboven gegeven advies.

De nieuw te plaatsen beschoeiing bestaat uit kunststof panelen. De aanbeveling is om meer natuurvriendelijke materialen te gebruiken en/of het zichtbare deel natuurvriendelijker in te richten en aan te kleden. 

Namens de gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit Stichtse Vecht,

secretaris gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit

Aanvraagdatum: 11 november 2025
Adviesdatum: 1 december 2025

GAVO zaaknummer: Z2025-00002254
Gemeentelijk Zaaknummer: Z2025-00002254

De gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit is gevraagd een definitief advies te geven over het vernieuwen van de beschoeiing aan de Nigtevechtseweg 80-ws, 3633XW Vreeland.

Situatie beschrijving

Het betreft het vernieuwen van de beschoeiing. De beoogde nieuwe beschoeiing bestaat geheel uit houten delen. 

Onderzoeksvraag

De volgende onderzoeksvraag is geformuleerd: 

“Voldoet het plan welstandshalve en worden de betrokken waarden (cultuurhistorie en natuur) niet geschaad door de bouwactiviteiten? Zo nee/ja, waarom?”

De deskundigen op het gebied van welstand (ruimtelijke kwaliteit), cultuurhistorie en natuur zijn gevraagd om advies te geven. 

Toetsingskader

De commissie heeft als taak de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.

Het toetsingskader voor de commissie vormt - ingevolge artikel 17.9, derde lid, Omgevingswet - de omgevingsvisie, het omgevingsplan, de welstandsnota en het actuele vastgestelde gemeentelijk beleid ten aanzien van de omgevingskwaliteit. Van toepassing zijn de bepalingen uit het bestemmingsplan Landelijk gebied Noord (en tevens bestemmingsplan De Vecht), dat onderdeel is van het tijdelijk omgevingsplan. Daaruit volgt dat in het bijzonder het volgende in aanmerking dient te worden genomen.

De aanvraag voor het vervangen van de bestaande beschoeiing valt onder Landelijk gebied Noord artikel 25.2 lid b en artikel 29.2 lid b. Voorwaarde voor een vergunning is een advies van een deskundige inzake de te beschermen waarden (natuur- en cultuurhistorische waarden). Daartoe is deze commissie om advies gevraagd.

Advies

De commissie adviseert positief.

In het onderstaande wordt toegelicht hoe de commissie tot dit advies is gekomen. Bij de beoordeling zijn de stukken betrokken zoals deze zijn ingediend bij de aanvraag.

Uit oogpunt van ruimtelijke kwaliteit reageert de commissie positief. Het toetsingskader voor de commissie wordt gevormd door de welstandsnota van de gemeente en de daarin opgenomen beoordelingscriteria. De te vernieuwen beschoeiing voldoet voor wat betreft vormgeving en materialisering aan datgene wat hierover is opgenomen in de welstandsnota en is helemaal opgebouwd uit houten delen. 

Vanuit cultuurhistorisch perspectief is er eveneens geen bezwaar tegen het vervangen/vernieuwen van de beschoeiing. Qua materiaal en vormgeving van de beschoeiing wordt er aangesloten bij het bestaande. De impact van de wijziging op de aanwezige cultuurhistorische waarden is gering. De legakker is momenteel al voorzien van een beschoeiing, door de nieuwe beschoeiing zal de legakker in stand worden gehouden. Voor het aanzicht is het belangrijk dat de beoogde nieuwe beschoeiing niet hoger zal worden dan de bestaande beschoeiing, zodat de relatie tussen groen - water gehandhaafd kan worden. Dat is hier het geval: de beschoeiing blijft gelijk in omvang. Wat betreft de compensatie van 'landwinning' bij de schuur zijn er ook geen bezwaren. De compensatie is minimaal.

Ook vanuit de deskundigheid natuur gezien is er geen bezwaar tegen de voorgenomen activiteiten.. De huidige beschoeiing wordt vervangen door een vergelijkbare, nieuwe beschoeiing. Hierbij is het onwaarschijnlijk dat natuurwaarden worden aangetast, mits met zorgvuldigheid en buiten het broedseizoen wordt gewerkt.

Concluderend, komt de commissie tot een positief advies. Het plan voldoet welstandshalve en de betrokken waarden (cultuurhistorie, natuur en landschap) worden niet geschaad door de bouwactiviteiten.

Namens de gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit Stichtse Vecht,

secretaris gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit

Aanvraagdatum: 25 november 2025
Adviesdatum: 12 december 2025

Zaaknummer: Z2025-00002173

Geacht college,

De gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit is gevraagd een definitief advies te geven over het ophogen van het perceel gelegen aan de Heuvellaan 6 te Maarssen.

Omschrijving situatie

De eigenaar van het perceel heeft last van water dat blijft liggen vanwege de lage ligging van het perceel en wenst dit daarom op te hogen. Er zal grond worden gekiept door vrachtwagens, wat vervolgens door een kraan verder wordt verwerkt het perceel op. Ten behoeve van de werkzaamheden komen er tijdelijke rijplaten te liggen. Er zal om de aanwezige bomen worden heen gewerkt.

Onderzoeksvraag

Gelet op het voorgaande is de volgende onderzoeksvraag geformuleerd: 

“Worden de aanwezige archeologische, cultuurhistorische, natuur- en landschapswaarden niet onevenredig aangetast door het ophogen van het perceel?” 

De leden op het gebied van archeologie, cultuurhistorie, natuur en landschap zijn gevraagd om advies te geven.  

Toetsingskader

De commissie heeft als taak de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.

Het toetsingskader voor de commissie vormt - ingevolge artikel 17.9, derde lid, Omgevingswet - de omgevingsvisie, het omgevingsplan, de welstandsnota en het actuele vastgestelde gemeentelijk beleid ten aanzien van de omgevingskwaliteit.

Van toepassing zijn de bepalingen uit het omgevingsplan gemeente Stichtse Vecht, tijdelijk deel Landelijk gebied Maarssen. Daaruit volgt dat in het bijzonder het volgende in aanmerking dient te worden genomen.

De aanvraag past binnen het omgevingsplan. Wel gelden er enkele voorwaarden voor het verlenen van een omgevingsplan.

De locatie is mede bestemd voor behoud en versterking en herstel van de aldaar voorkomende, dan wel daaraan eigen zijnde natuur-, landschaps- en cultuurhistorische waarden, in de vorm van (zie artikel 5.1 sub a onder 4):

  • de zeer lange opstrekkende verkavelingen, soms in waaiervorm;
  • de cultuurhistorisch waardevolle verveningsrestanten, petgaten, trilveengebieden, rietland, legakkers, watergangen en plassen;
  • de restanten van eendenkooien, jaagpaden, kaden en weteringen;
  • het graslandkarakter;
  • karakteristieke lintbebouwing langs ontginningsassen met waardevolle boerderijen;
  • de karakteristieke erfindeling;
  • de openheid van de verboden kringen en de inundatiegebieden van de Nieuwe Hollandse Waterlinie;
  • de aanwezigheid van broed-, water- en moerasvogels.

Daarnaast is de planlocatie mede bestemd voor het behoud van de in of op de grond aanwezige archeologische waarden (artikel 24.1).

Het ophogen van grond is in principe niet toegestaan, tenzij de aanwezige archeologische, cultuurhistorische, natuur- en landschapswaarden hierdoor niet onevenredig worden aangetast. Daartoe wordt de commissie om advies gevraagd (artikel 5.6.3 jo. 5.6.4 onder a en artikel 24.5.4. onder b)

Advies

De commissie adviseert positief onder voorwaarde. 

In het onderstaande wordt toegelicht hoe de commissie tot dit advies is gekomen. Bij de beoordeling zijn de stukken betrokken zoals deze zijn ingediend bij de aanvraag.

Wat betreft de archeologische waarden geldt het volgende. In de polders bij Tienhoven bevindt zich een nog vrijwel onverstoord Pleistoceen landschap met sporen uit de prehistorie (mesolithicum). Een dergelijk verdronken en intact gebleven, maar niet diepliggend, dekzandlandschap is relatief zeldzaam in Nederland. Uit eerder archeologisch onderzoek is gebleken dat zich in sommige gevallen de resten zeer dicht onder het maaiveld bevinden (Bron: Actualisatie archeologische verwachting- en beleidskaart gemeente Stichtse Vecht, 2021).

Geadviseerd wordt om een archeologisch bureauonderzoek op te laten stellen door een daartoe gecertificeerd bureau. Het doel van het bureauonderzoek is het verwerven van informatie met behulp van bestaande bronnen over bekende of verwachte archeologische waarden in het plangebied, om daarmee te komen tot een gespecificeerde, archeologische verwachting. Op basis daarvan kan een beslissing genomen worden over (eventueel) vervolgonderzoek. 

Het bureauonderzoek dient in samenhang met de grondwerkzaamheden te worden opgesteld. Het opbrengen van grond veroorzaakt druk waardoor eventueel aanwezige archeologische vindplaatsen kunnen worden samengedrukt of verschuiven. Daarnaast is de vraag of het uitrijden van de grond door zware machines niet nadelig is voor de archeologie. De bodem is slap en met water verzadigd. Zetting en uitvoering moeten in het bureauonderzoek worden meegenomen.

Vanuit cultuurhistorie is er geen bezwaar tegen de voorgenomen ingreep. Door inklinking van het veengebied zakt de bodem. Het weer ophogen van het land is in de loop van de jaren vaker gedaan. De aanvulling van grond is beperkt en de omliggende percelen lijken ook al verhoogd te zijn, waardoor het contrast met de omliggende gebied niet aanwezig is of verwaarloosbaar. Zolang de bestaande slootjes gehandhaafd blijven, is er geen bezwaar vanuit cultuurhistorie.

Over de aanwezige natuurwaarden overweegt de commissie als volgt. Er is geen quickscan uitgevoerd om te onderzoeken of er kwetsbare soorten in het gebied voorkomen. Uit de natuurwaardenkaart blijkt dat dit mogelijk wel het geval is. Kwetsbare soorten zoals ringslang, poelkikker, heikikker, gevlekte glanslibel, gevlekte witsnuitlibel en de platte schijfhoren komen in het gebied voor. Deze soorten, die mogelijk last hebben van de activiteit, zijn allemaal gebonden aan het water en de oevers van de sloten. Het is niet te verwachten dat de activiteit zelf, ophogen van het perceel, deze soorten zal schaden. Vanuit deskundigheid natuur en ecologie is er geen bezwaar tegen de voorgenomen activiteiten mits de sloten, de slootoevers en de begroeiing langs de sloten niet verstoord worden.

Tot slot is er vanuit de deskundigheid landschap geen bezwaar tegen de voorgenomen activiteiten. Het op te hogen perceel ligt in het veenweidelandschap van Tienhoven. Door veenoxidatie is het logisch dat percelen lager komen te liggen en te maken krijgen met wateroverlast. Ophogen van percelen is een normale activiteit in dit type landschap. Het is niet te verwachten dat de ophoging een negatief effect heeft op de landschapskwaliteit omdat de functie en omvang van het perceel niet wijzigen. 

Concluderend, komt de commissie tot een positief advies onder voorwaarde van:

  • een archeologisch bureauonderzoek;
  • het handhaven / niet verstoren van de sloten, slootoevers en aangrenzende begroeiing.

Namens de gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit Stichtse Vecht,

Secretaris gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit

November

Aanvraagdatum: 4 november 2025
Adviesdatum: 7 november 2025

GAVO zaaknummer: Z2025-00002155
Gemeentelijk zaaknummer: Z2025-00002155

De gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit is gevraagd een definitief advies te geven over het realiseren van een insteekhaven aan de Straatweg 72 te Breukelen.

Eerder is dit initiatief voorgelegd aan de commissie in de vorm van een vooroverlegplan. De commissie heeft op 20 augustus 2025 een positief principe advies uitgebracht - onder zaaknummer Z2025-00001347 - met de aanbeveling om bij de definitieve aanvraag een integrale tekening inclusief beplanting en duifhuis toe te voegen, waarbij het duifhuis is vrijgehouden van beplanting.

Thans heeft de initiatiefnemer een definitieve vergunningaanvraag ingediend. De secretaris heeft de hierbij behorende stukken namens de commissie beoordeeld. Het initiatief is gelijk aan het vooroverlegplan en er is rekening gehouden met de eerder gedane aanbeveling van deze commissie. 

Concluderend, komt de commissie dan ook tot een positief advies.

Namens de gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit Stichtse Vecht

secretaris gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit

Aanvraagdatum: 31 oktober 2025
Adviesdatum: 11 november 2025

Zaaknummer: Z2025-00001555
Wijze van afdoening: schriftelijk meervoudig
Geacht college,

De Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit is gevraagd een definitief advies te geven over het realiseren van een nieuwe agrarische schuur op de Slotlaan 8/10 te Loenersloot.

Bestaande situatie

De huidige schuur bestaat uit twee delen, het voorste deel wordt gebruik als stal (zes paardenboxen), het achterste deel is in gebruik als stallingsruimte voor voertuigen en hooiopslag. Dit gebruik wordt niet verandert. De stal verkeerd in slechte staat.

Toekomstige situatie

Het plan betreft het slopen en herbouwen van een schuur met stalverblijven. Op het adres wordt een schuur gesloopt en, op dezelfde locatie, een nieuwe schuur gebouwd. De nieuwe schuur wordt met 70 m2 uitgebreid en op een diepte van 0,6 m gefundeerd (op staal).

Het plan voorziet in een vergroting van het volume om meer diervriendelijke verblijven te kunnen realiseren. De paardenboxen worden dan ook vergroot en daarmee vindt een vergroting van het stalgedeelte plaats. Voor de ventilatie en veiligheid zal ook de hoogte worden vergroot. Daarnaast wordt een inrijhoogte van 4,20 meter voor de agrarische voertuigen gerealiseerd net als meer afgesloten opslag voor het hooi.

Onderzoeksvraag

Gelet op het voorgaande is de volgende onderzoeksvraag geformuleerd: 

Wordt de waarde archeologie niet geschaad door de aanlegactiviteit? En is het plan ecologisch verantwoord? Zijn er negatieve cultuurhistorische gevolgen met betrekking tot het beschermde dorpsgezicht? Wat is de ruimtelijke kwaliteit van het plan en wordt eventuele monumentale waarde van de schuur aangetast? Zo nee/ja, waarom?

De leden op het gebied van archeologie, monumenten & ruimtelijke kwaliteit, cultuurhistorie en ecologie zijn gevraagd om advies te geven. 

Toetsingskader

De commissie heeft als taak de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.

Het toetsingskader voor de commissie vormt - ingevolge artikel 17.9, derde lid, Omgevingswet - de omgevingsvisie, het omgevingsplan, de welstandsnota en het actuele vastgestelde gemeentelijk beleid ten aanzien van de omgevingskwaliteit.

Van toepassing zijn de bepalingen uit het omgevingsplan gemeente Stichtse Vecht, tijdelijk deel Landelijk gebied Noord. Artikelen 3.1, 3.2 en 20 uit het bestemmingsplan verdienen bijzondere aandacht.

Het plangebied heeft de Waarde – Archeologie 1. Gronden met de bestemming Waarde – Archeologie 1 zijn mede bestemd voor het behoud van de aanwezige archeologische waarden. De daaraan gekoppelde vrijstellingsgrens is 50 m2 bij 0,3 m. 

De nieuwbouw overschrijdt de vrijstellingsgrens en is daarmee in strijd met de bouwregels die gelden voor het plangebied. In afwijking hiervan mogen gebouwen en bouwwerken en andere bouwwerkzaamheden volgens de andere daar voorkomende bestemming(en) gerealiseerd worden, mits op basis van het archeologisch rapport dat bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt ingediend en waaruit naar het oordeel van burgemeester en wethouders blijkt dat archeologische waarden door het uitvoeren van bouwactiviteiten niet of niet onevenredig worden geschaad, dan wel afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud van die waarden.

Advies

De commissie adviseert positief onder voorwaarden.

In het onderstaande wordt toegelicht hoe de commissie tot dit advies is gekomen. Bij de beoordeling zijn de stukken betrokken zoals deze zijn ingediend bij de aanvraag.

Wat archeologie betreft constateert de commissie dat de initiatiefnemer een archeologisch bureauonderzoek heeft laten uitvoeren. Een archeologisch bureauonderzoek heeft tot doel om de archeologische verwachting van het plangebied in kaart te brengen en het mogelijke effect van de werkzaamheden op de archeologie. 

Uit dit onderzoek blijkt dat het gaat om een historisch erf, waarvan de huidige boerderij ten noorden van het plangebied in 1594 is gebouwd. Het is aannemelijk dat het erf ouder is en terug gaat tot in de Late Middeleeuwen en relevante informatie kan opleveren over het nabijgelegen Kasteel Loenersloot. Tijdens de werkzaamheden kunnen resten van bijgebouwen, afvalkuilen, greppels en dergelijke worden aangetroffen. De bestaande schuur heeft de bodem tot een diepte van 0,7 m verstoord. Daaronder kunnen echter nog sporen van het oorspronkelijke erf aanwezig zijn. Eventuele resten van oudere perioden zullen zich op grotere diepte bevinden en door de geplande werkzaamheden niet worden geraakt. Vanwege de hoge archeologische waarde van het terrein adviseert Transect om zowel de ondergrondse sloop van de bestaande schuur als ook de graafwerkzaamheden van de nieuwe schuur onder archeologische begeleiding te laten uitvoeren. 

De GAVO onderschrijf het advies van Transect. De bouwwerkzaamheden kunnen de eventueel aanwezige archeologische resten verstoren en daarom is archeologische begeleiding bij de graafwerkzaamheden nodig. De commissie neemt als voorwaarde in haar advies op dat een ‘Programma van Eisen Opgraving – variant archeologische begeleiding (KNA 4.2)’ door een daartoe bevoegde instantie wordt opgesteld. Het Programma van Eisen dient vervolgens aan het bevoegd gezag voor goedkeuring te worden voorgelegd. Pas daarna kunnen de werkzaamheden van start gaan.

Wat ecologie betreft constateert de commissie dat het plan niet in of aan een natura2000-gebied en een NNN-gebied ligt. Alleen de algemene regels voor bescherming van planten en dieren zijn hier geldig. De quickscan laat zien dat er geen beschermde soorten in de huidige schuur zijn gevonden, maar dat de schuur mogelijk wel door de gewone grootoorvleermuis wordt gebruikt om te foerageren.

De nieuwe schuur is iets groter dan de te slopen schuur maar valt voor het grootste deel samen met de huidige. Het is niet te verwachten dat de nieuwe schuur, eenmaal gerealiseerd, bestaande natuurwaarden aantast. De belangrijkste zorgen vanuit ecologie bestaan dan ook over de realisatieperiode. Tijdens sloop en bouw kunnen verschillende soorten vogels, waaronder mussen, en vleermuizen, waaronder gewone dwergvleermuis en gewone grootoorvleermuis verstoord worden door de activiteiten. Ook egels kunnen mogelijk voorkomen op de locatie en verstoord worden.

De GAVO ziet geen bezwaar tegen de voorgenomen activiteiten, mits zorgvuldig wordt gewerkt. Dit betekent dat er niet tijdens het broedseizoen gewerkt kan worden, dat er vóór de sloop door een deskundige een inspectie van de te slopen schuur plaatsvindt op de aanwezigheid van beschermde soorten en dat mitigerende maatregelen worden genomen om voorkomende soorten zo min mogelijk te verstoren. In de quickscan staan hiervoor goede suggesties. 

De commissie is wat ruimtelijke kwaliteit, monumenten en cultuurhistorie betreft van mening dat het plan geen aanleiding geeft tot bezwaar. De subcommissie welstand en monumenten heeft op 15 juli 2025 in principe positief geadviseerd over de toen voorliggende conceptaanvraag. In het nu voorliggende plan wordt voldoende gereageerd op de enkele opmerkingen en suggesties aan het einde van het genoemde principeadvies. Omdat de bestaande schuur zelf geen monumentale waarden heeft en zich achter de monumentale boerderij bevindt heeft deze op zichzelf zorgvuldig ontworpen nieuwe stal, geen gevolgen voor de cultuurhistorische waarden van het beschermde dorpsgezicht. De GAVO kan dan ook positief adviseren op de disciplines ruimtelijke kwaliteit, monumenten en cultuurhistorie.

Concluderend, de GAVO is positief over het ingediende vooroverlegplan. Wel verbindt de GAVO voor de discipline archeologie de voorwaarde dat een Programma van Eisen Opgraving - variant archeologische begeleiding wordt opgesteld. Los van de voorwaarde dienen de werkzaamheden ecologisch verantwoord plaats te vinden door niet tijdens het broedseizoen te werken, vóór de sloop door een deskundige een inspectie van de te slopen schuur plaats te laten vinden op de aanwezigheid van beschermde soorten en dat mitigerende maatregelen worden genomen om voorkomende soorten zo min mogelijk te verstoren. Ten slotte zijn er geen negatieve cultuurhistorische gevolgen met betrekking tot het beschermde dorpsgezicht, is de ruimtelijke kwaliteit van het plan in orde en heeft de schuur zelf geen monumentale waarde.

Namens de gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit Stichtse Vecht,

secretaris gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit

Oktober

Aanvraagdatum: 7 oktober 2025
Adviesdatum: 21 oktober 2025

GAVO zaaknummer: Z2025-00001900
Gemeentelijk Zaaknummer: Z2025-00001900

De gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit is gevraagd een definitief advies te geven over het vernieuwen van de beschoeiing en steiger aan De Plassen Noord 155 te Breukelen.

Situatie beschrijving

Het betreft het vernieuwen van de beschoeiing van een gedeelte van een legakker. De beoogde nieuwe beschoeiing bestaat uit kunststof, grotendeels gemaskeerd door hardhout. Daarnaast wordt een bestaande houten steiger vernieuwd door een vergelijkbare houten steiger.

Onderzoeksvraag

De volgende onderzoeksvraag is geformuleerd: 

“Voldoet het plan welstandshalve en worden de betrokken waarden (cultuurhistorie, natuur en landschap) niet geschaad door de bouwactiviteiten? Zo nee/ja, waarom?”

De deskundigen op het gebied van welstand (ruimtelijke kwaliteit), cultuurhistorie, natuur en landschap zijn gevraagd om advies te geven. 

Toetsingskader

De commissie heeft als taak de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.

Het toetsingskader voor de commissie vormt - ingevolge artikel 17.9, derde lid, Omgevingswet - de omgevingsvisie, het omgevingsplan, de welstandsnota en het actuele vastgestelde gemeentelijk beleid ten aanzien van de omgevingskwaliteit. Van toepassing zijn de bepalingen uit het bestemmingsplan Kievitsbuurten, dat onderdeel is van het tijdelijk omgevingsplan. Daaruit volgt dat in het bijzonder het volgende in aanmerking dient te worden genomen.

De aanvraag voor het vernieuwen van de steiger valt onder artikel 6.5.1 sub a (oppervlakte verharding) en artikel 6.5.2 sub c. Het vervangen van de bestaande beschoeiing valt onder artikel 6.5.1 sub f. Voorwaarde voor een vergunning is een advies van een deskundige inzake de te beschermen waarden (natuur-, landschaps- en cultuurhistorische waarden). Daartoe is deze commissie om advies gevraagd.

Advies

De commissie adviseert positief.

In het onderstaande wordt toegelicht hoe de commissie tot dit advies is gekomen. Bij de beoordeling zijn de stukken betrokken zoals deze zijn ingediend bij de aanvraag.

Uit oogpunt van ruimtelijke kwaliteit reageert de commissie positief. Het toetsingskader voor de commissie wordt gevormd door de welstandsnota van de gemeente en de daarin opgenomen beoordelingscriteria. In de welstandsnota is het volgende opgenomen over steigers: Steigers zijn soepele welstandsobjecten. Ze worden in beginsel in hout uitgevoerd. De te vernieuwen beschoeiing voldoet voor wat betreft vormgeving en materialisering eveneens aan datgene wat hierover is opgenomen in de welstandsnota.

Vanuit cultuurhistorisch perspectief is er eveneens geen bezwaar tegen het vervangen/vernieuwen van de beschoeiing. De impact van de wijziging op de aanwezige cultuurhistorische waarden is gering. De legakker is momenteel al voorzien van een beschoeiing, door de nieuwe beschoeiing zal de legakker in stand worden gehouden. Voor het aanzicht is het belangrijk dat de beoogde nieuwe beschoeiing niet hoger zal worden dan de bestaande beschoeiing, zodat de relatie tussen groen - water gehandhaafd kan worden. Dat is hier het geval: zowel de beschoeiing als de steiger blijven gelijk in omvang. Cultuurhistorisch is er een voorkeur voor een geheel houten beschoeiing, echter aangezien de beoogde kunststof beschoeiing grotendeels wordt gemaskeerd door hardhout heeft dit beperkte invloed op de cultuurhistorische waarden.

Ook vanuit de deskundigheid natuur gezien is er geen bezwaar tegen de voorgenomen activiteiten. De locatie ligt in het Natura2000-gebied van de Kievietsbuurten. Het is waarschijnlijk dat er te beschermen natuurwaarden op en om de locatie aanwezig zijn. De huidige beschoeiing wordt vervangen door een vergelijkbare, nieuwe beschoeiing. Hierbij is het onwaarschijnlijk dat natuurwaarden worden aangetast, mits met zorgvuldigheid en buiten het broedseizoen wordt gewerkt.

Tot slot is er ook geen sprake van schade aan de aanwezige landschapswaarden. In het bestemmingsplan Kievitsbuurten heeft de locatie de bestemming “natuur met landschapswaarden”. De te beschermen landschapswaarde op deze locatie is de legakker. Het is niet te verwachten dat de voorgenomen activiteiten de legakker zal aantasten of beschadigen. Eerder is te verwachten dat de legakker door de ingreep beter behouden blijft. 

Concluderend, komt de commissie tot een positief advies. Het plan voldoet welstandshalve en de betrokken waarden (cultuurhistorie, natuur en landschap) worden niet geschaad door de bouwactiviteiten.

Aanbeveling

Voorts ziet de commissie aanleiding nog een enkele aanbeveling in overweging mee te geven, daarbij benadrukkend dat dit niets afdoet aan de conclusie in het hierboven gegeven advies.

De nieuw te plaatsen beschoeiing bestaat uit kunststof panelen. De aanbeveling is om meer natuurvriendelijke materialen te gebruiken en/of het zichtbare deel natuurvriendelijker in te richten en aan te kleden. 

Namens de gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit Stichtse Vecht,

secretaris gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit

Aanvraagdatum: 12 september 2025
Adviesdatum: 1 oktober 2025

GAVO zaaknummer: Z2025-00001525
Gemeentelijk zaaknummer: Z2025-00001525

De gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit is gevraagd een definitief advies te geven over het bouwen van een bedrijfsgebouw aan de Portengen 51 te Kockengen.

Bestaande situatie

Op de planlocatie zat eerder een hoveniersbedrijf. De panden en grond zijn gekocht door een aannemersbedrijf dat verderop in de straat zit en op zoek was naar meer ruimte. De gemeente Stichtse Vecht heeft al ingestemd met de functiewijziging van hovenier naar aannemer.

Toekomstige situatie

Initiatiefnemer wenst de bestaande bijgebouwen te slopen en een nieuwe loods met kantoor te bouwen. Het nieuwe bijgebouw zou komen te staan op een deel van het perceel waar de bestemming ‘Bos’ op rust. Er is dus een bestemmingswijziging nodig. Verder komt er een nieuwe in-/uitrit en wordt de bestaande brug vervangen door een dam.

Het initiatief is eerder als vooroverlegplan door de gemeente beoordeeld. De gemeente heeft ingestemd met de conceptaanvraag. Daarbij is over de compensatie van het wijzigen van de bestemming ‘Bos’ naar ‘Bedrijf’ het volgende aangegeven: ‘het is niet nodig een geriefhoutbosje terug te laten komen, een rij van onderhouden knotwilgen langs het gebouw bij de sloot is een beter alternatief.'

Onderzoeksvraag

Gelet op het voorgaande is de volgende onderzoeksvraag geformuleerd: 

‘Voldoet het nieuwe bijgebouw aan de redelijke eisen van welstand? Kan er vanuit planologisch opzicht worden ingestemd met de bestemmingswijziging? Wat zijn de ecologische gevolgen van de bestemmingswijziging? Is de voorgestelde compensatie voor het verlies aan groen landschappelijk gezien acceptabel? Is het verrichte bodemonderzoek voldoende? Is de locatie van de loods acceptabel qua geluidsnormen? Wat is de impact op het water, onder meer als de brug wordt vervangen door een dam?'

De leden op het gebied van welstand, planologie, ecologie, landschap, bodem, geluid, water en burgerperspectief zijn gevraagd om advies te geven. 

Toetsingskader

De commissie heeft als taak de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.

Het toetsingskader voor de commissie vormt - ingevolge artikel 17.9, derde lid, Omgevingswet - de omgevingsvisie, het omgevingsplan, de welstandsnota en het actuele vastgestelde gemeentelijk beleid ten aanzien van de omgevingskwaliteit.

Van toepassing zijn de bepalingen uit het omgevingsplan gemeente Stichtse Vecht, tijdelijk deel Landelijk Gebied West. Daaruit volgt dat in het bijzonder het volgende in aanmerking dient te worden genomen.

De aanvraag past niet in het omgevingsplan. Het nieuwe bijgebouw komt te staan op een deel van het perceel waar de bestemming ‘Bos’ op rust. Op deze gronden mag niet worden gebouwd (art. 7.2). Voor het bouwen van het bijgebouw is dus een bestemmingswijziging nodig. De bestemming zal in overeenstemming met de rest van het perceel moeten worden gebracht: ‘Bedrijf’. 

Als een activiteit niet (geheel) mogelijk is op basis van het omgevingsplan, kan een initiatiefnemer een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) aanvragen. Het bevoegd gezag kan deze verlenen als de activiteit voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) en aan de instructieregels van het Rijk en de provincie. 

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties betekent dat er een balans bestaat tussen verschillende functies (zoals wonen, werken, recreëren, natuur en infrastructuur) die locaties binnen een gebied kunnen vervullen. Dit gaat verder dan alleen het toewijzen van bestemmingen; het houdt ook rekening met de onderlinge relaties tussen deze functies en hun impact op de omgeving. Het uiteindelijke doel is om een omgeving te creëren die niet alleen functioneel is, maar ook aantrekkelijk en duurzaam op lange termijn. ETFAL is een open norm. Het bevoegd gezag heeft beleidsruimte bij de invulling van deze norm. 

Of sprake is van ETFAL moet worden bepaald aan de hand van een belangenafweging. Enerzijds gaat het om het belang van de initiatiefnemer bij het vergund krijgen van de voor zijn activiteiten noodzakelijke functie op een bepaalde locatie. Anderzijds gaat het om het belang achter de regel waarvan afwijking wordt gevraagd. Bij die belangenafweging kan beleid worden betrokken. Hierbij geldt ook: hoe groter de afwijking, hoe meer het bevoegd gezag moet motiveren dat de afwijking is toegestaan.

Bijzonderheden

Er is vooroverleg geweest met de gemeente. De uitkomst daarvan was positief. De GAVO is daar niet bij betrokken geweest. De eindbrief van het vooroverleg zit bij de stukken.

Advies

De commissie adviseert positief onder voorwaarden. 

In het onderstaande wordt toegelicht hoe de commissie tot dit advies is gekomen. Bij de beoordeling zijn de stukken betrokken zoals deze zijn ingediend bij de aanvraag, alsmede de toelichting die tijdens de commissievergadering is gegeven door de GAVO subcommissie welstand en monumenten.

De GAVO is positief over de plannen zoals ingediend. Wel vindt de commissie het noodzakelijk om een tweetal voorwaarden te verbinden aan het positieve advies.

Het centrale element in de adviesvraag is de bestemmingswijziging van bos naar bedrijf. Ecologie, landschap en planologie adviseren daarover.

Vanuit ecologisch oogpunt is de GAVO positief. De initiatiefnemer geeft aan dat ecologie voor hen de kern in van hoe zij bouwen. De commissie ziet dat terug in het feit dat er compensatie plaatsvindt voor het gebied dat niet meer de bestemming bos heeft. Zo worden achter het te bouwen bedrijfsgebouw bomen geplaatst en wordt de achterkant van het perceel natuurvriendelijk ingericht. De commissie adviseert om daarbij inheemse bomen te gebruiken. Wel adviseert de commissie om aanvullende maatregelen te treffen als vleermuizen of mussen worden aangetroffen. Ook het advies om de sloot ruig in te richten zodat de eventueel aanwezige waterspitsmuis minder wordt gehinderd. Daarnaast stelt de commissie als voorwaarde dat de achterkant van het perceel natuurvriendelijk wordt ingericht, in ieder geval door middel van het aanleggen van een nieuwe sloot. Dit biedt dan -tezamen met de te planten bomen- compensatie voor het ecologische verlies.

Er zijn negatieve planologische gevolgen van het aanpassen van de bestemming. Het bouwwerk is namelijk van aanzienlijke omvang en verhoudt zich lastig met de gedachte achter de huidige bestemming, een (gerief)bos. Ook is het zijaanzicht van de te bouwen loods planologisch gezien negatief. Echter, de openheid van de nabijgelegen ijsbaan biedt enige compensatie hiervoor. Ook kan, gezien de eerder genoemde voorwaarde, voldoende ecologische compensatie plaatsvinden. Vanuit planologisch oogpunt is het plaatsen van de loods dan ook te billijken.

Vanuit de disciplines bodem bezien ontbreekt onderzoek. Dit gaat om onderzoek naar de funderingslaag op asbest en/of andere verontreinigen. 

Bij een indicatief en aanvullend onderzoek uit 1996/1997 is vastgesteld dat er sprake is van een ernstige bodemverontreiniging waarvan de saneringsurgentie vastgesteld zou moeten worden. De commissie heeft niet in kunnen zien of dit heeft plaatsgevonden.
Daarnaast bestaat de funderingslaag onder het asfalt uit een puinverharding met een dikte van 0,6 tot 1,7 meter. De kwaliteit/samenstelling van de puinlaag is niet vastgesteld. Ook is dit niet gebruikelijk en adviseert de GAVO om de Omgevingdienst regio Utrecht (ODRU) te betrekken voor toezicht op de werkzaamheden waaronder het verwijderen van asfalt. Het is volgens de commissie in de praktijk niet mogelijk om de asfalt weg te verwijderen waarbij de ondergrond onberoerd blijft. Door het gebruik van zware machines zal een deel van de onderlaag verspreid worden. De funderingslaag kan asbest en/of andere verontreinigingen bevatten waaraan medewerkers onbedoeld worden blootgesteld. Onderzoek naar de samenstelling van de onderlaag is dan ook nodig, net als het nemen van gepaste maatregelen om de gezondheidsrisico’s te beperken. 

Ook blijkt uit onderzoek uit 2024 dat er sprake is van een sterke verontreiniging met zware metalen. De omvang van deze verontreiniging is echter niet vastgesteld. Dit moet wel gebeuren voordat bouw- en sloopactiviteiten worden gestart. Bovendien is op het direct aangrenzende perceel ook een ernstige verontreiniging met zware metalen vastgesteld. Het is hierbij mogelijk dat de zware metalen ook in de funderingslaag aanwezig zijn. Dit moet onderzocht worden.

De commissie stelt dan ook als voorwaarde dat gedegen funderingsonderzoek plaats moet vinden.

Vanuit de discipline geluid voorziet de GAVO geen problemen zolang laden en lossen en de vervoersbewegingen in de dag periode plaatsvinden.

Welstand is beoordeeld door de subcommissie welstand en monumenten. Het advies van welstand is dat de gevel te onrustig is, met name in het kantoordeel. Het betreft dan de verschillende materiaaltoepassingen en de sterke scheiding tussen begane grond en verdieping, versterkt door de voorgestelde horizontale houten gevelband/luifel. Daarnaast vraagt de commissie zich af waarom het gehele programma – loods en kantoor- niet in één volume zijn ondergebracht. Deze lagere volume van het woonhuis is enigszins in strijd met de erfopzet en de welstandsnota. De commissie is daarentegen positief verrast dat de initiatiefnemer tijdens de zitting van de algehele GAVO een nieuw gevelontwerp heeft gepresenteerd. Dit is een aanzienlijke verbetering, niet alleen voor het gevelbeeld maar ook voor de uitstraling die dit heeft op het volume. Het welstandsadvies is negatief maar als de gepresenteerde plannen verder worden verbeterd en uitgevoerd vervallen de bezwaren.

Vanuit water bezien is de GAVO positief. Het poeltje heeft voor zover de commissie kan zien geen bijzondere ecologische waarde en het verminderen van verharding op het terrein heeft een positief effect op deze discipline. Het verdwijnen van de bestemming bos is negatief, echter er vindt voldoende compensatie plaats. Er zijn ook geen bezwaren tegen het veranderen van de brug in een dam.

Vanuit het burgerperspectief gezien is het plan een verbetering ten opzichte van de huidige plannen en goed voor de omgeving. Goed dat omwonenden zijn betrokken bij de plannen.

Concluderend, de GAVO is positief over de plannen. De ecologische, planologische en landschappelijke gevolgen van de bestemmingswijziging worden ondervangen door compensatie voor het verlies aan groen. De locatie van de loods is acceptabel qua geluidsnormen. Er zijn geen bezwaren vanuit de discipline water en het burgerperspectief. De GAVO heeft voldoende vertrouwen dat de initiatiefnemer de plannen welstandshalve verder verbetert. Wel verbindt de GAVO twee voorwaarden. Eén is het verrichten van verder bodemonderzoek en één is het natuurvriendelijk inrichten van de achterkant van het perceel.

Namens de gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit Stichtse Vecht,

Gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit

Aanvraagdatum: 19 september 2025
Adviesdatum: 1 oktober 2025

GAVO zaaknummer: Z2025-00001553
Gemeentelijk zaaknummer: Z2025-00001553

De gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit is gevraagd een definitief advies te geven over het Vernieuwen van beschoeiing en waterwegen, De Plassen Zuid 308 te Breukelen.

Bestaande situatie

Een stuk grond bestaande uit trekgaten in Breukelen. Rondom de trekgaten is beschoeiing aanwezig (houten dekplanken). Er ligt al een brug en er is al een vergunning verleend voor het plaatsen van een steiger aan de noordelijke recreatiewoning.

Toekomstige situatie

De initiatiefnemer wil een natuurvriendelijke oever creëren door op korte afstand van sommige delen van de bestaande beschoeiing dekplanken toevoegen. Tussen de dekplanken en de bestaande beschoeiing komt riet en lisdodde. Op één legakker (de onderste op de tekening) wordt ook de bestaande beschoeiing vervangen.

Onderzoeksvraag

Gelet op het voorgaande is de volgende onderzoeksvraag geformuleerd: 

“Is het aanleggen van riet, lisdodde en dekplanken passend bij dit gebied gezien de waarden die rusten op cultuurhistorie, water en natuur en landschap? Is het plan ook welstandshalve passend?”

De leden op het gebied van cultuurhistorie, welstand, natuur en landschap, water en burgerperspectief zijn gevraagd om advies te geven. 

Toetsingskader

De commissie heeft als taak de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.

Het toetsingskader voor de commissie vormt - ingevolge artikel 17.9, derde lid, Omgevingswet - de omgevingsvisie, het omgevingsplan, de welstandsnota en het actuele vastgestelde gemeentelijk beleid ten aanzien van de omgevingskwaliteit. 

Van toepassing zijn de bepalingen uit het omgevingsplan gemeente Stichtse Vecht, tijdelijk deel Kievitsbuurten. Daaruit volgt dat in het bijzonder het volgende in aanmerking dient te worden genomen. De aanvraag past binnen het omgevingsplan. 

Op de bestemming rust de waarde groen - landschapswaarden. De hiervoor aangewezen gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen met landschapswaarden, waarbij de waarden bestaan uit een afwisseling van opgaande beplanting en openheid. Ook zijn de gronden bestemd voor (oever)beschoeiingen, plankieren en steigers. Slechts specifieke bouwwerken zijn hier toegestaan waaronder dekplanken op (oever)beschoeiingen en nutskasten, (oever)beschoeiingen, plankieren en steigers. Het is verboden zonder omgevingsvergunning (oever)beschoeiingen, kaden en aanlegplaatsen aan te leggen of aan te brengen. Voor het verlenen van een vergunning is eerst deskundig advies nodig. Daarvoor vraagt het college advies aan deze commissie. 

Op deze bestemming rust ook de water – natuur en landschapswaarden. De hiervoor aangewezen gronden zijn bestemd voor water met daarbij behorende taluds en oevers en het behoud en herstel van de ter plaatse aanwezige cultuurhistorische, landschaps- en natuurwaarden. Slechts specifieke bouwwerken zijn hier toegestaan waaronder elke recreatiewoning binnen de bestemming groen - landschapswaarden, geen gebouw zijnde, zoals steigers en botenhellingen. Ook zijn toegestaan dekplanken op (oever)beschoeiingen. Het is verboden zonder omgevingsvergunning (oever)beschoeiingen, kaden en aanlegplaatsen aan te leggen of aan te brengen. Voor het verlenen van een vergunning is deskundig advies nodig. Daarvoor vraagt het college advies aan de commissie.

Advies

De commissie adviseert positief. 

In het onderstaande wordt toegelicht hoe de commissie tot dit advies is gekomen. Bij de beoordeling zijn de stukken betrokken zoals deze zijn ingediend bij de aanvraag.

De voornaamste reden om tot een positief advies te komen, is dat het plan passend is bij dit gebied.

Het landschap kenmerkt zich door de vele legakkers. Een goede beschoeiing voorkomt afkalving van het land en zorgt daarmee voor behoud van het kenmerkende legakker-karakter van het landschap. Het plan draagt dus in positieve zin bij aan de landschapswaarden van het gebied.

Vanuit cultuurhistorisch perspectief gezien is het ook van belang dat de legakkers zo goed mogelijk behouden blijven. Deze beschoeiing draagt daar aan bij, wordt al meer toegepast in de directe omgeving en maakt geen inbreuk op de ter plaatse aanwezige cultuurhistorische waarden. 

De natuur gaat erop vooruit met dit plan. De beschoeiing is namelijk natuurvriendelijk en gaat uit van beplanting en dekplanken. Een dergelijke natuurvriendelijke beschoeiing vormt alleen maar een versterking van de natuurwaarden ter plekke.

Vanuit het burgerperspectief onderschrijft de commissie het belang van het behoud van legakkers. Dit is in lijn met het gemeentelijk beleid. Dit plan past daar goed bij.

Voorts heeft de commissie de aanwezige bestemming ‘water’ in aanmerking genomen. Weliswaar verliest de omgeving hier een stukje water, maar daar komt natuurvriendelijke beplanting voor terug. Zolang er niet meer land komt en de legakkers dus niet groter worden, heeft de commissie geen bezwaar tegen het plan. 

Tot slot voldoet het plan aan de redelijke eisen van welstand.

 

Namens de gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit Stichtse Vecht,

secretaris gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit

Aanvraagdatum: 5 september 2025
Adviesdatum: 28 oktober 2025

GAVO zaaknummer: Z2025-00001471
Gemeentelijk Zaaknummer: Z2025-00001471

De Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit is gevraagd een definitief advies te geven over het bouwen van een nieuwe loods ten behoeve van agrarische functie te Spengen 22 Kockengen.

Bestaande situatie

Op het adres Spengen 22 te Kockengen bevindt zich een voormalige melkveehouderij. Een bedrijf met ooit circa 80 melkkoeien en bijbehorend jongvee. In 2001 is men gestopt met melken en is men overgegaan naar het opfokken van jongvee voor derden (op dit moment 30 à 40 stuks jongvee).

De bedrijfsvorm is een maatschap waarin dhr. K. Hoogendoorn, mevr. E. Hoogendoorn en mevr. S.L. Pauw-Hoogendoorn participeren.

Van het land is een deel verkocht; 28 hectare grasland is nog in eigendom (netto 26 hectare). Van deze oppervlakte is ruim 13 hectare verhuurd en krap 13 hectare wordt aangewend voor de opfok van jongvee en voor het oogsten en verkopen van ronde balen gras.

Voor het opfokken van jongvee is 1 stal nog deels in gebruik. De andere stal - die dwars op het erf staat - is deels in gebruik als stalling voor machines en de opslag van niet agrarische zaken van het bedrijf zelf en deels in gebruik bij derden.

De oorspronkelijke werktuigenberging - rechts op het erf - is in 1998 verlengd met een woonruimte (Spengen 22A) waar thans. In 2008 is deze schuur/woning plus ondergrond op naam gezet van. Deze schuur, die echter niet in de maatschap is ingebracht, wordt privé gebruikt o.a. als bedrijfsruimte voor haar man die lasser/monteur is. De schuur is feitelijk aan het agrarisch bedrijf onttrokken.

Toekomstige situatie

Het plan is om een schuur te bouwen van 25 bij 26 meter op de reeds bestaande, onderheide kuilplaten. In deze schuur zal men het veevoer droog kunnen opslaan, waardoor onder meer minder voedingssappen in het oppervlaktewater terecht komen. Bovendien zal de schuur gebruikt worden voor de stalling van machines. 

Onderzoeksvraag

Gelet op het voorgaande is de volgende onderzoeksvraag geformuleerd: 

“Is de Agrarische Beoordelingscommissie van mening dat het toestaan van de nieuwe agrarische loods op de voorgenomen locatie binnen de bestemmingsfunctie 'agrarisch met waarden – landschapswaarden’ noodzakelijk is voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering? En voldoet de vergunningsaanvraag welstandshalve?”

Naast de casus-specifieke onderzoeksvraag, beoordeelt de commissie ook altijd de gevolgen van een plan voor de inwoners van de gemeente Stichtse Vecht.

De leden op het gebied van agrarische bedrijfsvoering en ruimtelijke kwaliteit (welstand) zijn gevraagd om advies te geven. 

Toetsingskader

De commissie heeft als taak de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.

Het toetsingskader voor de commissie vormt - ingevolge artikel 17.9, derde lid, Omgevingswet - de omgevingsvisie, het omgevingsplan, de welstandsnota en het actuele vastgestelde gemeentelijk beleid ten aanzien van de omgevingskwaliteit. De aanvraag past binnen het omgevingsplan.

Van toepassing zijn de bepalingen uit het omgevingsplan gemeente Stichtse Vecht, tijdelijk deel Landelijk Gebied West. Daaruit volgt dat in het bijzonder het volgende in aanmerking dient te worden genomen. 

Volgens de bouwregels mogen ten behoeve van de bestemming ‘ Agrarisch met waarden – Landschap’, gebouwen ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd. (artikel 3.2.1 onder a). 

In de begrippen (artikel 1) zijn de volgende voor de aanvraag relevante agrarische begrippen vermeld:   k. agrarisch bedrijf: Grondgebonden bedrijf, gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen anders dan in kassen, dan wel het houden van dieren, mits de exploitatie van deze bedrijven geheel of grotendeels gebonden is aan ter plaatse of in de nabijheid aanwezige gronden;                                                        
            ci. volwaardig agrarisch bedrijf: een agrarisch bedrijf

Daarnaast heeft de commissie gebruik gemaakt van de Gecombineerde Opgave 2025 voor de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (GO 2025), de brief van Rijking, bouwkundig advies en de informatie verkregen tijdens het bedrijfsbezoek van de commissie.

Advies

De commissie adviseert negatief.

In het onderstaande wordt toegelicht hoe de commissie tot dit advies is gekomen. Bij de beoordeling zijn de stukken betrokken zoals deze zijn ingediend bij de aanvraag.

De commissie constateert met betrekking tot agrarische bedrijfsvoering dat een wezenlijk deel van de gebouwen inmiddels niet-agrarisch in gebruik is, dan wel onttrokken is aan de agrarische bedrijfsvoering. Voor de agrarische bedrijfsvoering biedt naar mening van de commissie de bestaande bebouwing voldoende ruimte voor de stalling van het vee, de eigen landbouwwerktuigen en de voorraad voer. Indien uitbreiding van gebouwen zou plaatsvinden, zal dit waarschijnlijk leiden tot een groter deel niet-agrarisch gebruik van hetzij enerzijds de reeds bestaande gebouwen en anderzijds van de nieuwe bebouwing. Er is dan ook geen noodzaak voor de bouw van een nieuwe schuur voor de agrarische bedrijfsvoering. De agrarische bedrijfsvoering kan binnen de bestaande gebouwen plaatsvinden. 

Wat ruimtelijke kwaliteit (welstand) betreft is de commissie op grond van de ingediende gegevens van mening dat het plan voldoet aan de redelijke eisen van welstand. 

Concluderend, hoewel de commissie welstand positief beoordeelt, adviseert de commissie negatief op agrarische bedrijfsvoering. De agrarische bedrijfsvoering kan namelijk binnen de bestaande gebouwen plaatsvinden. De commissie kan niet anders dan alles afwegende een negatief advies geven.

Namens de Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit Stichtse Vecht,

secretaris gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit

September

Aanvraagdatum: 4 september 2025
Adviesdatum: 17 september 2025

GAVO zaaknummer: Z2024-00002043
Gemeentelijk zaaknummer: Z2024-00002043

De gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit is gevraagd een definitief advies te geven over de restauratie van een park - waaronder baggeren, bomen vellen en vernieuwen beschoeiing - bij Kleizuwe 101 te Vreeland.

Bestaande situatie

De planlocatie betreft een buitenplaats nabij Kleizuwe 101 te Vreeland, genaamd ‘het plantagehuis’. De buitenplaats is een Rijksmonument in particulier bezit. Het plantagehuis zelf staat in de oostelijke hoek. Het Jubileumlaantje is publiek toegankelijk. Het gebied bestaat uit tuin- en parkaanleg, boomgaard de ‘Driehoeck’, Jubileumlaantje en de ‘Zijldijk’.

Toekomstige situatie

De nieuwe eigenaar van de buitenplaats wil de vroegere sfeer en karakter van de buitenplaats herstellen. Ook zijn sommige onderdelen in slechte staat (denk aan de beschoeiing). In de gehele buitenplaats zullen herstelwerkzaamheden plaats gaan vinden. Het betreft:

  • Vellen van bomen;
  • Snoeien van bomen voor zichtlijnen;
  • Planten van bomen;
  • Herstel oever d.m.v. plaatsen grond en boomstambeschoeiing. In een groot gedeelte van de vijver wordt boomstambeschoeiing toegevoegd;
  • Behandelen van de vijver;
  • Afbreken bestaande wandelbrug (noorden), aanbrengen nieuwe wandelbrug (noorden) en plaatsen trekpontje (zuiden);
  • Plaatsen van een serre. De serre komt te staan op de noordoever van de vijver;
  • Baggerwerkzaamheden. In het westelijke deel van de vijver gaan baggerwerkzaamheden plaatsvinden (de bagger wordt afgevoerd naar een externe locatie vanwege verontreiniging). De omgevingsdienst (ODRU) gaat hier advies over uitbrengen.

Onderzoeksvraag

Gelet op het voorgaande is de volgende onderzoeksvraag geformuleerd: 

Voldoet het plan welstandshalve en worden de betrokken waarden (cultuurhistorie, natuur en landschap) niet geschaad door de aanlegactiviteiten? Zo nee/ja, waarom?

De leden op het gebied van welstand (ruimtelijke kwaliteit en monumenten), cultuurhistorie, natuur, landschap en het burgerperspectief zijn gevraagd om advies te geven.

Toetsingskader

De commissie heeft als taak de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.

Het toetsingskader voor de commissie vormt - ingevolge artikel 17.9, derde lid, Omgevingswet - de omgevingsvisie, het omgevingsplan, de welstandsnota en het actuele vastgestelde gemeentelijk beleid ten aanzien van de omgevingskwaliteit.

Van toepassing zijn de bepalingen uit het bestemmingsplan Vreeland, dat onderdeel is van het tijdelijk omgevingsplan. De aanvraag past binnen het omgevingsplan.

Op de bestemming rust de waarde beschermd dorpsgezicht. De hiervoor aangewezen gronden zijn bestemd voor het behoud, herstel en de ontwikkeling van cultuurhistorische waarden. Op deze gronden mogen cultuurhistorische waarden niet onevenredig worden geschaad. Daarvoor vraagt het college advies aan deze commissie.

Op deze bestemming rust ook de waarde agrarisch. De hiervoor aangewezen gronden zijn bestemd voor het behoud, herstel en/of ontwikkeling van de aanwezige landschaps- en natuurwaarden. Op deze gronden mogen bepaalde werkzaamheden niet plaatsvinden zonder deskundig advies. Daarvoor vraagt het college advies aan deze commissie.

Advies

De commissie adviseert positief.

In het onderstaande wordt toegelicht hoe de commissie tot dit advies is gekomen. Bij de beoordeling zijn de stukken betrokken zoals deze zijn ingediend bij de aanvraag.

De commissie is in grote lijnen duidelijk positief over het plan tot renovatie van het plantagehuis in Vreeland. Alle disciplines - en daarmee de gehele omgevingskwaliteit - gaan er op vooruit. 

Vanuit cultuurhistorie gezien is het een goed plan. Er is gedegen cultuurhistorisch onderzoek gedaan en het ontwerp zit goed in elkaar. Het plan geeft een duidelijk beeld van hoe de cultuurhistorische waarden zullen worden versterkt. De monumentale brug wordt vernieuwd en blijft zodanig sober dat cultuurhistorische waarden niet worden aangetast.

Wanneer de commissie landschap en natuur beoordeeld, is het oordeel duidelijk positief. Er wordt goed rekening gehouden met planten en dieren. Zorg er wel voor dat dit niet alleen theorie blijft maar ook wordt uitgevoerd. De landschapselementen worden ook versterkt door dit plan, bijvoorbeeld door rekening te houden met het plaatsen van inheemse bomen. Ook voldoet het plan wat betreft de behandeling van de vijver.

Vanuit burgerperspectief is de commissie positief. Mooi dat het park in originele staat wordt herbouwd. Het plaatsen van een boomstambeschoeiing past goed in de omgeving en het plan is volledig. Het gebied is toegankelijk voor inwoners en de verbeteringen komen dan ook de samenleving ten goede. Wel gaat de GAVO er vanuit dat de buren op de hoogte worden houden van de werkzaamheden.

Vanuit welstand gezien ziet de commissie dat de welstandsbeoordeling relatief beperkt blijft. Onderdelen zoals de serre die met welstand te maken hebben zijn doordacht en zorgvuldig opgesteld. 

Concluderend, de GAVO is positief over voorliggend plan. Het plan voldoet welstandshalve en de betrokken waardes worden niet geschaad. Het plan is weloverwogen en bezien vanuit alle disciplines draagt het positief bij aan de omgevingskwaliteit.

 

Namens de gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit Stichtse Vecht,

secretaris gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit

Aanvraagdatum: 10 september 2025
Adviesdatum: 19 september 2025

GAVO zaaknummer: Z2025-00001666
Gemeentelijk zaaknummer: Z2025-00001666

De gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit is gevraagd een definitief advies te geven over het vervangen van de bestaande schoeiing nabij Kraaienestersluis, Zandpad 92 te Breukelen

Omschrijving situatie

De situatie betreft het vervangen (renovatie) van bestaande beschoeiing. Met beschoeiing worden steigers en damwanden bedoeld. Er komt dus niet meer beschoeiing dan in de huidige situatie al aanwezig is.

Onderzoeksvraag

Gelet op het voorgaande is de volgende onderzoeksvraag geformuleerd:

Voldoet het plan welstandshalve en worden de betrokken waarden (cultuurhistorie, natuur en landschap) niet geschaad door de aanlegactiviteiten? Zo nee/ja, waarom? 

De deskundigen op het gebied van natuur en landschap, welstand en cultuurhistorie zijn gevraagd om advies te geven. 

Toetsingskader

Het toetsingskader voor de commissie vormt - ingevolge artikel 17.9, derde lid, Omgevingswet - de omgevingsvisie, het omgevingsplan, de welstandsnota en het actuele vastgestelde gemeentelijk beleid ten aanzien van de omgevingskwaliteit.

Advies

De commissie adviseert positief

In het onderstaande wordt toegelicht hoe de commissie tot dit advies is gekomen. Bij de beoordeling zijn de stukken betrokken zoals deze zijn ingediend bij de vergunningsaanvraag.

Vanuit de discipline cultuurhistorie is er geen bezwaar tegen het voorstel. De schutsluis maakt onderdeel uit van de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de sluis zelf is in 2013 aangewezen als rijksmonument (nummer 531481). De sluis heeft een 17e-eeuwse oorsprong, maar zoals veel sluizen is deze in de loop van de tijd aangepast en gemoderniseerd. Rond 2000 is de sluis gerestaureerd en hebben de laatste aanpassingen plaatsgevonden. De beschoeiing en steiger bevinden zich feitelijk vóór deze sluis. Het materiaal van de huidige beschoeiing dateert vermoedelijk uit 2000. 

Aangezien het door gelijkwaardig materiaal wordt vervangen en het aanzicht van de sluis niet wordt gewijzigd, is er vanuit cultuurhistorie geen bezwaar tegen de voorgenomen ingrepen.

Ook vanuit het perspectief natuur en landschap heeft de GAVO geen bezwaren. 
Wat de natuur betreft: de locatie ligt niet in een Natura 2000- of Natuurnetwerk Nederland (NNN) gebied, maar grenst wel aan het NNN-gebied van de Vecht. De bestaande hardhouten beschoeiing en steiger wordt vervangen door een nieuwe hardhouten beschoeiing. Dit zal geen effect hebben op de aanwezige natuurwaarden. 
Wat landschap betreft: in het bestemmingsplan “Rondom de Vecht” heeft de locatie de waarde “Cultuurhistorie, landschap en natuur”. De te beschermen landschapswaarde op deze locatie is het historische bouwwerk van de sluis in samenhang met het waternetwerk waar deze sluis onderdeel van is. Het is niet te verwachten dat de voorgenomen activiteiten de sluis aantasten of beschadigen. Eerder is te verwachten dat de sluis door de ingreep beter behouden blijft. 

Ook vanuit het perspectief van welstand is de GAVO positief. De bestaande beschoeiing met plankier is geheel van hout. Deze situatie wijzigt na de vervanging niet. Conform de criteria uit de welstandsnota met betrekking tot aanlegsteigers e.d. wordt deze beschoeiing op een duurzame wijze in hout uitgevoerd waardoor welstand als positief wordt beoordeeld.

Concluderend, de GAVO is positief over zowel het vernieuwen van de beschoeiing als de wijze waarop dit plaatsvindt. Het plan voldoet daarmee welstandshalve en de waarden cultuurhistorie, landschap en natuur worden niet geschaad.

 

Namens de Gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit Stichtse Vecht,

secretaris gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit

Aanvraagdatum: 01-08-2025
Adviesdatum: 03-09-2025

GAVO zaaknummer: Z2025-00001214
Gemeentelijk zaaknummer: Z2025-00001214

De gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit is gevraagd een definitief advies te geven over het (slopen en) bouwen van 3 appartementencomplexen in de Staatsliedenbuurt (Troelstrastraat, Scheepmanstraat en Kuyperstraat) te Maarssen.

Bestaande situatie

Het projectgebied is gelegen in de Staatsliedenbuurt te Maarssen. De Staatsliedenbuurt ligt aan de noordzijde van de bebouwde kom van Maarssen in de gemeente Stichtse Vecht. Het betreft een woonbuurt met veelal rijwoningen en appartementengebouwen. Ook ter plaatse van het projectgebied bevinden zich appartementengebouwen. Deze zijn gesitueerd aan de Troelstrastraat, Schaepmanstraat en Kuyperstraat (op navolgende afbeelding respectievelijk aangemerkt met A, B en C). Al deze gebouwen zijn met de oostzijde gelegen aan de Europalaan, die de straten met elkaar verbindt. De gebouwen bestaan allemaal uit 5 bouwlagen, waarvan de bovenste 4 gebruikt worden voor de appartementen en de onderste laag voor garages. In ieder gebouw bevinden zich 24 woningen. 

Toekomstige situatie

De initiatiefnemer is voornemens om ter plaatse van het projectgebied de 3 bestaande appartementengebouwen te slopen en hier 3 nieuwe appartementengebouwen van maximaal 20 m hoog voor terug te bouwen. De appartementengebouwen krijgen 6 bouwlagen en worden daarmee 1 bouwlaag hoger dan de bestaande gebouwen. De nieuwe gebouwen bieden ruimte voor 42 appartementen per stuk. In totaal betreft het 126 appartementen, waarvan tevens betaalbare huur. parkeerbehoefte wordt ingevuld in de openbare ruimte. (Er is derhalve sprake van 54 extra nieuwe woningen.)

Onderzoeksvraag

Gelet op het voorgaande is de volgende onderzoeksvraag geformuleerd: 

“Voldoet de voorgenomen ontwikkeling aan een Evenwichtige Toedeling van Functies aan Locaties (ETFAL) en voldoet het bouwplan aan de eisen van Welstand?”

De leden op het gebied van Welstand (Ruimtelijke Kwaliteit), Architectuur, Archeologie, Bodem, Ecologie, Geluid, Landschap, Planologie, Stedenbouw, Verkeer en Water alsmede de Burgerleden zijn gevraagd om advies te geven. 

Toetsingskader

De commissie heeft als taak de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.

Het toetsingskader voor de commissie vormt - ingevolge artikel 17.9, derde lid, Omgevingswet - de omgevingsvisie, het omgevingsplan, de welstandsnota en het actuele vastgestelde gemeentelijk beleid ten aanzien van de omgevingskwaliteit.

Van toepassing zijn de bepalingen uit het bestemmingsplan Maarssendorp Woongebied, dat onderdeel is van het tijdelijk omgevingsplan. Het projectgebied heeft de bestemmingen ‘Wonen’, ‘Verkeer’ en ‘Tuin’. Ter plaatse van de woonbestemmingen zijn bouwvlakken opgenomen met de bouwaanduiding ‘gestapeld’, waarbij nieuwe bebouwing niet hoger mag zijn dan in de bestaande situatie (art. 21.2 lid 1d).

Er zijn in het huidige bestemmingsplan geen bouwmogelijkheden opgenomen voor appartementengebouwen van de gewenste bouwhoogte. Tevens is een gedeelte van de gronden niet bestemd ten behoeve van wonen. Daarmee is het initiatief zowel in strijd met de bouw- als gebruiksregels die ter plaatse gelden, de aanvraag past daarom niet binnen het omgevingsplan. (De activiteiten passen echter wel binnen de doelstellingen en het beleid van de gemeente.)

Als een activiteit niet (geheel) mogelijk is op basis van het omgevingsplan, kan een initiatiefnemer een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) aanvragen. Het bevoegd gezag kan deze verlenen als de activiteit voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) en aan de instructieregels van het Rijk en de provincie.

Op een klein gedeelte van het projectgebied rust de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’. Ter plaatse van deze dubbelbestemming is archeologisch onderzoek nodig bij het bouwen van bouwwerken groter dan 1000 m2, waarbij dieper dan 0,3 m wordt gegraven. Met onderhavig initiatief wordt de onderzoeksgrens van 1000 m2 niet overschreden, waarmee het verrichten van archeologisch onderzoek niet nodig is. In het ontwerpplan ‘Parapluplan Archeologie’ kent het projectgebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’. Voor het mogelijk maken van bebouwing kleiner dan 100.000 m2 is volgens de bij deze dubbelbestemming horende regels geen archeologisch onderzoek nodig. Ook deze onderzoeksgrens wordt niet overschreden.

De advies- en participatielijst stelt dat bij realisering van 25 of meer nieuwe woningen overleg gevoerd moet worden met omwonenden via een klankbordgroep. Dit is met onderhavig initiatief het geval. In het kader van het stedenbouwkundig programma van eisen voor de Staatsliedenbuurt zijn meerdere participatiemomenten geweest.

Verder valt het plan onder de ‘drempelwaarde onafhankelijk advies’ van de Advies- en Participatielijst Stichtse Vecht. Voor de categorie wonen geldt: ‘in geval van afwijken van de parkeernorm is een positief verkeerskundig advies noodzakelijk’. Hiertoe wordt advies opgevraagd bij deze commissie. Daarbij zal de commissie de volgende stukken in het bijzonder in acht nemen:

  • Gemeentelijk verkeers- en vervoersplan (GVVP) deel B: parkeernota
  • (aanvullend) Verkeerskundig onderzoek

Advies

De commissie adviseert positief onder voorwaarde.

In het onderstaande wordt toegelicht hoe de commissie tot dit advies is gekomen. Bij de beoordeling zijn de stukken betrokken zoals deze zijn ingediend bij de aanvraag.

De commissie is in grote lijnen duidelijk positief over het plan tot sloop en bouw van drie appartementencomplexen. Alle disciplines -en daarmee de gehele omgevingskwaliteit- gaan er op vooruit. Althans, gebaseerd op de stukken die de commissie heeft kunnen inzien. Van andere delen uit het plangebied ontbreken de stukken met als gevolg dat de commissie slechts een deel van de haar gevraagde omgevingskwaliteit heeft kunnen beoordelen. De commissie geeft hierover een dringende aanbeveling mee.

Vanuit welstand betekent het plan een grote verbetering. Dit zowel voor de buurt als ten opzichte van de te slopen bebouwing. De voorgestelde hoogte van de bouwmassa’s zijn goed mogelijk en passend in de wijk. Wel zit het plan conceptueel nog niet goed in elkaar, waarvoor een aantal aanbevelingen worden gedaan.

Vanuit het oogpunt van archeologie is archeologisch onderzoek niet nodig nu de bouwplannen binnen de vrijstellingsgrenzen uit het omgevingsplan vallen. Desondanks is het wettelijk verplicht om vondsten te melden. Vandaar dat de commissie dit ook op zal nemen als voorwaarde.

Wanneer de commissie bodem en geluid beoordeeld is het beeld positief. Het geluid blijft laag genoeg en er zijn geen belemmeringen vanuit de bodem.

Vanuit de discipline verkeer ontbreken belangrijke stukken over het parkeren van toekomstige bewoners. Als de commissie alleen naar het appartementencomplex kijkt is verkeerskundig advies niet goed mogelijk. De commissie gaat dan ook als voorwaarde verbinden aan het positieve advies dat  er een kwalitatief goed verkeersplan komt. Dit ontbreekt vooralsnog.

Betreffende ecologie ziet de commissie veel mogelijkheden tot verbetering ten opzichte van de huidige situatie. De nieuwbouwplannen bieden kansen om de natuur aanzienlijk te verbeteren en daar heeft de commissie vertrouwen in. Wat landschap betreft zijn er geen bezwaren. Weliswaar valt het gebied binnen de invloedsfeer van Unesco erfgoed, alleen er wordt niet gebouwd op nieuwe grond.

Vanuit planologie bezien is het advies positief aangezien de type woningen en de verdichting goed aansluiten bij de omgevingsvisie.

Vanuit stedenbouwkundig perspectief is het oordeel overwegend positief. De bouw van het appartement wordt positief beoordeeld. Wel moet voorkomen worden dat het direct omliggende gebied te stenig wordt.

Op het gebied van water oordeelt de commissie positief, al is er wel weinig documentatie. De commissie vraagt bijzondere aandacht voor afwatering vanwege de alsmaar toenemende kortstondige buien.

Vanuit het burgerperspectief doet het de commissie goed dat Portaal veel aandacht besteedt aan het contact met inwoners. Ook is de inbreng van inwoners verwerkt in de plannen, dit blijkt uit de aanpassingen die Portaal heeft doorgevoerd zoals van zes naar vijf lagen hoog bouwen. 

Concluderend, de GAVO is positief over voorliggend plan. Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en het plan voldoet aan de eisen van welstand. Wel stelt de commissie de voorwaarde van het aanleveren van een verkeersplan en een archeologische meldplicht.

Aanbevelingen

De commissie moet de onderzoeksvraag beoordelen in de context van de bredere omgeving. Concreter: hoe past het appartementencomplex in het plangebied? Deze beoordeling is op dit moment niet mogelijk, alle disciplines konden niet volwaardig beoordeeld worden. Vandaar dat de commissie als dringende aanbeveling meegeeft om de commissie opnieuw om advies te vragen als het plangebied definitief is uitgewerkt. Dit doet recht aan de drie nieuw te bouwen complexen.

De GAVO geeft vanuit een aantal van haar verschillende disciplines nog aanbevelingen voor verbetering:

  • Welstand: zorg voor een duidelijkere entree, neem flora- en fauna voorzieningen op en heb aandacht voor de totale kleurstelling van de appartementen;
  • Water: Goede afwatering kan plaatsvinden bijvoorbeeld door het toevoegen van meer groen en betere riolering;
  • Natuur: het toevoegen van natuur aan een wijk bevordert ook de sociale cohesie doordat men eerder naar buiten gaat en daarmee contact met elkaar maakt;
  • Stedenbouw: Zorg voor een duidelijkere afscheiding tussen appartementen op de begane grond en de openbare ruimte en beperk parkeerplaatsen aan de zijkant van de complexen om ruimte te maken voor groen

 

Namens de gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit Stichtse Vecht,

Secretaris gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit

Augustus

Aanvraagdatum: 30 juli 2025
Adviesdatum: 6 augustus 2025

GAVO zaaknummer: Z2025-00000977
Gemeentelijk zaaknummer: Z2025-00000977

De gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit is gevraagd een definitief advies te geven over de bouw van 40 tijdelijke wooneenheden in Loenen aan de Vecht nabij sportpark De Heul.

Bestaande situatie

Het plangebied ligt aan de Rijksstraatweg (tussen 186 en 188) in Loenen aan de Vecht en betreft het voormalige vierde voetbalveld van sportpark De Heul. Dit veld wordt al geruime tijd niet meer gebruikt en is in verwildering geraakt.

Toekomstige situatie

De initiatiefnemer is woningstichting Vecht en Omstreken. In het kader van het ‘Gemengd wonen project voor starters, marginaal gehuisvesten en (dreigend) daklozen’ willen zij op het perceel 40 tijdelijke nieuwe wooneenheden plaatsen voor de duur van 15 jaar. Daarna zal een opruimplicht gelden. De units zijn 43,2 m² groot en hebben ieder een berging van 4,2 m². 

Naast de bouw van de flexwoningen, worden nieuwe in-/uitritten aangelegd. Er komt een aparte calamiteiten inrit die structureel afgesloten is en alleen te openen en toegankelijk is voor hulpdiensten. Bewoners, bezoekers en dergelijke gebruiken de bestaande ontsluiting van De Heul. Hiertoe wordt een nieuwe weg aangelegd. Ten behoeve hiervan worden 27 bomen gekapt. Ter compensatie worden zowel binnen als buiten het plangebied nieuwe bomen geplant. De bestaande groenstructuur rondom het plangebied en het park met wandelpad blijven behouden.

Onderzoeksvraag

Gelet op het voorgaande is de volgende onderzoeksvraag geformuleerd: 

“Wat is de impact van de bouw- en aanlegwerkzaamheden op de aanwezige cultuurhistorische waarden? Zijn er vanuit verkeerskundig perspectief bezwaren tegen de in-/uitritten, nieuwe weg en het afwijken van de parkeernormen?”

Naast de casus-specifieke onderzoeksvraag, onderzoekt de commissie ook altijd de impact van een plan op de algehele omgevingskwaliteit.

De leden op het gebied van cultuurhistorie, verkeer en het burgerperspectief zijn gevraagd om advies te geven. 

Toetsingskader

De commissie heeft als taak de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.

Het toetsingskader voor de commissie vormt - ingevolge artikel 17.9, derde lid, Omgevingswet - de omgevingsvisie, het omgevingsplan, de welstandsnota en het actuele vastgestelde gemeentelijk beleid ten aanzien van de omgevingskwaliteit.

Van toepassing zijn de bepalingen uit het bestemmingsplan Landelijk gebied Noord, dat onderdeel is van het tijdelijk omgevingsplan. Het plangebied heeft de bestemming ‘Sport’. De aanvraag past daarom niet binnen het omgevingsplan. 

Als een activiteit niet (geheel) mogelijk is op basis van het omgevingsplan, kan een initiatiefnemer een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) aanvragen. Het bevoegd gezag kan deze verlenen als de activiteit voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) en aan de instructieregels van het Rijk en de provincie.

Naast de bestemming Sport rust op deze locatie ook de dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie 1’. De hiervoor aangewezen gronden zijn mede bestemd voor het behoud en de versterking van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Op deze gronden mag uitsluitend worden gebouwd en zijn werkzaamheden slechts toelaatbaar indien de cultuurhistorische waarden ter plaatse niet (onevenredig) worden geschaad. Hiertoe vraagt het college advies op bij deze commissie.

Verder valt het plan onder de ‘drempelwaarde onafhankelijk advies’ van de Advies- en Participatielijst Stichtse Vecht. Voor de categorie wonen geldt: ‘in geval van afwijken van de parkeernorm is een positief verkeerskundig advies noodzakelijk’. Hiertoe wordt advies opgevraagd bij deze commissie. 

Advies

De commissie adviseert positief onder voorwaarde. 

In het onderstaande wordt toegelicht hoe de commissie tot dit advies is gekomen. Bij de beoordeling zijn de stukken betrokken zoals deze zijn ingediend bij de aanvraag.

Vanuit cultuurhistorisch perspectief zijn er geen bezwaren tegen het plan. De impact van de bouw- en aanlegwerkzaamheden op de aanwezige cultuurhistorische waarden is beperkt. De locatie ligt in de bufferzone van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Het is eeuwenlang als weiland / agrarisch gebied in gebruik is geweest. In de structuur van dit landschap worden geen cultuurhistorische waarden aangetast, aangezien het plan binnen de bestaande kavel- en groenstructuur blijft. En gezien het tijdelijke karakter van de woningen, is de openheid van het agrarische landschap te herstellen.

Verkeerskundig gezien is de commissie in hoofdlijnen positief over het plan, met enkele kanttekeningen. Het merendeel van deze kanttekeningen staan een positief advies niet in de weg en zullen daarom hieronder slechts ter aanbeveling meegegeven worden. Waar de commissie wel aanleiding ziet om een voorwaarde stellen, is het afwijken van de parkeernorm. 

Het betreft hier 40 zelfstandige woningen. Het aantal beschikbare parkeerplaatsen voldoet niet aan de normen uit het Gemeentelijk verkeers- en vervoersplan deel B (parkeernota) van de gemeente Stichtse Vecht. Tijdens de commissievergadering is door de planmedewerkers toegelicht dat de helft van de woningen, 20 stuks, bedoeld zijn voor marginaal gehuisvesten en (dreigend) daklozen. Gebleken is dat deze doelgroep niet over de financiële middelen bezit voor een auto. Hierin ziet de commissie gegronde reden om af te wijken van de parkeernormen, mits de aanvraag wordt voorzien van een goed mobiliteitsplan.

Dat mobiliteitsplan hoeft niet heel uitgebreid te zijn, maar bevat in ieder geval een nadere toelichting van hoe deze doelgroep zich zal gaan verplaatsen (in plaats van met de auto). Gebleken is dat de locatie misschien voorzien gaat worden van elektrische fietsen. Dit acht de commissie een goed initiatief dat zich voor nadere uitwerking leent: hoeveel fietsen, waar komen ze te staan, welke oplaad-mogelijkheden zijn er en wie gaat de fietsen financieren/onderhouden. Maar bijvoorbeeld ook, wat zijn de mogelijkheden qua openbaar vervoer.

Vanuit het burgerperspectief is de commissie positief over het plan. Het is goed dat er meer woningen komen voor starters en kwetsbare doelgroepen en mooi dat de gemeente en woningstichting hierin samenwerken. Een sterk aspect van het plan is dat de woningen herbruikbaar zijn en na 15 jaar op een andere locatie zullen worden geplaatst. Zorgen van de commissie over de parkeerdruk voor omwonenden worden voldoende ondervangen met de hierboven genoemde voorwaarde van een mobiliteitsplan.

Concluderend, komt de commissie tot een positief advies onder de voorwaarde dat voor het afwijken van de parkeernorm een mobiliteitsplan wordt opgesteld.

Aanbevelingen

Voorts ziet de commissie aanleiding nog enkele aanbevelingen in overweging mee te geven, daarbij benadrukkend dat deze losstaan van het hierboven gegeven advies. Waar het advies een zwaarwegend karakter heeft, geldt dit voor de aanbevelingen niet. 

Het verdient aanbeveling het plan te voorzien van een participatieverslag. Tijdens de commissievergadering is gebleken dat participatie een lopend onderwerp is dat tijdens het gehele traject de aandacht van de planmedewerkers heeft. Dit acht de commissie positief. Het zou wel goed zijn dit inzichtelijk te maken door middel van een participatieverslag. Grote ontwikkelingen als deze zullen, naast positieve reacties, ook altijd zorgen/vragen oproepen bij belanghebbenden. Een hoop hiervan kan ondervangen worden met een goed verslag van hetgeen is opgehaald bij omwonenden en wat hiermee is gedaan. Dit bevordert ook de tijdige transitie van een goed initiatief als deze van plan naar realisatie.

Verder ziet de commissie mogelijkheden om lopen en fietsen meer te stimuleren en wil deze in overweging meegeven. De calamiteitenontsluiting zou toegankelijk kunnen worden gemaakt voor voetgangers en fietsers, zodat men op die manier vanuit de wijk snel de provinciale weg kan bereiken.

Wat dat betreft is de ligging van de bergingen ook vrij onlogisch. Een bewoner moet nu meer stappen zetten om zijn/haar fiets te pakken, dan om bij zijn/haar auto te komen.

Tot slot wenst de commissie nog het volgende op te merken wat betreft de aansluiting van de nieuwe weg op de bestaande ontsluiting van De Heul. Daar komen nu veel kruispunten bij elkaar. Dit zou overzichtelijker en daarmee verkeersveiliger kunnen worden vormgegeven. Te denken valt aan: visuele middelen, aangepaste voorrangsregels of de nieuwe weg als hoofdontsluiting vormgeven (en de werf daarop laten aansluiten als uitrit). 

Namens de gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit Stichtse Vecht,

Secretaris gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit